Het leven van Hans is wachten geworden

Hans Goebertus heeft alzheimer. Verveling is zijn grootste vijand.

Alzheimer valt zijn gewone leven aan. Het smeren van een boterham, groente snijden, zonder angst over straat lopen, een boek lezen, televisiekijken, klokkijken – alles kan ineens een onoverkomelijke hindernis worden.

Vroeger was Hans Goebertus (68) een man van de wereld. Eigen bedrijf, veel vrienden, mooie tijden. Nu heeft hij alzheimer en zijn leven brokkelt af.

Hij kan heus nog wel wat. Hij heeft een apparaatje om zijn nek. Als hij erop drukt, leest het de tijd voor. En maandag komt zijn dochter Loes met hem koken. En, natuurlijk, zijn vrouw Ria. Ze leest hem de krant voor, waarschuwt voor een paaltje op straat, schrijft in enorme blokletters de boodschappen op die Hans wil inslaan, vertelt over de wereld die Hans steeds minder goed kan onderscheiden.

Maar als Ria er niet is, valt de leidraad weg. Dat is vaak het geval, want Ria werkt als architect. Dan zit Hans thuis. Alleen. Uur na uur aan tafel, want hij kan zich niet meer goed vermaken.

Aardbeienjam op een boterham smeren duurt langer dan vroeger, maar geen uren. De radio verliest na een paar uur zijn aantrekkingskracht. De cd die vrienden hebben gemaakt over hun fietstocht naar Portugal, is grijsgedraaid. Naar de slager en de bakker is geen dagtaak. Een ommetje maken lukt nog wel, maar uren door de stad lopen, kost te veel kracht.

Zijn leven is wachten geworden. Wachten op de repetities van zijn zangkoor, een vrije dag van Ria, een kopje koffie met een bekende. Positief blijven, zegt iedereen.

Maar Hans denkt steeds vaker: ik kan almaar minder en er is niets aan te doen. Morgen weer een dag.