Is natte sneeuw geen sneeuw?

De natte sneeuw die een ruime week geleden op vrijdagmiddag langs de ruiten van de redactie in Amsterdam sloeg, voelde in deze narcissenwinter als een welkome afwisseling. Natuurlijk: de vlokken smolten op het asfalt meteen tot natte plassen, maar het was wit en het dwarrelde. Dat was mooi genoeg.

De wetenschapsredactie raakte zo enthousiast dat er een experiment werd opgezet. Een goedgevulde, bevroren ijsblokjesvorm werd geïnstalleerd op het dakterras. Het bleek geen enkel probleem om de ‘natte’ sneeuwvlokken droog op te vangen. Sterker: de vlokken leken gewone vlokken. Is natte sneeuw dan wel iets anders dan sneeuw, die ongelukkig landt op een te warme aarde?

Meteoroloog Sander Tijm van het KNMI bleek niet te beroerd om deze waarneming geduldig te duiden. „Natte sneeuw is smeltende sneeuw”, begint hij. De vlokken ontstaan in luchtlagen waarin de temperatuur onder het vriespunt ligt. Vallen ze door warmere lucht, dan gaat de schoonheid er onvermijdelijk vanaf – totdat er regen overblijft. Natte sneeuw bestaat dus uit deels gesmolten vlokken, die ook niet zo luchtig dwarrelen als echte sneeuw.

Nu was de temperatuur in Amsterdam op vrijdag 4 maart om 14.30 uur slechts 0,5 à 0,6 graden Celsius. Bij die temperatuur kan natte sneeuw er aardig uitzien – mits de temperatuur hogerop in de lucht niet veel hoger is. Toen de temperatuur in Amsterdam een half uur later slechts 0,5 graden was gestegen, was de nattesneeuwpret al voorbij: het regende.

In Utrecht bleef de sneeuw wel liggen

Toch gebeurde er ook iets verrassends. In Utrecht bleef de temperatuur gelijk, iets boven het vriespunt dus. Daar bleef de sneeuw ineens liggen! Het was duidelijk te zien op de webcam die de bouwers van het nieuwe Hoog Catharijne hadden geïnstalleerd en op foto’s die een opgetogen collega van zijn tuin stuurde. Het was wit op de daken en wit op de tuintafel, terwijl het volgens de weerstations nergens in Nederland vroor.

Ja, dat kan, legt Tijm uit. Het smelten van de sneeuw kost immers energie, die onttrokken wordt aan de omgeving. Gevallen natte sneeuw koelt dus de bodem af. Als die bodem slecht warmte geleidt – zoals een houten tuintafel – belandt de temperatuur in de sneeuwlaag onder nul.

Die eigenschap maakt een nattesneeuwbui ook instabiel. Houdt natte sneeuw een paar uur aan, dan koelt dat de lucht zo ver af, dat het pardoes kan gaan sneeuwen. In De Bilt had de natte sneeuw van die vrijdag de temperatuur met ruim 2 graden afgekoeld. „En toch is natte sneeuw behoorlijk goed te voorspellen”, verzekert Tijm.

Wel is het KNMI bezig om het model voor alle overgangen tussen natte sneeuw en andere vormen van water in de atmosfeer „af te regelen”. Er worden zes basisvormen onderscheiden: wolkenwater, wolkenijs, waterdamp, regen, sneeuw en Graupel (Duits voor zachte winterhagel). Uit de interactie daartussen ontstaat natte sneeuw, maar ook andere weersverschijnselen als ijzel en ijsregen – ook een soort hagel.

Misschien verklaart de instabiele aard van natte sneeuw ook dat de meeste talen er, net als het Nederlands, geen woord voor kennen. Duitsland heeft nog wel Schneeregen, maar in Frankrijk heet het neige mouillée of pluie et neige mêlées, en in de VS rain and snow mixed. En nee, de Inuït hebben zo’n woord evenmin – lees over de mythe van de sneeuwwoorden het geweldige essay van Geoffrey Pullum The great Eskimo vocabulary hoax (1991). Alleen de Britten, hoe kan het ook anders, kunnen met één krachtige term natte sneeuw aanduiden. Bij hen heet het sleet.