'Van Leeuwenhoek deed ontdekking bacteriën al twee jaar eerder'

Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) blijft de ontdekker van bacteriën, maar hij deed zijn vondst al twee jaar eerder.

Microscopische opname van de cyanobacterie Dolichospermum (Anabaena) die kenmerkende spiraalvormige snoeren maakt. Foto Wim van Egmond

Antoni van Leeuwenhoek, de man die volgens de boeken in 1676 als eerste bacteriën door de microscoop zag, heeft zulke eencellige micro-organismen waarschijnlijk al twee jaar eerder waargenomen. Wat altijd geïnterpreteerd is als een eerste microscopische waarneming van draadalgen, was in feite de eerste observatie van bacteriën.

Dat is althans de conclusie van Wim van Egmond, een Nederlandse fotomicrograaf uit Berkel en Rodenrijs. Hij publiceerde er vorige maand over in Micscape Magazine, het maandblad van de Britse microscopistenvereniging. Wetenschapshistorici gingen er tot dusver vanuit dat Van Leeuwenhoeks beschrijving van „groene ranckjens” in het water van het Berkelse meer in de zomer van 1674 sloeg op Spirogyra, een draadalg. Maar Van Egmond heeft nu sterke aanwijzingen dat het gaat om Anabaena, een algemene cyanobacterie die tegenwoordig ook bekend is onder de wetenschappelijke naam Dolichospermum.

„Ik ben geen wetenschapper”, zegt Van Egmond aan de telefoon, „en ik heb niet de pretentie om een wetenschappelijke publicatie over Van Leeuwenhoek te schrijven. Maar ik kijk al wel twintig jaar door de microscoop naar het microscopische waterleven, en lees in zijn gedetailleerde beschrijvingen duidelijk dat hij Anabaena zag en niet Spirogyra.”

Van Egmond krijgt bijval van hoogleraar aquatische microbiologie Jef Huisman van de Universiteit van Amsterdam. „Ik ben helemaal overtuigd, want alle argumenten van Van Egmond kloppen”, zegt Huisman. „Het is zonder twijfel Anabaena geweest wat Van Leeuwenhoek zag.”

Het misverstand begon waarschijnlijk met een vertaalfout, zegt Van Egmond. Van Leeuwenhoek sprak geen woord over de grens en zijn in het Nederlands geschreven brieven die hij naar het Britse wetenschappelijke genootschap The Royal Society stuurde, werden door anderen vertaald in het Engels. Zo kon het gebeuren dat de ‘ranckjes’ die Van Leeuwenhoek beschreef, in het Engels ‘streaks’ (‘reepjes’) werden.

In de klassieke biografie die de Britse wetenschapper Clifford Dobell, die in 1932 over Van Leeuwenhoek publiceerde, kwam hij tot de conclusie dat het Spirogyra moest zijn wat Van Leeuwenhoek had beschreven. Deze draadalg heeft bladgroenkorrels die spiraalvorming in de langwerpige cellen zijn geordend.

Maar in 2009, tijdens een excursie van een werkgroep sieralgen in Tsjechië, opperde algendeskundige Frans Kouwets tegenover Van Egmond dat het om cyanobacterie moest gaan. Bij nauwkeurige bestudering van de originele brief van Van Leeuwenhoek vond Van Egmond inderdaad overtuigende steun voor deze alternatieve verklaring. „Ik ben als een detective te werk gegaan en heb alle mogelijke aanwijzingen die Van Leeuwenhoek gaf in een schema gezet. Toen was er maar één conclusie: het moesten wel cyanobacteriën zijn. Die zijn algemeen in Nederlandse meren en hebben drijfvermogen waardoor ze aan de oppervlakte voorkomen.

„Een draadalg als Spirogyra vormt zulke slijmerige matten dat die al moeilijk in een flesje te scheppen zou zijn. Laat staan dat Van Leeuwenhoek die algen goed onder zijn microscoop zou kunnen krijgen.”

In een eerdere brief aan de Royal Society, van 6 juli 1674, vermeldde Van Leeuwenhoek dat hij dunne glazen capillairtjes gebruikte als objecthouder onder zijn microscoop. Van Egmond: „Die trok hij zelf van holle glazen buisjes boven een vlam, soms zo dun als een menselijke haar. Hierin zoog hij de vloeistof op, waarna hij de cellen goed kon bestuderen onder de microscoop. Cyanobacteriën zou je zo heel goed kunnen bestuderen, maar draadalgen kun je onmogelijk in zo’n capillairtje krijgen.”

De vroegste waarneming van bacteriën stond al op naam van Van Leeuwenhoek. Die ontdekte hij op 24 april 1676 in een potje waarin hij drie weken een peper had laten weken.

Van Leeuwenhoek vervaardigde als lakenhandelaar zelf microscopen om de kwaliteit van weefsels te controleren. Maar door zijn brede interesse en zijn analytische geest ontdekte hij als eerste het microscopische leven. Zijn nalatenschap is nu 340 jaar later verbeterd door Van Egmond, een scherp observerende liefhebber die evenmin als Van Leeuwenhoek is opgeleid tot wetenschapper. „Ontzettend leuk om dit nu te weten”, zegt Huisman.