Een verlies dat staat voor zoveel meer

Een geamputeerd been geeft veel stof tot verbeelding, zeker wanneer dat gekoppeld kan worden aan gemis. Zo ook in Broer van Esther Gerritsen, het Boekenweekgeschenk van dit jaar.

Het geamputeerde been is terug van weggeweest. Gelukkig maar, want het is een geschikt onderwerp om brede thematiek als verlies en rouw bevattelijk en overzichtelijk te houden. Dat laat Esther Gerritsen ook zien met haar Boekenweekgeschenk Broer, waarmee ze zich plaatst in een traditie van verhalen waarin een verwijderd ledemaat staat voor het verlies van veel meer.

Het afgehakte been in de literatuur heeft daarbij een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. In literatuur uit de vorige eeuw ging het missen van een ledemaat vaak gepaard met schaamte en wroeging, tegenwoordig lijkt het gebrek vaker symbool te staan voor een persoonlijk gemis – oorlogsromans even daargelaten.

Het beroemdste geamputeerde been is waarschijnlijk dat in Willem Elsschots Lijmen/Het been (1938), een schitterende dubbelroman waarin een slecht vrouwenbeen een houten been wordt. Wanneer de reclamemannen mevrouw Lauwereyssen tegenkomen nadat ze haar figuurlijk, maar nu dus ook letterlijk ‘pootje’ hebben gelicht, komt er wroeging over wat ze haar hebben aangedaan. De amputatie zelf speelt niet de hoofdrol, het gaat om het gemis – zoals M. Vasalis zou zeggen: ‘niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

Maar die symboliek krijgt een steeds pijnlijkere, lichamelijkere vorm: Maartje Wortel gaf ruim baan aan de fantoompijn in haar debuutroman Half mens waarin een meisje haar been verliest nadat ze door een taxi is aangereden. Dader en slachtoffer hebben na de operatie aanleiding genoeg om over zichzelf en hun onthechte positie in de wereld na te denken. En ook in de met de Librisprijs bekroonde roman La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer staat het losgeraakte been voor gemis en onthechting. Pfeijffer maakt er een bijna grotesk geheel van, maar ook voor zijn roman geldt dat het gemis van een ledemaat aanleiding geeft tot reflectie op de eigen positie in de wereld.

In dat illustere rijtje voegt zich nu Esther Gerritsen, aan wie het geamputeerde been ook zeer goed besteed blijkt. In haar Boekenweekgeschenk Broer wordt het hoofdpersonage Olivia gebeld door haar broer Marcus met de mededeling dat zijn been eraf moet. Hij breekt het gesprek af omdat hij naar de operatiekamer wordt gereden. Wat blijft hangen zijn de tranen van de broer. Nu is die weliswaar een beetje een huilebalk, maar toegegeven, er zijn mindere redenen om in tranen uit te barsten. Het nieuws komt ook hard aan bij Olivia – een vrouw wier leven in het teken staat van verstandelijkheid en afstandelijkheid. Of om het wat onvriendelijker te formuleren: Olivia is dermate egocentrisch dat ze niet alleen een emotieblokkade, maar ook bij vlagen autistische trekken heeft.

Overemotioneel en onverantwoordelijk

Hoewel de twee uit elkaar gegroeid zijn, en ondanks de visie van Olivia op haar broer (ze ziet hem als een overemotionele en onverantwoordelijke man, die het onheil over zichzelf heeft afgeroepen door zijn suikerziekte te verwaarlozen) voelt ze zich verantwoordelijk voor zijn lot. Ze besluit dan ook Marcus bij zich in huis te nemen in de periode van zijn herstel.

Het geordende gezin van de tweebenige, drukke vrouw die alles onder controle heeft, wordt uit elkaar getrokken door de ontwrichtende gast die leeft op emotionele ontlading. Dan heb je een conflictsituatie waaraan een schrijver met psychologiserende neigingen veel plezier kan beleven, en Gerritsen laat de boel dan ook op voortreffelijke wijze spaak lopen.

Daar komt bij dat ze er sowieso goed in is om de verhoudingen in een roman op scherp te zetten door een confronterende ziekte. Het gebeurde ook in haar voorlaatste roman Dorst, waar een moeder midden op de trambaan tegen haar dochter zegt dat ze dood gaat. Ook hier was de consequentie dat de dochter bij haar moeder ging wonen. Het ideaal is dan een catharsis waarbij mensen dankzij het noodlot dat ze met elkaar verbindt, ook betere mensen worden, maar dat is bij Gerritsen niet het geval. Ze blijven gewoon lelijk denkende mensen. Schitterend is de passage in Broer wanneer Marcus zijn entree maakt op een receptie op haar werk. Hij heeft vlak daarvoor een prothese gekregen. Olivia overziet de situatie en denkt: ‘Hij stond. Haar broer stond. Er was geen rolstoel. Hij had benen. […] Zijn geluk, zijn benen. Verraad. Al die tranen die hij in haar buurt had vergoten. Aanstellerij, een leugen. Ze liep op hem af. Haar handen trilden, ze wilde hem vastgrijpen, door elkaar schudden, zijn benen onder hem vandaan schoppen.’ Broer is een psychologisch mooi uitgewerkte roman, die dankzij de sterke dialogen ook overtuigt.

Troostrijke schouders

In het Boekenweekgeschenk lezen we zo hoe een vrouw op instorten staat, en steeds verder afdrijft van haar omgeving. Ze probeert in haar werk een bedrijf te redden dat exclusief serviesgoed verkoopt, maar dat blijkt onmogelijk. En al is het niet haar schuld, ze ligt er toch wakker van. Haar man, met wie ze altijd zo goed kon lachen om de emoties van anderen, begint opeens over een huwelijkscrisis. Haar twee zonen plaatsen vraagtekens bij de weinige emoties die hun moeder toont. En tot overmaat van ramp blijkt de tranen plengende broer geen loser, maar een sympathieke man met grote troostende schouders die haar hulp helemaal niet nodig heeft. Sterker nog: zijn aanwezigheid lijkt juist heilzaam voor het gezin. Niet voor niets is zíj degene die de kamer van haar broer in het revalidatiecentrum het meest gebruikt: ze kan zich er verstoppen en schuilen achter een façade van orde en regelmaat.

Buitengesloten door de wereld die haar vertrouwd is – zowel haar man als haar zonen hebben een beter contact met de broer dan zij – worstelt ze zich door de situatie heen tot die onhoudbaar wordt. Het gemis aan emoties, die ze altijd heeft weggestopt, het gemis aan echt contact worden komen samen in het geamputeerde been van de broer.

Jammer genoeg gaat dit mooie Boekenweekgeschenk net één pagina te lang door. Hoe het verder moet met Olivia wordt niet aan de verbeelding overgelaten, maar iets te veel ingevuld in een sentimentele scène die ook niet helemaal overtuigt. Misschien voelde Gerritsen ineens wat wroeging tegenover de hoofdpersoon met haar emotionele ellende, al mocht zij haar been dan wel behouden. In elk geval heeft het genre van de amputatieromans er een mooi exemplaar bij.