Column

De zondagsrust is niet meer

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl Twitter @Juttachorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Om half elf staat het fietsenrek voor Albert Heijn al vol. In de tuinkamer van het Centraal Museum zit het personeel om de vergadertafel. Van drie kanten beieren de klokken. Een moeder, sigaret in de mond, duwt een kinderwagen voort. Een echtpaar steekt de Catharijnesingel over. Zij draagt een vilten hoedje en paarse kousen, hij een stijve regenjas. Zo ziet de zondagochtend in Utrecht eruit.

Afgelopen week werd de Wet op de zondagsrust met een achteloze pennenstreek geschrapt. „Niet meer van deze tijd”, zei Kamerlid Fatma Koser Kaya – de dooddoener van de seculiere hervormers.

Ik denk aan de oasetjes van rust die worden volgebouwd en voorgoed verdwenen zijn. Je hoefde toch niet per se naar de kerk op zondagochtend om wel te kunnen genieten van de relatieve stilte en het luiden van de kerkklokken dat de stilte eerder onderstreepte dan doorbrak. Als ik ze hoor, denk ik altijd even aan de gemeenschap die zich erdoor in gang laat zetten, en dat vind ik een geruststellende gedachte.

D66 viert het einde van de zondagsrust als een overwinning op de achterlijkheid. Dat het gevecht allang beslecht was – gemeenten hadden al de mogelijkheid om evenementen vóór 13.00 uur op zondag toe te staan en sinds 2012 is de winkelsluiting vrijgegeven – maakt voor het effect niet uit. Het kan nu niemand meer worden verboden de kerkgang of wat voor rust dan ook van anderen te verstoren.

Keuzevrijheid heet dat, ik noem het seculiere dogmatiek.

In het wereldbeeld van D66 zijn alle Nederlanders zelfstandig, welvarend, goed opgeleid en in staat om op basis van eenduidige informatie hun eigen leven te bestieren. Maar lees het zondag verschenen rapport God in Nederland: voormalige kerkgangers zijn niet per se atheïst geworden, maar twijfelen, zijn onzeker over wat ze geloven. Ze hebben nog geen vorm gevonden voor die twijfel.

Ik was dit weekend op een jubileum van het Katholiek Vrouwendispuut, waar 120 vrouwen een gemeenschap vormen, een debatclub op katholieke grondslag – ook dat is geloven. „We zijn blij met de liberale ideeën van de nieuwe paus, en nou gaat de rijksoverheid vrijheden als de zondagsrust beperken”, zei een deelneemster.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken wilde aanvankelijk het wetsvoorstel ter afschaffing van de Zondagswet naast zich neerleggen. „Voor sommige bevolkingsgroepen heeft hij nog een belangrijke symbolische waarde”, zei hij.

De meerderheid beslist, goed – maar waarom zou de meerderheid zich niet over de minderheid ontfermen en ruimte voor hen laten. Ik vraag me af waarom die liberale D66’ers, fanatiek als de Inquisitie, met de stofkam de laatste christelijke sporen uit de wetten trekken. Zijn ze bang voor Spakenburgs salafisme?