Recht & Onrecht

De Togacolumn: Natuurlijk mag een rechter lid zijn van een partij

Begin maart maakte de rechtbank Den Haag met enige nadruk bekend dat geen van de rechters in de meervoudige kamer die de zaak van Geert Wilders (de minder-minder-zaak) gaat behandelen lid is van een politieke partij.

Heeft u die momenten ook wel eens, dat je bij het zien van iets denkt: ben ik nou gek geworden of…..?

Ons systeem zit niet zo heel ingewikkeld in elkaar. We kennen een scheiding der machten en rechters worden geacht onpartijdig te zijn. Met onpartijdig wordt natuurlijk niet bedoeld: partijloos. Indien een procespartij van oordeel is dat een rechter niet onpartijdig is, of dat de schijn van partijdigheid of vooringenomen (redelijkerwijs) bestaat, kan een rechter worden gewraakt. Het komt mij voor dat Geert Wilders en/of zijn advocaat zeer wel in staat zijn heftig aan de bel te trekken indien zij van mening zijn dat er sprake is van (schijn van) partijdigheid of bevooroordeeldheid.

Het is mijn waarneming dat rechters over het algemeen heel goed omgaan met de vraag of zij vrijstaan in een zaak. Ik denk dat een rechter zich eerder terugtrekt of verschoont terwijl het eigenlijk nog wel zou kunnen, dan dat hij zaken doet waarin hij niet vrijstaat. Het aantal gegronde wrakingen is dan ook heel klein, hoewel je als cynicus zou kunnen opmerken dat dat iets zegt over het wrakingssysteem. (zie blz 8 van dit document)

In ieder geval mag een rechtzoekende er van uitgaan dat de rechter op zijn zaak onpartijdig en onbevooroordeeld is. Het is een goede zaak dat rechters zich voortdurend afvragen of zij nog wel vrijstaan en dat ook een rechtbankorganisatie daar oog voor heeft.

Betekent nu het feit dat je lid bent van een politieke partij dat je een zaak (van een Kamerlid) niet zou kunnen doen wegens bevooroordeeldheid? Natuurlijk niet. Het lidmaatschap van een politieke partij, vakbond, vis- of serviceclub zegt immers niets over iemands rechterlijke capaciteiten. Als rechter dien je de rechtstaat met de daar geldende regels, ongeacht je politieke opvattingen. Als je van oordeel bent dat je zo veel weerzin voelt ten opzichte van een bepaalde procespartij dat je niet tot objectief oordelen in staat bent, dien je je terug te trekken, partijlid of geen lid.

Daarnaast is het natuurlijk zo dat een rechter een extreme politieke visie kan hebben zonder lid te zijn van een partij. Zo bezien biedt de politiek overcorrecte mededeling van de rechtbank dus geen enkele garantie.

En wat als we het lijntje door gaan trekken? Ik ben niet gelovig. Betekent dat dat ik alleen maar zaken van gelovigen mag doen ? Of juist niet? Moet een strafkamer die vrouwenhandel berecht alleen uit mannen bestaan ? Of juist niet? Misschien wordt het wel wachten op mededelingen als de volgende: de rechtbank laat weten dat de kamer die een mensensmokkelzaak behandelt, omdat het om mensen gaat, niet uit mensen zal bestaan.

De mededeling van de rechtbank voorafgaand aan het proces is een dubieuze en overbodige en zij werpt een vreemd licht op waar rechters (niet) voor staan.

Ik begrijp uit de berichtgeving dat de rechters ook nog een mediatraining krijgen opdat zij bij de behandeling, wegens de verwachte grote publieke belangstelling, eenvoudig te volgen taal zouden gebruiken. Een vaardigheid die, zeker voor een strafrechter, tot de basisuitrusting moet behoren. Een mededeling dus, die opnieuw de gedachte opriep: ben ik nou gek geworden of…?

De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een rechter, een officier en een advocaat. Deze week Matthieu Verhoeven, insolventie- en kort gedingrechter in de rechtbank Overijssel te Almelo. 

Blogger

matthieuverhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.