De drugs komen in kleine bootjes

De Zeeuwse havens zijn populair bij drugshandelaren. Een officier van justitie is aangesteld om dit aan te pakken. Volstrekt onvoldoende, zeggen Zeeuwse burgemeesters.

In januari strandt een vissersbootje op het strand van Cadzand. Later blijkt er 1.200 kilo cocaïne aan boord. Straatwaarde: 30 miljoen. Foto Peter Nicolai

De reddingsbrigade van Breskens wordt rond kwart over elf opgepiept. Spoed. Vier sportvissers zijn in nood, in de monding van de Westerschelde.

Het is een koude, stormachtige dag, eind januari van dit jaar. Een reddingsboot, een sleepboot en een helikopter rukken uit. Als ze arriveren, zien ze een wit bootje dat speelbal is van zeven meter hoge golven. Met veel moeite worden de vier vissers gered, maar de sleepboot moet het vissersbootje laten gaan, de storm is te sterk. Een dag later spoelt het bootje aan op het strand van Cadzand. Aan boord treffen agenten 1.200 kilo cocaïne aan. Straatwaarde: 30 miljoen.

Zeeland maakt zich zorgen. Zes Zeeuwse burgemeesters waarschuwen voor omvangrijke partijen drugs die via hun provincie het land in worden gesmokkeld. Volgens de burgemeesters is er in de provincie te weinig controle om die smokkel goed aan te pakken. Alleen al dit jaar werd in Zeeland voor minstens 75 miljoen euro aan drugs gevonden. Afgelopen maand werd er een officier van justitie aangesteld die speciaal is belast met de aanpak van smokkel, onder meer via de Zeeuwse havens.

Dat is niet genoeg, zeggen de burgemeesters van Vlissingen, Goes, Middelburg, Terneuzen, Borsele en Noord-Beveland tegen deze krant. Zij vinden dat er vooral op het water in Zeeland te weinig oren en ogen zijn om de drugssmokkel echt een halt toe te roepen. „Sinds de reorganisatie bij de politie in 2013 valt de waterpolitie onder de Landelijke Eenheid”, zegt burgemeester René Verhulst van Goes. „Daardoor is er gewoon veel minder toezicht. We missen nu kennis en dagelijkse controle op het water in Zeeland. Criminelen hebben bijna vrij spel.”

Burgemeester Jaap Gelok van Borsele ziet dat zijn agenten te veel landelijk worden ingezet. „Op papier heeft het havengebied zes politiemensen. Maar in de praktijk zijn het er veel minder, want die agenten worden ook landelijk ingezet. Voor de reorganisatie van de politie hadden we in Zeeland agenten die bijna elke dag op het water waren. Dat waren agenten die de lokale vissers kenden, en die bij het zien van roestige hengels meteen doorhadden dat het om een boot ging waarvan de opvarenden criminele bedoelingen hadden. Dat missen we nu.”

Drugs in het water

Het herkennen van bootjes met mensen die criminele intenties hebben is belangrijk in de aanpak van de drugssmokkel, zeggen de burgemeesters. Grote containerschepen uit vooral Zuid-Amerika smokkelen honderden kilo’s cocaïne het land binnen, vaak door gebruik te maken van kleine sportvisbootjes. De drugs hoeven dan niet via de havens van Vlissingen of Terneuzen, maar worden al op zee in kleine bootjes geladen. Ook gebeurt het dat smokkelaars drugs in het water gooien en de coördinaten daarvan vervolgens doorgeven aan hun compagnons, de quasisportvissers.

Soms gaat dat mis. Eind januari vond een voorbijganger in Westkapelle enkele aangespoelde jerrycans, waaraan sporttassen en pakketten waren vastgemaakt. De inhoud: enkele honderden kilo’s cocaïne met een straatwaarde van zo’n vijftien miljoen.

In de haven van Vlissingen kennen de beroepsvissers de verhalen over drugssmokkel maar al te goed. Een Zeeuwse visser vertelt dat ze geregeld sportvissers in kleine bootjes op zee zien die de wenkbrauwen van de beroepsvissers doen fronsen. „Wat doet zo’n bootje in de winter op de woeste zee? Dat bootje dat later in Cadzand is gevonden, heeft mijn broer nog zien varen. Daarvan wisten de beroepsvissers al dat het niet echt zuivere koffie kon zijn, je gaat niet voor je lol met zo’n storm de zee op. Maar er is gewoon weinig politie op het water om al die kleine bootjes te controleren.”

Bang voor represailles

De visser, die niet met zijn naam in de krant wil uit angst voor represailles, is één keer gecontroleerd in de vijf jaar tijd dat hij zijn vissersboot heeft. Door de douane. „Toen wilden ze mijn monsterboekjes zien, zeg maar het rijbewijs om te varen. Maar de inhoud van mijn boot is nooit gecontroleerd.”

De Zeeuwse visser zegt dat drugs smokkelen op een boot een koud kunstje is. Blij is hij er niet mee, niet in de laatste plaats omdat de beroepsvissers er een slechte naam door krijgen. Volgens hem gaat het bij de smokkel toch meestal om mannen op kleine sportvisbootjes.

Toch zullen de beroepsvissers niet snel naar de politie stappen als ze iets verdachts zien, zegt de visser. „De cultuur in Zeeland is echt: ‘het is iemand anders z’n gazon, ik bemoei me er niet mee.’ Mensen zijn ook bang, het zijn natuurlijk geen kleine jongens die erachter zitten.”

Dat merkte ook Mike de Houck, toen hij ruim een jaar geleden een nachtdienst draaide in zijn visverwerkingsbedrijf in de haven van Breskens. Het was half vier ’s nachts, een man of vier was bezig de vis klaar te maken voor verkoop. Toen verscheen een dure Audi met Belgisch kenteken, en stapten enkele mannen het bedrijf binnen. Ze vroegen de vreemdste dingen, vertelt De Houck. „Hebben jullie vis voor ons? Hebben jullie vis voor ons? En: waar is hier de supermarkt open? Dat vroegen ze, meerdere keren. Het leek een soort codewoord. Wij waren verbijsterd en vertelden dat we niet aan particulieren verkopen. Toen vertrokken ze. Enkele dagen later werd mijn bedrijf in brand gestoken. De daders zijn nooit gepakt.”

Doelwit van criminelen

In de Zeeuwse visserswereld gaat het verhaal dat de ‘Audimannen’ in die decembernacht bij het verkeerde adres waren beland, en daar in bedekte termen naar een lading drugs vroegen. Of dat zo is, weet De Houck niet. „Ik weet niet wie mijn bedrijf in de brand heeft gestoken, of er een verband is met dat incident. Wat ik wel weet is dat de wijkagent me heeft verteld dat ze het kenteken van de auto hebben nagetrokken, en dat het ‘geen lieverdjes’ zouden zijn die in de Audi zaten.”

Burgemeester Letty Demmers van Vlissingen maakt zich er zorgen over dat mensen met een boot makkelijk te paaien zijn door criminelen. „Als ze zo’n visser een heleboel geld bieden, is dat snel verdiend. Maar daar blijft het nooit bij, dan heb je de kans dat vissers onder druk worden gezet.”

Maar om de criminaliteit echt tegen te gaan, is vooral meer opsporingscapaciteit nodig, zegt Demmers. „We missen in Zeeland opsporingsdiensten die gekke dingen op het water zien. Die fysieke controle is gewoon nodig om de drugstoevoer tegen te gaan.”

Die controle is er al, zegt Ed Hogervorst, als diensthoofd Infrastructuur bij de Landelijke Eenheid verantwoordelijk voor de politie te water. Hij herkent de ongerustheid van de burgemeesters, zegt hij, maar spreekt tegen dat er veel te weinig blauw op het water is. „Het aantal uren dat agenten in Zeeland op het water zijn, schommelt de laatste vijf jaar tussen de 2.700 en 3.200 uur per jaar. Dat is niet ineens heel erg gedaald. In Zeeland liggen zeven landelijke politieboten, waarmee we dit jaar zo’n 500 vaartuigen willen controleren, onder meer op de aanwezigheid van drugs. Of dat genoeg is, is lastig te zeggen. De drugssmokkel in Zeeland is een zeer serieus probleem.”

Zeeland heeft meer boten nodig

Hogervorst vindt goede samenwerking tussen opsporingsdiensten belangrijk. „We kunnen wel 24 uur per dag zomaar wat gaan varen, maar belangrijker is te weten waar drugs aan boord kunnen zijn. Daarom werken we samen met de marechaussee, douane, regionale politie en het Openbaar Ministerie. Die officier van justitie die zich onder meer op drugssmokkel gaat richten, is daar ook een voorbeeld van.”

Dat een officier van justitie zich nu specifiek gaat richten op onder meer drugssmokkel is goed nieuws, vinden de Zeeuwse burgemeesters. Maar, zeggen ze, als zo’n officier het echt druk wil krijgen, moeten er gewoon meer agenten het water op.

„Zeeland is een bijzondere provincie, we bestaan voor 40 procent uit water”, zegt burgemeester Harald Bergmann van Middelburg. Drugsbestrijding kun je niet alleen met auto’s afhandelen. „We hebben meer boten nodig, en meer politiemensen. Want anders maken we het de drugscriminelen wel heel makkelijk.”