Turkse leger valt PKK aan na aanslag

De strijd tussen Turkije en Koerdische rebellen escaleert na aanslag in Ankara, die het werk zou zijn van PKK.

Een moeder van een slachtoffer van de aanslag in de Turkse hoofdstad Ankara wacht bij het forensisch centrum totdat het lichaam van haar dochter wordt vrijgegeven. Foto OZAN KOSE/AFP

De Turkse regering houdt de Koerdische terreurgroep PKK verantwoordelijk voor de zelfmoordaanslag in Ankara zondagavond. Die aanslag kostte ten minste 37 mensen het leven. Waarschijnlijk loopt het dodental nog op. Er zijn ruim 120 gewonden.

De aanslag betekent dat de strijd tussen de Turkse strijdkrachten en de gewapende Koerdische rebellen van de Koerdische Arbeiderspartij PKK verder escaleert. Afgelopen zomer kwam een wapenstilstand van 2,5 jaar ten einde. Sindsdien zijn honderden doden gevallen. Delen van het zuidoosten van Turkije, waar Koerden in de meerderheid zijn, zijn in een oorlogsgebied veranderd.

Sinds het oplaaien van de strijd neemt ook het aantal aanslagen in andere delen van Turkije toe. De autobom zondagavond was de vierde in zijn soort in vijf maanden tijd. Islamitische Staat (IS) zat achter een grote aanslag op een vredesbetoging in Ankara op 10 oktober waarbij 102 doden vielen. Een groot deel van de slachtoffers was toen Koerdisch.

Koerden vechten in de buurlanden Irak en Syrië tegen IS. Zondagavond bleek opnieuw dat het onmogelijk is die strijd in het Midden-Oosten buiten Turkije te houden. Maandagochtend vroeg voerde het Turkse leger vergeldingsaanvallen uit op trainingskampen van de PKK in de bergen in Noord-Irak. Ook deed de politie invallen in Istanbul en de stad Adana, in het zuiden van Turkije. Daarbij zijn 51 mensen opgepakt. Volgens Turkse media waren die invallen ook gericht tegen de PKK.

De aanslag werd zondag om kwart voor zeven lokale tijd gepleegd. Een auto geladen met explosieven en onder meer spijkers reed in op een bus met zo’n twintig passagiers. De bus was op dat moment dichtbij een grote bushalte aan een van de drukste wegen in het centrum van Ankara, waar ook veel winkels en restaurants en regeringsgebouwen zijn. Meerdere voertuigen brandden uit en de explosie was op kilometers afstand te horen.

Anonieme Turkse regeringsfunctionarissen zeiden maandagochtend dat in de auto een man en een jonge vrouw zaten die beide zijn omgekomen. Aan de hand van lichaamsdelen zou zijn vastgesteld dat de vrouw lid was van de PKK. Er is een rechtszaak tegen haar en vier medestudenten. Turkse media publiceerden maandag haar naam.

Direct na de aanslag werd, zoals inmiddels gebruikelijk in Turkije, een mediaverbod ingesteld. Dat betekent dat het media verboden is verslag te doen vanaf de plaats van de aanslag, beelden van slachtoffers te laten zien of ooggetuigenverslagen uit te zenden. Behalve het officiële verhaal van de overheid komt er daardoor weinig naar buiten. Dat maakt het ook moeilijker de officiële versie te controleren. Veel Turken merkten aanvankelijk indirect dat er iets groots was gebeurd doordat Twitter en Facebook traag werden of zelfs helemaal ontoegankelijk.

Het gebied rondom de plaats van de aanslag is afgezet voor onderzoek en uit vrees voor verdere aanslagen. Hoewel dit al de derde grote aanslag is in Ankara sinds oktober, is er geen noodtoestand uitgeroepen zoals bijvoorbeeld in Parijs gebeurde na de terreuraanslagen. Een verklaring daarvoor is dat politie en het leger in Turkije ook zonder zo’n noodtoestand al vergaande bevoegdheden hebben.

Het Turks-Koerdische conflict de afgelopen jaren:

Over de maatregelen die worden genomen om aanslagen te voorkomen wordt weinig gecommuniceerd door autoriteiten. Geregeld komt naar buiten dat een aanslag is verijdeld of een inval is gedaan waarbij IS-leden, PKK-leden of andere vermeende terroristen zijn opgepakt.

Turken weten bijvoorbeeld niet, zoals in Nederland, of een ‘code rood’ geldt en of ze bepaalde plekken moeten vermijden. Het gebrek aan officiële informatie en het wantrouwen jegens autoriteiten leidt ertoe dat vooral op sociale media wordt gespeculeerd.