Vrouwen zijn gek, mannen zijn slecht

Van alle levensdelicten in Nederland wordt één tiende gepleegd door een vrouw. Meestal gaat het om moord binnen het gezinsverband.

In de meldkamer rinkelt om 23.35 uur de telefoon. „Politie Haaglanden, goedenavond.” „Ja goedenavond.” Een mevrouw aan de lijn. Donderdagavond 27 januari 2011.

„Ik heb mijn vriend een ehhh uurtje geleden doodgestoken.” „En dat is in de woning waar u nu nog bent?” „Ja, ik ben daar nog ja.”

De mevrouw geeft op verzoek het adres en voor- en achternaam.

„En uw vriend, die is in de woning nog dus?” „Ja, die ligt hier op de grond naast me.”

Man is bad, vrouw is mad

Van alle levensdelicten in Nederland wordt een tiende gepleegd door een vrouw. De verdeling is constant over de tijd. Zo is in de database van Universiteit Leiden met alle moord en doodslag sinds de jaren negentig één tiende van de daders vrouw. En ook uit onderzoek van NRC deze krant naar alle levensdelicten tussen 2011 en 2013 – en de daaruit voortgevloeide straf – blijkt de verdeling een perfecte: 301 daders, 271 man, 30 vrouw.

„En dat mes, waar is dat mes nu gebleven mevrouw?” „Dat ligt op het aanrecht.” „Dat ligt op het aanrecht.”

Onder vrouwelijke daders is moord in gezinsverband – kind, partner – sterk oververtegenwoordigd: 19 van de 30 moorden. Dat verklaart ook volgens Marieke Liem, criminoloog aan Universiteit Leiden, waarom vrouwen die een levensdelict plegen gemiddeld ouder zijn dan mannen. Je bent meestal wat ouder voor je een gezin hebt.

Uit het NRC-onderzoek: vrouwen 42,8 jaar, mannen 34,5 jaar. Mannen doden volgens Liem vaker in het nachtleven, het criminele circuit, na beroving. Bij hen speelt een wilde levensstijl een rol. Onder vrouwelijke daders zie je zulke omstandigheden zelden.

„Oké. Als de politie zo bij u aan de deur staat, dan kunt u de deur wel open doen? Dat gaat u lukken?” „Ja, dat gaat mij inderdaad lukken. Ik ben er vrij rustig onder. Het is een appartement, ze, ze, ze moeten maar even kijken, het is een hal. Een entree, d’r zijn drie entrees.” „Oh.” „Ja, en ze moeten er eentje hebben.” „Ja.”

Vrouwen zijn meer ‘hands on’ als ze iemand om het leven brengen. Ze hanteren verwurging, het keukenmes. Mannen gebruiken vaker vuurwapens. Mannelijke daders worden dan ook meestal gezien als ‘bad’, vrouwen als ‘mad’.

En deels klopt dat idee wel, zegt Marieke Liem, die motieven voor moord en doodslag onderzoekt. Zeker bij kinderdoding, 41 procent van de levensdelicten die vrouwen plegen, speelt een psychische stoornis vaak een rol. Moeders met een psychose die hun kind willen behoeden voor een ‘vreselijke toekomst’, moeders met een depressie, moeders die bepaalde defecten zien in hun kind. Ook zijn er moeders die doden uit ontkenning van hun pasgeborene of omdat een ruzie met zoon of dochter uit de hand liep.

„Ik doe gewoon open, is geen enkel probleem.” „Waar nummer 97 bij hoort van het flatgebouw?” „Ja, inderdaad.” „Daar moeten ze in ieder geval zijn.” „Ja, ik doe, ik doe.” „Welk portiek is dat?” „Ja, het ligt.” „Weet u dat?” „Ja, ze kunnen.... van een kant mag je niet inrijden en vanaf de andere kant mag dat wel. Vanaf de kant waarvan ze mogen inrijden, zeg maar, is het het eerste portiek. Vanaf de kant waar ze niet in mogen rijden is het het laatste portiek.”

Battered woman

Bij partnerdoding is het „battered woman syndrome” een populaire verklaring. Vrouw zit in een afhankelijkheidsrelatie met haar man en ziet na lange periode van stress geen andere uitweg. Wat eraan vooraf gaat, is vaak cyclisch, zegt Liem: na geweld volgt goedmaken volgt geweld volgt goedmaken. Fysiek geweld escaleert, totdat bij de vrouw het idee opkomt: het is hij of ik.

Lees ook: Wel dood, geen moord en Een moord is nooit gemiddeld

„Eerste portiek, oké, maar het is een uur geleden gebeurd zegt u?” „Ja, ik weet niet hoe laat het nu is. Ik ben alle besef van tijd en zo kwijt.” „Het is nu, het is nu 8 minuten over half 12. Wanneer is het gebeurd dan mevrouw?” „8 minuten over half 12, zegt u dat?” „Het is nu 8 over half 12.”

Het idee van een dader die óók slachtoffer is leidt bij de rechter tot gemiddeld lagere straffen voor vrouwelijke plegers van een levensdelict. Ze worden vaker veroordeeld voor doodslag – handelen in opwelling – en minder vaak voor moord – voorbedachte rade.

Toch zijn er volgens Liem ook genoeg voorbeelden van vrouwen die hun partner doelbewust om het leven brengen. Wraak, financiële redenen kunnen een motief zijn. Of ze beramen een plan met een handlanger, hun nieuwe vriend.

„Oké, het zal rond een uurtje of kwart voor 10, 10 uur gebeurd zijn.” „Rond kwart voor 10?” „Ja, 10 uur zoiets.” „Oké.” „Ik, ik, ik weet het niet precies.” „En was d'r nog een bepaalde aanleiding of niet?” „....” „Mevrouw.” „Ja, het speelt al ehh het is ongeveer een jaar. Hij heeft me vanavond tot het uiterste gedreven. Ik k... ik kon gewoon niet meer.”

Testosteron

Waarom blijft moord en doodslag vooral een mannenzaak? Testosteron?

Voor een hormonale verklaring is nooit bewijs gevonden, zegt Liem. Wel is de psycho-evolutionaire theorie populair: de man, gericht op voorplanting, wil zijn genen verspreiden. Bij dreiging, zoals concurrentie, denkt hij: uit de weg ruimen.

Ook partnerdoding, vaak uit de hand gelopen fysiek geweld, is zo te verklaren: moord en doodslag als geweldsexplosie voortgekomen uit controledrang van de man, bedoeld om te voorkomen dat zijn vrouw door een ander wordt geïnsemineerd. En deelname aan het criminele milieu, wat de kans op een levensdelict vergroot: de man vergaart geld, auto’s en sportschoenen om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor potentiële partners.

„Oké. Nou, ik neem aan dat u de collega’s die ter plaatse gaan komen... eh ... in ieder geval ehh, verder ehhh…” „Ja.” „Het verhaal verder kunt vertellen. U bent er gelukkig rustig onder. Blijf ook vooral rustig.” „Ja, ik probeer het....” Een lach. „Ga de collega’s binnen laten zodra ze daar zijn. Hou even de deur in de gaten, dat u open kunt doen voor ze.” „Ja, doe ik zeker. Ja, dat doe ik zeker.” „Oké?” „Ja, oké, doe ik.”

Voor de vrouw ligt doden volgens de theorie minder voor de hand. Ze weet zeker dat nageslacht van haarzelf is. Dat maakt haar controledrang kleiner. Er is sowieso minder kans op – geëscaleerde – uitoefening van controle omdat haar reproductietijd kleiner is. Een sterkere verklaring, vindt Liem, is dat mannen er een vrijere en wildere levensstijl op nahouden dan vrouwen.

„Dan wens ik u heel veel sterkte mevrouw.” „Dank u wel hoor. Hoe lang duurt het ongeveer voordat ze hier zijn?” „Ze zijn nu direct onderweg.” „Oké, hartstikke fijn. Dankjewel.” „Oké, alstublieft.” „Dag.” „Dag.”

Dertien minuten na het allereerste contact met de meldkamer opent de 47-jarige Marion M. de deur van een flat in Voorburg. „Komt u binnen”, zegt ze tegen de agenten. „Hij ligt om het hoekje, in de keuken.”

De rechter zou de vrouw in mei 2012 veroordelen tot negen jaar celstraf wegens doodslag. Aanwijzingen voor een psychische stoornis waren er niet en ook een helder motief ontbrak. Vlak na haar doodsteek stuurde ze een sms aan een bekende:

„Zijn ver gegaan. Wonen sinds juni vorig jaar samen. Hij heeft vaak gezegd dat ie ook van mij houdt. Maar ik kom te dichtbij. Breek door zn muur. En dat vind ie moeilijk. En dan loopt ie weg. Maar komt na een paar dgn weer terug. Omdat ie zo gek op me is zegt hij. Hij vindt me zo mooi. Maar trapt me ook zo onder de grond. Vanavond was de grens. Ik mis m.”

Over dit onderzoek: De dataset die voor dit onderzoek is gebruikt, is onder meer gebaseerd op de jaarlijkse publicatie van Elsevier met daarin de levensdelicten die dat jaar zijn gepleegd. De data van delicten gepleegd tussen 2011 en 2013 zijn geverifieerd bij het Openbaar Ministerie en rechtbanken. Daar zijn vervolgens de uitspraken bij gezocht. Opgenomen zijn alleen levensdelicten waarbij een dader schuldig is bevonden aan moord of doodslag. Sommigen hebben geen straf gekregen, bijvoorbeeld omdat ze volledig ontoerekeningsvatbaar werden verklaard. Ook zaken met ‘dood door schuld’ zijn niet opgenomen. Voor de classificatie zijn uitspraken via rechtspraak.nl bekeken. Uitspraken die daar niet op stonden, zijn bij het Openbaar Ministerie en gerechtshoven opgevraagd. In totaal gaat het om 301 uitspraken. Daarvan hebben er 112 ook in hoger beroep gediend. De database is actueel tot en met december 2015.