Maatschappelijk belang van kerken neemt verder af

Nederlanders hebben sinds 2015 zelfs meer vertrouwen in de politiek, dan in de kerk.

Bezoekers tijdens de viering van de 40ste editie van de EO-Jongerendag in de Gelredome. ANP / Piroschka van der Wouw

Het maatschappelijk belang van kerken neemt af. De afgelopen tien jaar is niet alleen het aantal Nederlanders dat lid is van een kerk opnieuw gedaald (van 39 naar 32 procent) en is het aantal mensen dat nooit de kerk bezoekt gestegen (van 47 naar 59 procent), ook hechten zij minder belang aan religie bij belangrijke momenten.

In 2006 vond 73 procent religie nog belangrijk bij geboorte of overlijden, in 2015 was dat teruggelopen naar 59 procent. Voor hun identiteit als Nederlander vindt nu 35 procent religie belangrijk. In 2006 was dat nog 48 procent.

Dat blijkt uit het onderzoek God in Nederland dat sinds 1966 ruwweg eens in de tien jaar is uitgevoerd. Deze vijfde editie beslaat dus een halve eeuw christelijk geloof (en christelijk ongeloof). Niet-christelijke religies – waarvan nu 7 procent van de Nederlanders aanhanger is – worden bij dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek, samengesteld door Ton Bernts van het Kaski-instituut van de Radbouduniversiteit Nijmegen en Joantine Berghuijs van de Amsterdamse Vrije Universiteit, is gebaseerd op een uitvoerige enquête onder 2.140 respondenten.

De trend van de secularisering is niet verrassend. Sinds 1966 neemt het aantal kerkleden gestaag af. De slinkende maatschappelijke betekenis van religie is wel een ontwikkeling die het laatste decennium is versneld. De helft van de Nederlanders ziet nauwelijks negatieve effecten als de kerken volledig zouden verdwijnen.

Zelfs de politiek haalde de kerk in

Kerken stonden in 1996 nog, achter de wetenschap, tweede op een lijstje van instituten waarin men vertrouwen had. In 2006 scoorden alleen politieke partijen lager dan de kerk. In 2015 heeft zelfs de politiek de kerk ingehaald.

Voor zover van geloof nog sprake is, is het almaar vager geworden. Een god die zich persoonlijk met jouw leven bezighoudt, daarin gelooft nog maar 17 procent van de leden van de katholieke kerk. Bij de ‘kleine’ protestantse kerken is dat geloof bij 83 procent van de leden aanwezig. Maar ook het aantal ‘ietsisten’ (mensen die geloven in ‘een hogere macht’) is de laatste tien jaar ineens snel geslonken: van 40 procent in 1979, naar 39 in 1996, 36 in 2006 tot 28 procent nu.

In de plaats van de zekerheid van het geloof komt niet de zekerheid van het ongeloof. In tal van categorieën van de enquête komen vaker dan vroeger antwoorden als ,,weet niet” of ,,misschien”. Zelfs op een ruim gestelde vraag als: ,,Ik heb er behoefte aan af en toe de zin van mijn leven te overdenken”, geven de meeste mensen het antwoord ,,klopt gedeeltelijk”. En op de heel specifieke vraag: ,,Gaat de vrijheid van meningsuiting zover dat kwetsen van religieuze groepen mag”, is het percentage mensen dat ,,weet niet” antwoordt verzevenvoudigd.