Afscheid met bloedspetters

Van de vijf schaatsers die afscheid namen, was Stefan Groothuis de beste sprinter. „Alle prijzen die ik wilde, heb ik gewonnen.”

Ronald Mulder, Kai Verbij en Stefan Groothuis in actie op de teamsprint tijdens de wereldbekerfinale in Thialf. Foto Jerry Lampen/ANP

Helemaal alleen zit Stefan Groothuis op het bankje op het middenterrein van Thialf. Zojuist heeft hij zijn allerlaatste rondje gereden als topschaatser, en in 26,8 seconden de Nederlandse ploeg met 0,01 seconde verschil aan de overwinning geholpen op het nieuwe onderdeel teamsprint. Dan met zoontjes Luuk (4) en Ties (2) op de arm een onvergetelijke ereronde. Emoties genoeg.

Nog één keer pakt hij een doekje, veegt tussen duim en wijsvinger het ijs van de ijzers, stopt zijn schaatsen in de rugtas. Zwaaien naar vrouw Ester – „zij heeft me al die vijftien jaar gesteund” – en hun zoontjes op de leegstromende tribune, dan de tunnel in onder het ijs. Ja, ook na zijn laatste wedstrijd heeft hij zijn schaatsen toch maar weer gewoon afgedroogd, vertelt hij monter. „Stel dat je ze over een jaartje weer eens pakt en ze zijn verroest. Dat wil je niet.”

Bij alle spannende races in het alweer uitverkochte Thialf stond de finale van de wereldbeker afgelopen weekeinde vooral in het teken van afscheid nemende Nederlandse schaatsers. Wonderstayer Bob de Jong (39), die en passant zijn biografie Anders presenteerde, kreeg als eerste na Ard Schenk en Sjoukje Dijkstra de oeuvreprijs van schaatsbond KNSB. I did it my way, galmde door Thialf terwijl de gestopte olympisch en zevenvoudig wereldkampioen nog een keer lachend langs zijn fans op de tribunes liep. In zijn schaduw was er een gouden speld van de bond voor Wouter Olde Heuvel (29), Margot Boer (30) en Diane Valkenburg (31), die tien jaar lang hun sport kleur gaven.

En er was het afscheid van Stefan Groothuis (34). Olympisch kampioen op de duizend meter van Sotsji 2014, twee jaar daarvoor wereldkampioen sprint in Calgary en goud op de duizend meter bij de WK afstanden in Thialf, zesvoudig nationaal kampioen sprint. Ondanks zijn grote successen nooit uitgegroeid tot een publiek idool als Sven Kramer of de sprinttweeling Michel en Ronald Mulder. Maar wel een sportman met een bijzonder verhaal vol tegenslagen, en een unieke kijk op de zin en waanzin van een leven in de topsport.

„Eindelijk! Eindelijk! Eindelijk!” Groothuis bleef die zondagavond in februari 2012 op de Olympic Oval van Calgary maar schreeuwen na zijn wereldtitel sprint, inclusief een nationaal record op de duizend meter (1.06,96). Niemand sprong explosiever de hoogste trede van het podium op dan ‘Bokito’, zoals zijn bijnaam luidt. „Die titel was een overwinning op mezelf”, zei hij zaterdag in Thialf.

Natuurlijk was hij de tien jaar daarvoor soms dicht bij stoppen geweest, zoals zijn oude coach Kosta Poltavets nog eens memoreerde. „Stefan heeft het zeker niet cadeau gekregen voordat hij zijn naam met gouden inkt in de schaatsgeschiedenis schreef.” Doorkliefde achillespees, ziektes, valpartijen, diskwalificaties. En dat was nog lang niet het ergste.

Achter het sprookje van ‘de aanhouder wint’ school een diepe depressie, vertelde Groothuis een jaar na zijn wereldtitel in NUsport. Jankend op bed, angst voor een psychose. Bètablokkers en valium. „Ik heb de meest zwartgallige gedachtes gehad.” Tot zelfmoord aan toe.

Geen verhaal waar topsporters graag mee te koop lopen, hoewel in hun wereld de hoge pieken en diepe dalen dicht bij elkaar liggen. „Na mijn verhaal kwamen ook van collega’s veel reacties”, sprak hij op een zomers trainingskamp in het Italiaanse Cecina, in de aanloop naar de Spelen van Sotsji. „Dan blijkt dat heel veel sporters met problemen kampen waarmee ze niet naar buiten komen.”

Voor Groothuis sindsdien geen schijnwereld meer, waarin alles altijd maar perfect moet zijn. „Topsport wordt op een stereotype manier geprofileerd in de media. Het is een spel waar je met z’n allen aan meedoet, ik heb er zelf ook aan meegedaan. Dat het alleen maar schone schijn moet zijn of zo. Je hebt gefaald of juist niet. Je bent de held of de schlemiel. Voor veel topsporters hebben die extreme oordelen grote impact. Maar je hoeft je als sporter toch niet te schamen als het niet goed gaat? Het ís niet alleen maar mooi.”

Maar die woensdag de twaalfde februari van 2014 is het wel even louter extase, in de Adler Arena van Sotsji. Ook nu weer tegenslag in de aanloop, met een gebroken kuitbeen en zijn vrouw in het ziekenhuis. Maar Groothuis trapt niet meer in de valkuil van te veel motivatie. Gewoon doen wat hij kan. Met de gekende harde klappen ‘maait’ hij naar 1.08,39. Goud! Daar sneuvelt de bril van coach Jac Orie in een wilde omhelzing. „Stefan geeft nooit op. Nooit, nooit, nooit!”

Twee jaar later is het mooi geweest. „Alle prijzen die ik wilde, heb ik gewonnen”, zegt Groothuis. Met als toetje winst op de teamsprint in een vol Thialf. Maar ook nu niet zonder ‘tegenslag’. In de eerste bocht raakt hij met de rechterhand de schaats van zijn voorganger Kai Verbij. „Best een bloedbad”, zegt hij lachend, wijzend naar de spatten op zijn pak.

Nee, in het schaatsen keert hij niet snel terug. „Ik heb het zeventien jaar fulltime gedaan, ik ga nu meerdere jaren iets anders doen. En vanavond zit ik met een biertje op de bank.”

    • Maarten Scholten