Met krakend lijf van 80 naar de titel

Het bejaardenhuis lonkt, maar niemand die eraan wil denken. „Zolang het op tennis lijkt, blijf ik spelen”, zegt de kampioen (80).

Michael van Berckel (links) met zijn dubbelpartner Jans Warringa. Ze wonnen zondag in de catagorie mannendubbel 80-plus. Van Berckel won ook in de single. Foto Olivier Middendorp

Hij roept niet ‘uit’, maar het klassieke ‘out’ als hij een bal naast de lijn ziet. Michael van Berckel (80), gekleed in een wit poloshirt, met het kraagje omhoog. Een robuuste bril uit 1957 met enorme glazen en ijzeren montuur hangt stevig om zijn oren. Stijlvolle linkshandige forehand, strak en vlak, waarmee hij het mes in opponenten zet. Old school aanvalstennis, manoeuvrerend richting het net, jagend op de winnende volley. Traditionele speler, in alle opzichten.

De jaren vijftig en zestig zijn tastbaar als je Van Berckel in actie ziet bij het Nederlands kampioenschap indoor tennis voor veteranen in Hilversum. Van Berckel – slank en lenig, eloquente man, spelend bij de Haarlemsche Lawn Tennisclub – is een van de grote namen in het veteranencircuit. Zondag pakte hij de zege in de categorie 80-plus, zijn zevende nationale indoortitel in de single op rij. In de dubbel won hij ook, samen met Jans Warringa.

Het kraakt overal bij Van Berckel, vijfde van de wereld in zijn leeftijdscategorie. Zijn knieën zijn versleten, zijn rug protesteert – „ik heb geen kraakbeen meer”. En dan die linkerschouder: een van de spieren is versleten en functioneert nog voor een kwart. Hij hangt een beetje naar links als hij tennist. De wetten van de ouderdom. „Spiermassa neemt af, de kracht neemt af.” Hard slaan lukt niet meer. „Alleen met techniek red ik het nog.”

Lichaamsdelen sputteren, maar de motor tuft door. „Hij heeft een enorme conditie”, knikt toernooileider Jan Scholing. Van Berckel is nog fit genoeg. Daar waar zijn tegenstander – „vrind en rivaal” Wim Heeremans (83), trainingsmaatje bij zijn club – zich voor de finale met knieproblemen moet terugtrekken. Te veel vocht in de knie, deze week gaat hij naar het ziekenhuis.

Veteranentennis is een survival of the fittest. Bij 37 van de in totaal 375 partijen op de NK trokken spelers zich voor of tijdens de wedstrijd terug, zo’n 10 procent. Het past binnen een groter probleem: tennis vergrijst, gezondheid en blessures vormen de belangrijkste reden dat veel (oudere) spelers stoppen. Afgelopen jaren daalde het aantal leden bij de bond snel, van 700.000 naar 600.000 nu.

Begin niet over de leeftijd

Hoe doet Michael van Berckel dat, op niveau tennissen op zijn tachtigste? Hij let scherp op zijn gewicht, hij weegt 75 kilo, bij een lengte van 1 meter 82. Hij traint drie keer per week, zo’n twee uur. Hij eet gezond en met mate. Hij blijft werken aan zijn tactiek, aan technische verbeteringen, aan de forehand, backhand, service. „Ik ben constant aan het bijschaven.”

De fine fleur van het seniorentennis verzamelde zich afgelopen week in Hilversum, 400 deelnemers. Ingedeeld in leeftijdscategorieën, de jongste lichting van 35-plus, dan 40-plus, oplopend tot en met de oudste categorie van 85-plus. Het bejaardenhuis lonkt, maar niemand die eraan wil denken. „Dat is nog niet aan de orde”, zegt halve finalist Gerard Haarhuis (84) – vader van oud-prof Paul Haarhuis. „Als je spelers op hun leeftijd aanspreekt, worden ze boos”, zegt toernooileider Scholing.

Toch even, partijtje van vrijdag tussen de 86-jarige fanatiekeling Kees Schreuder en Jacobus Krüsemann, met zijn 89 jaar de oudste deelnemer bij de mannen – al schat je hem snel twintig jaar jonger. Hij wint één game. Hij is geboren in 1926, hij vocht nog in de Koreaanse oorlog, vertelt hij. „Ik heb nog geen lichamelijke problemen. Ja, lopen gaat wat moeilijker. Zo lang ik nog kan lopen, ga ik door.”

Na het duel drinkt Krüsemann een biertje met zijn tegenstander. Ze wisselen telefoonnummers en e-mailadressen uit, ze willen volgend jaar samen in het dubbelspel uitkomen. „Als we er in de tussentijd niet tussenuit knijpen.” Krüsemann traint twee keer in de week bij zijn club, TC Topspin in woonplaats Den Helder. Hij is 64 jaar getrouwd met zijn vrouw, die hem stimuleert door te gaan met tennis. „Ik mag nog spelen van haar.”

De toernooileiding houdt de gezondheid van de oudste lichting in de gaten. „Als we het niet vertrouwen, halen we ze van de baan. We willen niet het risico lopen dat ze hier ter aarde storten”, zegt Scholing. Drie jaar geleden ging het mis, veelvoudig veteranenkampioen Cees Marré (1922) kwam in de categorie 90-plus zwaar ten val, zijn elleboog lag open. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht. „Toen kwam hij terug en wilde hij de partij uitspelen. Zo fanatiek.”

Sindsdien is de 90-plus klasse afgeschaft. Van fatsoenlijk tennis was geen sprake meer. De score bijhouden werd een probleem, ballen rapen ging niet meer, spelers bewogen amper. „Het werd een beetje triest”, zegt Van Berckel. „Mijn kleindochter kwam vijf jaar geleden kijken, ze zag Cees Marré spelen en zei: wat schattig opie. Nou dat hoeft ze over mij niet te zeggen als ik op de baan sta.”

Van Berckel beweegt zich nog sierlijk. Lang doorgaan zit in hem. Na een carrière als econoom ging hij op zijn 63ste vervroegd met pensioen, hij maakte een doorstart als interim-manager in de consultancy en werkte door tot en met zijn zeventigste. Dezelfde leeftijd als zijn vader stopte. Die kreeg vervolgens op zijn 74ste een lichte hartaanval op de tennisbaan. Hij overleefde het.

Van Berckel, in zijn jonge jaren een nationale subtopper zonder profambities, is niet bang dat hem hetzelfde overkomt. Hij wil nog zeker tien jaar doorgaan. In het najaar werd hij nog tweede in het enkelspel bij de WK voor veteranen, in de dubbel won hij met een Zuid-Afrikaan. Hij speelt al dertig jaar in het veteranencircuit. „Zolang het nog op tennis lijkt, wil ik het in wedstrijdverband blijven spelen.”

Spelen met een nieuwe heup

Het is een soort reüniegevoel dat spelers naar de Nederlandse kampioenschappen trekt, zeker bij de ouderen die elkaar langer kennen. Een toernooi om te vieren dat ze er nog zijn, zo ziet Wies Schuitemaker (84) het, winnares in de vrouwendubbel. Ze heeft een nieuwe heup, tennissen gaat prima. Ze wil ook in de single spelen, maar dat ging dit jaar niet, in haar leeftijdscategorie waren te weinig inschrijvingen. „Het is een uitstervend ras. Twee speelsters die altijd meededen, zijn overleden.”

Even verderop zit haar dubbelpartner Wil Sevenstern (83) aan haar tweede droge witte wijn. „Ik word meestal tien jaar jonger geschat.” Ze heeft een zware tijd achter de rug, een half jaar geleden werd ze getroffen door veel fysiek ongemak: spierreuma, artrose en darmparasieten. „Een aanslag op mijn lichaam.”

Langzaam begint ze weer de oude te worden. „Ik word weer soepel.” Ze kijkt uit naar de competitie bij haar club in Hilversum, en naar de nationale en internationale toernooien. Met stoppen is ze niet bezig. „Ik speel door tot ik niet meer kan.” 83, maar nog vol levenskracht.