Is Syrië murw genoeg voor vrede?

Burgeroorlog Vandaag wordt in Genève het vredesoverleg hervat. Een slecht akkoord is de best haalbare optie.

Demonstranten dragen vlaggen van het Vrije Syrische leger tijdens een (afgelopen) vrijdags protest tegen het regime van president Assad in de stad Aleppo. Foto Abdalrhman Ismail/Reuters

Elke vrijdag sinds eind februari het staken van de vijandelijkheden inging gebeurt er iets bijzonders in Syrië. Op tal van plaatsen in oppositiegebied gaan honderden mensen de straat op om de val van het regime te eisen. Precies zoals vijf jaar geleden, voor de opstand tegen Bashar Al-Assad uitmondde in een verschrikkelijke burgeroorlog.

De terugkeer van de vrijdagbetogingen heeft veel waarnemers verbaasd. Er was een soort consensus gegroeid dat de burgers in Syrië na vijf jaar zo murw zijn dat het hen niet meer kan schelen wie er aan de macht is zolang de gevechten maar ophouden. Het tegendeel bleek waar.

Dat vreedzaam betogen is niet naar ieders zin. In Idlib werd een betoging uiteengeslagen door strijders van Jabhat al-Nusra, het filiaal van Al Qaeda in Syrië. Zij namen er aanstoot aan dat de betogers de oppositievlag meedroegen, in plaats van hun zwarte vlag.

Vreedzaam protest is vaak een bedreiging voor de strijdende partijen in een conflict. Toen in 2012 vier Syrische vrouwen in bruidsjurken door Damascus liepen om een einde te eisen van het geweld van alle kanten, werden ze prompt gearresteerd door het regime. Nu leven ze in ballingschap. Vrijdag was er een luchtaanval op een betoging in Aleppo; tien mensen zouden zijn omgekomen.

Schaduw over Genève

De terugkeer van de vrijdagbetogingen is een opsteker voor de activisten die vijf jaar geleden machteloos moesten toekijken hoe hun opstand ontaardde in een gewapend conflict. Maar zij werpen ook een schaduw over het vredesoverleg dat vandaag hervat wordt in Genève.

Immers, als het volk opnieuw de val van het regime eist, en president Assad belooft dat hij heel het land gaat heroveren op de ‘terroristen’, dan liggen de standpunten zover uiteen dat een compromis onmogelijk is. Murwheid is een voorwaarde voor een vredesakkoord.

De kans is klein dat de vrijdagbetogingen een impact hebben op het overleg in Genève. Het grote verschil met vorige vredesgesprekken is dat er niet langer alleen gepraat wordt met de politieke oppositie, als vertegenwoordigers van het volk, maar ook rechtstreeks met de gewapende groepen.

In de wandelgangen wordt dit de 'Sinn Féin-route' genoemd: verwijzend naar de manier waarop de IRA in Noord-Ierland buitenspel werd gezet door haar politieke vleugel, Sinn Féin, in het politieke proces op te nemen.

„Er is een besef gegroeid dat de politieke oppositie weinig invloed heeft op het terrein, en dat een akkoord niet mogelijk is zonder een significante deelname van de gewapende groepen”, zegt iemand die betrokken is bij dit proces op basis van anonimiteit.

De vraag is dan wie je kan betrekken bij zo’n overleg. Een delegatie van IS in Genève is ondenkbaar. Maar het onderhandelingsteam van de oppositie bestaat nu voor een derde uit gewapende groepen, waaronder het Vrije Syrische Leger maar ook groepen als Jaysh al-Islam en Ahrar as-Sham die net zo goed een islamitische staat willen.

Een slecht akkoord

Zelfs dat Al Qaeda ooit mee aan tafel mag zitten is niet langer ondenkbaar. Tenminste: er leeft de gedachte dat Jabhat al-Nusra bij het overleg kan betrokken worden op voorwaarde dat het de banden met Al Qaeda verbreekt. Ook leden van de politieke oppositie hebben gezegd dat Jabhat al-Nusra deel moet uitmaken van een oplossing voor Syrië.

De zorg is dat je op deze manier juist de strijdende partijen beloont, waaronder groepen die grove mensenrechtenschendingen hebben begaan. De burgers worden niet of nauwelijks gehoord; Syriërs in het buitenland die zijn gevlucht voor het geweld hebben helemaal geen stem.

Daar staat tegenover dat je de gewapende groepen verantwoordelijkheid geeft door hen erbij te betrekken. „Een groep die geïsoleerd is hoeft ook geen rekenschap af te leggen. Het idee is om de gewapende groepen verantwoordelijk te maken voor de bevolking die zij controleren”, zegt de persoon die bij het proces betrokken is.

Ooit zal er een einde komen aan de oorlog in Syrië. Wat bij voorbaat vaststaat is dat het akkoord dat een einde zal maken aan de oorlog een slecht akkoord zal zijn.

Het Dayton-akkoord, dat de Bosnische oorlog beëindigde, bestendigde de etnische zuiveringen die tijdens de oorlog plaatsvonden. Het Taef-akkoord, dat de Libanese burgeroorlog beëindigde, beloonde de krijgsheren die zich hadden verrijkt.

Hoe zou een slecht akkoord voor Syrië er dan kunnen uitzien? Het regime is bereid een regering van nationale eenheid te vormen met leden van de oppositie, wel te verstaan met Assad aan het hoofd. De VS hebben het vertrek van Assad als preconditie al laten vallen. De oppositie is nog niet om, maar zit militair gesproken in zulke slechte papieren dat zij weinig eisen kan stellen.

In dat geval zouden groepen die zich niet neerleggen bij zo'n akkoord beschouwd worden als terroristen. Met andere woorden: iedereen tegen IS, Al Qaeda en co.

De vrijdagbetogingen maken echter duidelijk dat een oplossing waarbij Assad aan de macht blijft niet aanvaard zal worden door een deel van de bevolking. Dat deel wordt dan in de armen van de extremistische groepen gedreven.

Het scepticisme over de slaagkansen van het overleg in Genève is groot. Mogelijk is het in Syrië zelfs voor een slecht akkoord nog te vroeg. Maar, en dat is een andere constante bij vredesakkoorden: op het moment dat ze bereikt worden is er nooit iemand die erin gelooft.