Van Rijn: matig war on drugs, focus meer op gezondheid

Van Rijn sprak namens de hele EU. Hij hoopt dat het beleid wereldwijd op de schop gaat.

Staatssecretaris Martin van Rijn. Foto Martijn Beekman / ANP

Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) vindt dat er wereldwijd in het drugsbeleid minder aandacht moet zijn voor misdaadbestrijding en meer voor zorgverlening en mensenrechten. Hij deed zijn uitspraken bij de jaarlijkse vergadering van de Commission on Narcotic Drugs van de Verenigde Naties en sprak namens alle Europese Lidstaten.

Volgens Van Rijn is uit talloze onderzoeken in allerlei landen gebleken dat maatregelen die gericht zijn op de beperking van risico’s en gezondheidsschade door drugsgebruik werken. Behandeling en preventie in plaats van straf is volgens hem niet alleen beter voor gebruikers en hun naasten, maar effectiever bij bestrijding van “directe en indirecte” drugsdoden.

Van Rijn pleitte verder voor mildere bestraffing van drugsmisdaden:

“Voor mensen die lichte, niet gewelddadige drugsgerelateerde misdrijven begaan hebben, zouden alternatieven voor veroordelingen en celstraffen moeten worden overwogen.”

De vergadering in Wenen diende mede ter voorbereiding op de grote drugstop van de VN in New York, later dit jaar. De hoop van het kabinet is dat het lukt om op termijn afscheid te nemen van de war on drugs zoals die nu gevoerd wordt:

“Dat gaat in kleine stappen natuurlijk. Maar we zijn als Nederland en als EU-voorzitter heel tevreden als er meer landen deze aanpak omarmen. Wenen en New York zijn daar belangrijke stappen in.”

Het EU-standpunt wordt ook onderschreven voor Turkije, Macedonië, Montenegro, IJsland, Servië, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Oekraïne, Moldavië, Andorra en San Marino.