Turkije weer getroffen door aanslag: 34 doden

Een grote explosie in het centrum van Ankara. Het is de derde grote aanslag in korte tijd. Wie zit erachter?

Een gewonde wordt weggedragen van de plaats waar een auto ontplofte. Foto AP

Opnieuw is in de Turkse hoofdstad Ankara een aanslag gepleegd. Een auto vol explosieven is tot ontploffing gebracht bij een grote bushalte naast een park in het hart van de stad. Ten minste 34 mensen kwamen om en 125 mensen raakten gewond. Naar verwachting lopen die aantallen nog op. De aanslag was zondagavond rond 22.00 uur nog niet opgeëist.

De ontploffing gebeurde zondag om kwart voor zeven ’s avonds op een van de grote wegen in de stad, dicht bij het centrale plein. De explosie was op kilometers afstand te horen. De auto explodeerde naast een bus met ongeveer twintig passagiers. Daarna vlogen meerdere voertuigen in brand.

Turkse zenders toonden beelden van een uitgebrande bus en auto, hoge vlammen en toesnellende hulpdiensten. De berichtgeving op de meeste kanalen was beperkt tot officiële mededelingen. Kort na de aanslag werd een mediaverbod van kracht, wat onder meer betekent dat geen beelden vanaf de locatie en van slachtoffers mogen worden getoond en niet vrijelijk mag worden gespeculeerd over de daders. Media en publiek werden bovendien op afstand gehouden uit vrees voor een tweede explosie.

Derde grote aanslag

Het is de derde grote aanslag in Ankara in minder dan een half jaar. Op 10 oktober bliezen twee zelfmoordterroristen zich op tijdens een betoging. Daarbij kwamen 102 mensen om. Drie weken geleden, op 17 februari, reed een zelfmoordterrorist met een auto vol explosieven in op bussen met militair personeel. Dat gebeurde dicht bij dezelfde wijk, Kizilay. Behalve veel winkels zitten daar de legerleiding, enkele ministeries, een gerechtshof en ambassades. Bij die aanslag vielen 29 doden.

Al binnen een paar uur na de vorige aanslag wees de Turkse regering Syrische Koerden van de PYD en YPG aan als daders. Dat kwam politiek goed uit, omdat het de Turkse regering moeite kost internationaal uit te leggen waarom het de YPD en PYD als vijanden beschouwd. Maar het bleek al snel niet te kloppen.

De aanslag werd opgeëist door een radicale afsplitsing van de Turks Koerdische Arbeiderspartij PKK, een terreurorganisatie die vecht voor zelfbeschikking voor de Koerdische minderheid in Turkije. De afgesplitste organisatie, de TAK, zou niet op bevel van maar wel in de geest van de PKK opereren. De aanslag wordt daarom gezien als wraak voor de honderden doden die zijn gevallen door het oplaaien van de strijd tussen de PKK en de Turkse strijdkrachten sinds afgelopen zomer.

Militante Koerden zijn bij dit soort aanslagen echter niet de enige aannemelijke daders. NAVO-lid Turkije ligt ook in de frontlinie bij de strijd tegen Islamitische Staat. De aanslag in oktober is toegeschreven aan leden van IS in Turkije. Veel van de slachtoffers waren Koerden. Mogelijk kan de reeks aanslagen daardoor worden gezien als het zich naar Turkije uitbreiden van de strijd tussen Koerden en IS in het Midden-Oosten.

Het dreigingsniveau in Turkije is hoog. Op 11 maart waarschuwde de Amerikaanse ambassade nog voor een mogelijke aanslag op overheidsgebouwen in Ankara.

    • Marloes de Koning