Doorbraak van rechts-nationalistische AfD is zorgwekkend

De rechts-nationalistische anti-immigratiepartij Alternative für Deutschland (AfD) haalde bij de verkiezingen zondag in drie Duitse deelstaten met gemak de kiesdrempel van vijf procent. In de oostelijke deelstaat Saksen-Anhalt haalde de partij zelfs een kwart van de stemmen, terwijl de sociaal-democratische SPD werd gehalveerd. Tevoren werd deze ‘Super-Wahlsonntag’ breed gekenschetst als een plebisciet over de koers van bondskanselier Angela Merkel in de vluchtelingencrisis.

Maar het zou te simplistisch zijn om uit de winst van de anti-immigratiepartij AfD te concluderen dat Merkels koers is afgestraft. Want lokale CDU-lijsttrekkers in Baden-Württemberg en Rijnland-Palts die zich in de campagne hadden afgezet tegen de koers van hun partijleider, verloren. In deze deelstaten wonnen respectievelijk de Groenen en de SPD met lijsttrekkers die zich nadrukkelijk hebben uitgesproken vóór Merkels ‘Willkommenskultur’.

De hoge opkomst bij deze verkiezingen geeft aan dat de democratie in Duitsland springlevend is en dat is positief. De uitslag duidt erop dat de trend doorzet die sinds de laatste Bondsdagverkiezingen in 2013 inzette: een verdere verbrokkeling van het Duitse partijlandschap. Het tijdperk van de grote volkspartijen CDU en SPD, die nu nog samen de Grote Coalitie vormen op nationaal niveau in Berlijn, komt aan zijn eind. Zondag krabbelde de kleine liberale FDP, die in 2013 van het nationale toneel werd gevaagd weer wat op. De AfD was in 2014 al in het Europees Parlement gekozen en is nu in acht van de zestien deelstaatparlementen present. Bij het vormen van coalities zullen meer dan twee partijen nodig zijn. Dat geeft misschien minder stabiliteit maar wel meer ruimte voor afwijkende meningen.

Wat zich aftekent, is een duurzame verschuiving waarbij rechts van CDU/CSU wel degelijk een democratisch gekozen partij mogelijk is – iets wat decennialang werd uitgesloten. Aan die kunstmatige uitsluiting van rechtspopulistische partijen, een erfenis van het naziverleden, komt langzamerhand een einde. Als de AfD erin slaagt volgend jaar ook in de Bondsdag gekozen te worden, is Duitsland binnen Europa in feite genormaliseerd: immers, overal zijn rechtsnationale of -populistische partijen in de parlementen vertegenwoordigd.

Daarbij moet wel worden bedacht dat de AfD van 2016 een andere is dan de conservatief-liberale en burgerlijke anti-europartij die door de Hamburgse econoom Bernd Lucke in 2013 werd opgericht.

Vorig jaar werd Lucke met zijn medestanders uit de partij gezet en sindsdien wordt de dienst uitgemaakt door partijleider Frauke Petry, die aanschurkt tegen de radicaliserende rechtse burgerbeweging Pegida. Petry meent dat de politie „desnoods ook van vuurwapens gebruik mag maken om illegale grensoverschrijding te verhinderen”. Dat haar partij desondanks, of misschien wel daarom, nu zo hoog scoort, baart zorgen.