Ombudsman

Waarom betaalde de krant die Maya-reis niet zelf?

Redacteur Dirk Vlasblom beschrijft beeldend hoe de jukbeenderen en licht gebogen neus van een indiaanse vrouw in het vliegtuig naast hem, in de lijnvlucht van Guatemala-Stad naar Petén, „een schok van herkenning” teweegbrengen: een klassiek Mayareliëf! Vlasblom reist door het land, interviewt deskundigen en observeert (De Maya’s zijn nog onder ons, 27 februari).

En onder het stuk zelf stond dit: „De auteur reisde op uitnodiging van het Drents Museum”.

Dat is toevallig: laat dat Drents Museum te Assen nu net een spectaculaire tentoonstelling hebben ingericht over de Maya’s, die opengaat de dag nadat Vlasbloms stuk in de krant stond. Dat werd vermeld in een apart kader (Drents Museum belicht klassieke Maya’s).

Geen toeval: het Drents Museum betaalde een reis van een week voor negen journalisten (NRC, ANP, de Telegraaf, het Dagblad van het Noorden, het Museumtijdschrift, het Archeologie Magazine, Quest, en twee man van Omroep Drenthe) naar Guatemala. Geen wonder dat die dood gewaande Maya’s in de media opduiken: zie ook de cover van het kwartaalschrift Quest Historie (‘Heerlijk opgaan in het verleden!’).

En de voorpagina van Wetenschap.

Was dat „reisde op uitnodiging” duidelijk genoeg? Nee, bij nader inzien niet, zegt chef Wetenschap Hendrik Spiering. Uitnodigen kan iedereen – betalen niet. Er had op zijn minst iets moeten staan als: „Deze reis is betaald door het Drents Museum, dat geen voorwaarden heeft gesteld aan de inhoud en geen inzage in het artikel heeft gehad.”

Transparantie wordt in de journalistiek steeds vaker als deugd gezien; in Amerika heet het zelfs „de nieuwe objectiviteit”. En media eisen het ook van anderen: zie het onderzoek in deze krant naar de lobbypraktijken van Ben Bot, die „gebrek aan transparantie” wordt verweten. Maar dan moet de krant het zelf ook zijn, natuurlijk, als een museum komt lobbyen voor een mooie tentoonstelling.

Al eerder schreef ik over zulke reizen (Betaalde reizen: de krant gaat soms mee, waarom? 26 april 2014). De hoofdredactie heeft de regels aangescherpt: in het Stijlboek van de krant staat nu dat die „als regel” geen gratis reizen „van belanghebbenden” aanneemt. Als dat wel gebeurt, moet het zijn omdat „wij anders niet kunnen deelnemen” aan een relevant programma – en dan moet duidelijk worden vermeld dát en wát er is betaald (vlucht, hotel of andere kosten).

Tja – deze reis lijkt me daarmee in strijd. Hoe onbereikbaar is Guatemala? En zou er echt geen rekening gevraagd kunnen worden voor deelname?

Maar de Maya’s staan niet alleen.

Een trouwe lezer van het lifestylekatern maakte me attent op een recente reisreportage in Lux. Een bezoek aan het culinair laboratorium elBulli van de Spaanse topchef Ferran Adrià in Barcelona (Wat is koken, 5 maart).

Opnieuw ging het om een opening: Adrià’s portret besloeg de cover (De Chef die kookt op papier). Het katern was ook verder geheel aan hem gewijd: een stuk over zijn methode en een bespreking van een tentoonstelling over zijn werk, te zien in Marres, Huis voor Hedendaagse Cultuur te Maastricht.

Onder de reportage stond dat het bezoek aan Barcelona „werd georganiseerd” door: Marres, Huis voor Hedendaagse Cultuur te Maastricht.

Dat is toevallig: er gaat net een tentoonstelling open!

Dus dan ook betaald?

Inderdaad, zegt chef Lux Laura Wismans. Marres betaalde de reis voor een groepje journalisten, ter gelegenheid van de tentoonstelling. Nou ja, het ging ook maar om een retourtje Barcelona, op één dag heen en weer.

Waarom ging de krant daar op in?

Omdat het een buitenkansje was, benadrukt de chef. Adrià is wereldberoemd. Wel zes collega’s waren op haar afgestapt, toen Marres aankondigde dat hij naar Maastricht zou komen.

Ja, want de topkok komt. Cultuurhuis Marres, leert een blik op de site, organiseert namelijk niet alleen die tentoonstelling maar ook een exclusief fundraisingdiner met Ferran Adrià. Vernissage en couvert: 1.000 euro per persoon, „er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar”. En o ja, een dag eerder: een ‘dialoog’ met Adrià (uitverkocht).

Kortom, een topevenement.

Prima als de redactie dit culinaire topevenement smakelijk vindt.

Alleen zou ik ook in dit geval zeggen: laat de krant de reis dan ook zelf betalen. Inderdaad, een ticket Barcelona kost geen fortuin – reden te meer om zelf de portemonnee te trekken.

Het standaardverweer van journalisten bij zulke reizen is: we mochten echt alles schrijven wat we wilden! Onafhankelijkheid heus niet in het geding.

Nee, dat geloof ik graag (het zou er nog bij moeten komen). Alleen, bij redactionele onafhankelijkheid gaat het niet alleen om de vraag of journalisten mogen schrijven wát ze willen, maar ook wanneer en waarover ze willen. Door reizen aan te bieden, creëren bedrijven en instellingen aandacht voor hun onderwerpen, op het moment dat het hen het beste uitkomt.

Dat heet gesponsorde journalistiek – het Drents Museum rekent niet voor niets achteraf uit hoeveel advertentiewaarde de resulterende artikelen in diverse media vertegenwoordigen. Een stel journalisten meenemen op reis is nog altijd goedkoper dan een landelijke advertentiecampagne.

Een medium dat daar geen been in ziet, laat zijn journalistieke agenda bepalen door sponsors. Bij gespecialiseerde tijdschriften over reizen of eten, is dat allang de praktijk. Veel kranten in binnen- en buitenland doen het ook, en leggen daar op uiteenlopende manier verantwoording over af – of niet.

Maar een krant die zich laat voorstaan op eigen keuzes en transparantie, zou er zeer terughoudend mee moeten zijn of, nog beter, het gewoon niet doen.

Onafhankelijkheid houdt ook in: je eigen agenda bepalen én betalen.