Anita Brookner (1928-2016): ondergewaardeerde, moderne Jane Austen

De in 1928 in Londen geboren schrijfster was een auteur in de grote negentiende-eeuwse traditie.

Anita Brookner Foto Penguin/Random House

De vorige week op 87-jarige leeftijd overleden Britse schrijfster Anita Brookner was het bewijs van de stelling dat het mogelijk was om ‘een grote literaire prijs te winnen, veel gelezen te worden en toch ondergewaardeerd te zijn’. Dat schreef haar collega Hilary Mantel begin dit jaar over Brookner, van wie de grote prijs de Booker Prize 1984 was. Die won ze zeer verrassend met haar roman Hotel du Lac. Toen haar later werd gevraagd wat die onderscheiding haar had opgeleverd, zei ze: “Niets.”

De in 1928 in Londen geboren schrijfster was een auteur in de grote negentiende-eeuwse traditie. Ze werd geprezen om haar humor, was schatplichtig aan Balzac en is wel aangeduid als een moderne Jane Austen. In veel van haar werk, dat zich goeddeels afspeelt in de Britse upper middle class, speelt de joodse achtergrond van haar familie een rol.

Seksisme

De onderwaardering van haar werk hing volgens Mantel rechtstreeks samen met het feit dat Brookner vooral over vrouwen schreef – en zelf een vrouw was. Overigens weigerde Brookner in 1996 haar roman Altered States in te sturen voor de Orange Prize, omdat ze tegen een exclusief voor vrouwen bestemde prijs was:

“Ik ben tegen seksisme. Ik ben tegen positieve discriminatie. Ik geloof niet dat literatuur een geslacht heeft.”

Brookner had al een succesvolle loopbaan als kunsthistorica in Cambridge achter de rug toen ze in 1981 debuteerde met A Start in Life. Daarna volgden meer dan twintig romans in dertig jaar, waaronder A Closed Eye (1991) en The Next Big Thing (2002).
“Eigenlijk houd ik niet erg van fictie schrijven,” zei Brookner:

“Het is of je je aan het uiteinde van een slechte telefoonlijn bevindt – maar het is verslavend.”