Wachten in de regen, want de hoop blijft

De vluchtelingen bij de Grieks-Macedonische grens willen niet weg. Wachten in de regen om toch verder te mogen.

‘Welkom in Idomeni’, staat op een ledscherm boven de golfplaten die de lange rij wachtenden bij de medische hulppost schaduw moeten bieden. Gejoel klinkt op als ongeduldige jongemannen voordringen.

De Balkanroute is gesloten, maar wachtkamer Idomeni blijft vol. Overvol, met naar schatting rond de 14.000 vluchtelingen. Op het ruwe terrein aan de grens tussen Griekenland en Macedonië hebben duizenden mensen hun tentjes uitgespreid tussen waterplassen, vuilnis en prikkeldraad. Een man zonder benen in een rolstoel baant zich een weg op het hobbelige pad langs de gesloten spoorweg. De afrastering is over een lengte van honderden meters behangen met natgeregende kleren, dekens en slaapzakken.

„Het regent, regent, regent. En wij wachten, wachten, wachten”, zegt Halbast, een Koerd uit het Iraakse Erbil die verveeld voor een tentje zit. Zijn vrienden proberen een vuurtje te maken. De geur van Idomeni is het aroma van brandend sprokkelhout en plastic, het geluid van de talloze kinderen die spelen in modderpoelen en tussen roestige vrachtwagons die dienstdoen als geïmproviseerde woonkamers. Sinds eerder deze week het ene na het andere land op de route tussen Oostenrijk en Griekenland de grendel in het slot liet vallen, geraakt niemand nog voorbij het gesloten grenshek en de gepantserde terreinwagens van het Macedonische leger.

Hoop houdt hen hier

De Griekse overheid hoopt dat deze mensen uiteindelijk vrijwillig zullen vertrekken naar kampen die het elders in het land in gereedheid brengt. Over één tot twee weken moet Idomeni ontruimd zijn, zonder geweld, zei minister Nikos Toskas van Burgerbescherming. Voorlopig is het nog wishful thinking.

„Die mensen moeten inderdaad weg uit deze situatie”, zegt Babar Baloch, woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. „Veel kinderen dreigen ernstig ziek te worden.” Maar zijn collega's hebben het zichtbaar moeilijk om het kluitje mensen rond de UNHCR-container te overtuigen terug te gaan naar Thessaloniki. „Het probleem”, zegt Baloch, „is dat de capaciteit in die alternatieve locaties nog niet volstaat. En wat hen hier houdt, is hoop. Ze hebben gehoord dat er volgende week een Europese top is en vragen zich af of de grens dan misschien toch weer opengaat.”

Hoop, maar ook angst. Velen zijn bang dat ze, indien ze meewerken met de autoriteiten, straks niet terecht komen in het land waar hun familie al is. Of waarop ze gewoon hun zinnen gezet hadden. „We willen naar Nederland of België”, zegt Mohammed, een ingenieur uit het Syrische Deir-Ez Zor. „Maar misschien sturen ze ons straks naar Cyprus of Bulgarije.”

Dus blijven ze voorlopig nog even in het kamp, dat ondanks de chaos ook trekjes is gaan vertonen van een permanente nederzetting. Tegenover het café nemen mensen in een nagelnieuw ogend kantoortje van Western Union geld op dat is overgemaakt door familieleden en vrienden. Een koerierdienst bezorgt pakjes. Pensions in de omgeving zitten vol. De bussen uit Athene en Thessaloniki zaten de afgelopen tijd steeds vaker vol vrouwen en kinderen. Die maakten volgens de UNHCR meer dan 60 procent uit van alle vluchtelingen in februari.

De blokkade bij de Grieks-Macedonische grens maakt andere regeringen in de regio bezorgd dat de Balkanroute zich zal vertakken in een reeks diffuse, moeilijker bereisbare trajecten. „Mensen praten nu over de mogelijkheid naar Albanië te trekken”, zegt vrijwilliger Hendrik de Kok (21), een student verpleegkunde uit Tilburg. Nu nog blijft het vaak bij praten, zegt een woordvoerder van het Albanese kantoor van de Internationale Organisatie voor Migratie telefonisch.

Niettemin kondigde Albanië al gezamenlijke militaire grenspatrouilles aan met Italië, waar vluchtelingen vervolgens per boot heen zouden trekken. De Bulgaarse regering zegt de aanleg te overwegen van een hek langs de grens indien vluchtelingen uit Griekenland naar Bulgarije gaan. De Oostenrijkse autoriteiten meldden dat de route vanuit Turkije langs Bulgarije en Hongarije weer aan populariteit lijkt te winnen onder smokkelaars.