Column

Niet weer die hit: als muzikanten hun oude succesnummer haten

Geen hits te hoeven spelen bij een concert. Dat was óók wel eens lekker, zei popmuzikant Blaudzun laatst. De aanleiding was de muziek die hij met zijn nieuwe band Haty Haty – indiezang met dancebeats – op festivals gaat brengen. „Als niemand wacht op bepaalde nummers, geeft dat een onbenoembaar grote vrijheid in het concert”, zei Blaudzun. Die zin bleef me bij.

Met het festivalseizoen in het zicht poetsen de meeste artiesten hun succesnummers weer op voor gelikte, kernachtige festivalshows. Gek eigenlijk, hoe het verlangen van menig popartiest naar een breed publiek bereikende hitsong ineens kan om slaan. Hoe de relatie met je scorende eigen liedje een ongemakkelijke haat-liefde verhouding kan worden.

Die plotse afkeer is fascinerend. Haat aan de meebrulfactor. De sleur het liedje keer op keer te moeten brengen die gaat overheersen. Snel afwerken dan maar, aan het begin van de show, zoals diezelfde Blaudzun met zijn rockband placht te doen. Of dé hit als opening, zoals Tame Impala met de feestelijke staccatobeat van Let It Happen. Ja, de fans wachten erop. En waarom zou je die willen teleurstellen?

Vaak is het dat de artiest zich niet meer kan identificeren met de liedjes waarmee destijds publiek werd gevonden. Te jeugdig, te jolig, te onbenullig. Guus Meeuwis, een zanger die maar weinig te betrappen is op hoogdravende allures, had er laatst bij zijn Utrechtste concert even echt geen trek meer in de grote feesthit van toen, Per Spoor (Kedeng Kedeng), te serveren. Morrend kweet Meeuwis, thans vooral vertolker van de kalmere, serieuzere luisterliedjes, zich van zijn taak.

Zo zijn er legio voorbeelden van uit repertoires geschrapte liedjes, om meestal enkel voor de artiest zwaarwegende kwaliteitsredenen. Nooit, nóóit meer wil de Britse band Radiohead Creep, de song waarmee in 1993 naam werd gevestigd, spelen. Wie er om vraagt wordt bruusk met een ‘fuck off, we’re tired of it’ afgewezen. Sinead O’Connor zingt niet langer meer Nothing Compares 2 U. Robert Plants afkeer van Stairway to Heaven - ,,dat verschrikkelijke bruiloftsnummer”, hield de plannen voor een reünie van Led Zeppelin jaren tegen. Bob Dylan speelt zijn destijds revolutionaire Like a Rolling Stone al lang niet meer.

Maar wat moet, dat moet soms. De afschuw die Frank Sinatra had van Strangers in the Night was groot. ‘Ik haat dat nummer’, mimede hij breed lachend naar zijn orkest. Dodelijk was de camera-registratie ervan natuurlijk. Het publiek, extatisch klappend bij de eerste tonen, kreeg echter gewoon wat het verlangde.