Ze bleef altijd de vrouw die ze speelde

Haar oeuvre telt één rol. Toch was Diana Gangaram Panday (1948-2016) een filmster tot het eind van haar leven.

Diana Gangaram Panday, links als de legendarische Rubia uit de Surinaamse filmWan Pipel.

Een schriele vrouw in een scootmobiel versierd met kunstbloemen, met heel veel kleren aan tegen de kou. Dat is Diana Gangaram Panday als Jopie Heydeman (85) haar leert kennen op straat in Dordrecht. Ze rouwt om haar geliefde Charlie, straatmuzikant, overleden in 2011. Ze rookt wiet. In haar tas heeft ze een blikje bier met een washandje eromheen. Ze vertelt, in tranen, over Suriname. Dat ze is geslagen door haar vader, dat haar moeder niets met haar te maken wil hebben. Bij het afscheid roept ze dat ze ook nog filmster is geweest. „Toen wist ik zeker dat ze niet helemaal fris was”, zegt Jopie Heydeman. Maar een Surinaamse vriendin aan wie ze het verhaal vertelde, wist direct om wie het ging: de legendarische Rubia uit de film Wan Pipel.

Gangaram Panday, vorige maand in Paramaribo overleden op 67-jarige leeftijd, versmolt op haar 27ste met Rubia Soekdew, hoofdpersoon uit Wan Pipel (1976). Tegen de wil van haar filmvader kiest de hindoestaanse schoonheid voor Roy, een creool, die op zijn beurt haar en Suriname verkiest boven Holland en zijn Nederlandse vriendin (gespeeld door Willeke van Ammelrooy). De film, verschenen toen Suriname zich losmaakte van Nederland, was in Suriname een gigantisch succes. „Het was de eerste film waarin Surinamers zichzelf konden herkennen”, zegt regisseur Pim de la Parra, die met zijn vriend Rudi Kross ook het scenario schreef.

Gangaram Panday had voor de film al een leven achter de rug. Ze was geboren als Tulawati Devie in een traditioneel hindoestaans gezin met elf kinderen. In familiekring heette ze Loes, later doopte een zanger haar om tot Diana.

In de cultuur waarin ze opgroeide werden meisjes geacht hun mond te houden en zich te voegen. Al jong kreeg ze het stempel ‘onhandelbaar’. Terwijl haar drie zussen zelf hun man uitkozen, wilde haar vader haar uithuwelijken toen ze dertien was, vertelt ze in interviews, waarna ze een zelfmoordpoging deed door azijn te drinken. Haar vader overleed jong, in 1964. Op haar zestiende liep ze weg en kreeg een zoon met een Javaan.

In de jaren erna strandde die relatie, ging ze naar Europa, haalde in Nederland een kappersdiploma, werkte in Duitsland als buikdanseres, trouwde met een Duitser. Toen ze in de bar van hotel Torarica, Paramaribo, werd ‘ontdekt’ door Borger Breeveld, haar tegenspeler in Wan Pipel, was de echtgenoot uit beeld en had ze ook een dochter.

Wan Pipel maakte haar leven niet eenvoudiger. Voor het conservatieve deel van de hindoestaanse gemeenschap was Rubia een hoer door haar relatie met een creool. De film was zo levensecht dat veel mensen geen onderscheid maakten tussen acteurs en personages. Gangaram Panday werd nageroepen, uitgescholden, aangevallen op straat. Uiteindelijk verlaat ze Suriname. Haar dochter neemt ze mee, haar zoon blijft bij haar moeder.

In Nederland treedt ze eerst nog op, maar vereenzaamt en vlucht in de drank, vertelt ze in een Zembla-uitzending uit 1995. Ze loopt dan al met een stok, na twee heupoperaties. In 1981 heeft ze een single uitgebracht met een lied over haar leven, „om Suriname, mijn familie te laten weten wie ik ben”. Ze bezingt zichzelf als een „eenzaam eenzaam eenzaam meisje / misschien heb ik zelf ook de schuld”. Ook haar dochter voedt ze niet zelf op. Ze bekeert zich tot het christendom.

Surinamers blijven haar begroeten als Rubia en ook zij zal Rubia nooit loslaten. Op de hoes van haar single staat boven de naam Diana een filmfoto van Rubia in verpleegstersuniform. Haar autobiografie Vrouw met vele namen krijgt als ondertitel Filmster van Wan Pipel Rubia. Generaties Surinamers kennen de film, die vaak wordt vertoond rond onafhankelijkheidsdag en in 2010 wordt gerestaureerd en gedigitaliseerd. Voor velen is Rubia een heldin, een rolmodel voor hindoestaanse meisjes. Ook het liedje ‘Rubia o Rubia’ van de Indonesische popzanger Mus Mulyadi draagt bij aan het beeld van Rubia als icoon van ware liefde.

Twee jaar geleden duikt opeens een foto op van Gangaram Panday met Desi Bouterse. Volgens de Suriname Herald is ze in Paramaribo „zonder enige plichtpleging” naar het kabinet van de president gestapt met het verzoek door hem te worden ontvangen. Er volgt een triomftocht langs de Surinaamse media. Ze blijft nu in Suriname, zegt ze in een tv-interview. „Hier zijn mijn fans. Mijn fans zijn mijn familie.” In de camera: „Ik ben en blijf jullie Rubia, die sterke vrouw die jullie van mij gemaakt hebben.” Later, tegen de interviewer: „Hebben jullie nog geen dorst?”

Ze rept niet meer van Charlie, de straatmuzikant om wiens dood ze zo hartstochtelijk heeft gerouwd. „Ze zei dat hij de liefde van haar leven was”, zegt Jopie Heydeman, die de wonderlijke Surinaamse nooit zal vergeten.

„Ik heb zo’n leuke herinnering aan haar. Om mee te praten was het een schat van een mens.”