Van light naar super naar gewoon eten

In tien jaar tijd richtte Nederland zich op ‘gezond’ eten. En op meer bewegen, al dan niet in lycra gehuld. Toch zal het meten en weten het komende decennium het hardst veranderen, schrijft Wim Köhler.

DEN HAAG - Marqt, de duurzame winkelketen voor 'echt eten', opent in Den Haag de vierde winkel in Nederland. Marqt verkoopt duurzame, biologische en lokale producten. Foto Valerie Kuypers/ANP

Melk die je lekker doet inslapen. Yoghurt die je eetlust remt. Margarine waar kinderen intelligenter van worden. 2006 was een doorbraakjaar voor ‘gezondheidsbevorderende’ voeding.

Het logo van Kies Bewust (het groene vinkje) verscheen voor het eerst op verpakkingen in de supermarkten. Het Europees Parlement maakte een eind aan de wildgroei van het woord ‘light’ op verpakt voedsel. Dat mag er sinds 2006 alleen op staan als er 30 procent minder vetten, suikers of calorieën in zitten dan gebruikelijk.

Vooral die eetlustremmende Optimel Control-yoghurt was niet aan te slepen. Er waren lege schappen. Fabrikant Campina stuurde er een persbericht over rond, de concurrent noemde het een pr-stunt.

En een paar jaar later zag je: het valt wel mee met die voedings- en gezondheidsdoorbraken uit 2006. De Slaap-Lekkermelk van Friesche Vlag verdween in 2008 van de markt. Optimel Control was in 2010 weg. Blue Band zwakte zijn intelligentieclaim af; voortaan zaten er vetten in de boter die goed zijn voor de hersenen. Het woord ‘light’ dat je een tijdlang tegemoet schreeuwde vanaf de supermarktschappen, is nu beperkt tot cola en boter.

Light was ontstaan in de nasleep van de ‘let-op-vet-campagne’ uit de vorige eeuw. We moesten mínder vet gaan eten. Vet was ongezond. Er kwamen koolhydraten voor in de plaats. Ook niet goed, en vaak slechter.

Wat bleef was het dagelijkse paaseitje
In 2006 maakten nieuwe voedingsrichtlijnen een eind aan de voedselkundige vetdwaling. De deskundigen dachten dat gewone mensen het verschil tussen verzadigd (hard bij kamertemperatuur) en onverzadigd vet (olie, vloeibaar bij kamertemperatuur) nooit zou leren. Het verzadigde vet, dat moeten we mijden.

Die richtlijn gezonde voeding vond dat mannen twee glazen alcohol per dag mochten drinken. En vrouwen één. Dat was gezond.

En nu? Wat staat er in de opvolger van die voedingsvoorschriften uit 2006? Drink géén alcohol, of „in ieder geval niet meer dan één glas per dag”. De gezonde dosis is zo laag (hoogstens een half glas daags) dat je er maar beter van af kan blijven. Suiker moet ook wat minder.

Wat bleef was het dagelijkse paaseitje. Chocola is gezond, maar met mate. Dagelijks tien gram pure chocola, of iets meer melkchocola, is genoeg.

Er zijn adviezen en er zijn hypes. Wat in 2006 ‘light’ was, is nu ‘super’. Maar je ziet: die superfoods staan nu bij de bonusaanbiedingen van Albert Heijn. Dat betekent dat de hippe voorhoede alweer op zoek is naar iets anders.

Het kunnen zomaar de vergeten groenten worden, te verbouwen in een eigen moestuin. Dat zou dan een slow hype worden, want vergeten groenten zijn in restaurants al een paar jaar populair, om de aandacht van al dat vlees af te leiden. Vooral tijdens de gesproken uitleg bij het opdienen trouwens. Want wie daarna op zijn bord kijkt ziet vaak één sprietje van de beloofde raapsteeltjes en een enkel schijfje ramenas of pastinaak. En toch weer overheersend vlees.

Next, niet voor Mamils
De hypes, die maken het zo moeilijk om te voorspellen wat we over tien jaar met ons voedsel en aan onze eigen gezondheid doen. Het zou verrassend zijn – maar de voortekenen zijn er – als ‘gewoon’ eten weer een tijdje normaal werd. Eind van de maand komt de nieuwe Schijf van Vijf uit. Wie weet.

Sommige hypes komen erg snel. Superfoods bijvoorbeeld, en de modes in de sportschool. Andere hypes hebben de traagheid van een zich ontwikkelende gewoonte. Hardlopen, racefietsen. Steeds meer mensen doen het.

Neem de ‘Middle Aged Man In Lycra’, Mamils, de oudere racefietsers. Ze worden nu opeens verafschuwd omdat ze hard zouden roepen als ze er langs willen, de weg voor zich opeisen, door rood rijden, er niet uit zien en met velen zijn.

In 2006 waren ze er al. Niet zó massaal misschien. Maar nog voor de sneeuw helemaal van de berg was, reden er toen ook al dagelijks zomaar een paar honderd Mamils de brede wintersportweg met 21 haarspeldbochten van de Alpe d’Huez op. Keerden boven om en namen dezelfde weg terug.

Een klein groepje Mamils deed het anders. Die wist: de Alpe d’Huez kan ook achterom. Door een prachtig zijdal, over een soms slecht asfaltweggetje.

Ik beschreef die route op 14 september 2006 in NRC Handelsblad. Het stuk stond nooit in next. Waarschijnlijk omdat die krant niet voor Mamils bedoeld was. „Ondenkbaar dat over dit smalle weggetje ooit de Tourkaravaan omhoog komt”, schreef ik. Daar dacht de Tourdirectie toch anders over. Gedeeltelijk. Tijdens de honderdste Tour, in 2013, gingen ook de Tourrenners achterom. In een afdaling, die ze gevaarlijk vonden, waar ze vooraf over klaagden, zoefden ze keihard langs al dat natuurschoon.

Het kleine groepje Mamils dat in 2006 rond de Alpe d’Huez toerde, gaat dit najaar weer eens naar de Mont Ventoux. Een van de leden wil daar graag heen omdat hij zeventig wordt. Dat is niet alleen zijn overgang naar de categorie Vomils (Very Old Man In Lycra), maar de ramp is dat hij heeft gezegd dat het zijn laatste Ventouxbeklimming wordt. We staarden hem verbijsterd aan. Ik heb net een ietwat aangepaste racefiets gekocht, met zulke kleine voorkettingbladen dat ik de komende vijftien jaar nog wel tegen elke hoge berg op kan rijden. Steeds langzamer weliswaar.

Je genoom laten sequencen
Als iets de komende tien jaar makkelijker wordt, is het de registratie van oud worden. Misschien wel de voorspelling van de manier waarop.

Tien jaar geleden had ik schoon genoeg van het trainen met een hartslagmeter. Ik wist inmiddels wel op welke hellinkjes ik mijn hartslag in het rood reed. Hoe hard ik moest fietsen en hardlopen om in de gewenste zones te zitten. Dat de hartslag niet omhoog wilde als je moe of brak begon. En dat je steeds een elastieken ban met een sensor om je borst moest doen voordat je van huis ging.

Voorhoedecollega’s op de redactie lopen nu met horloges rond die iedere stap tellen en iedere hartslag registreren. Misschien vertelt dat horloge ze ‘s avonds ook wel haarfijn waar ze die dag zijn geweest. Zoals mijn wat bonkige hardloophorloge achteraf mijn hardlooproute met gelopen kilometers op het scherm zet.

Lucas Brouwers, aan het bureau naast me, overweegt om zijn hele genoom te laten sequencen, nu dat voor het eerst voor minder dan duizend dollar kan. Als journalistiek project – hij schreef al over de vage ziektevoorspellingen die hij kreeg van het bedrijf 23andme toen hij zijn DNA wat globaler liet analyseren.

Ik schrijf nog steeds mijn racefietskilometers, gemiddelde snelheid en globale route in een boekje. De snelheid heeft een duidelijk dalende trend, maar ik heb niet het idee dat ik ervoor naar de dokter hoef.

Toch zal het meten en weten het komende decennium het hardst veranderen. Volgen we de overheid, dan worden we zelf steeds verantwoordelijker voor onze eigen gezondheid. Hoogopgeleide mensen nemen die verantwoordelijkheid al. Misschien iets te serieus, want de maakbaarheid ervan heeft zijn grenzen.

En volgen we de technology push uit wetenschap en industrie, dan gaan we steeds meer meten. Hartslag, bloeddruk, stappen, genen, genen van het ongeboren kind, mogelijke genetische bedreigingen van nog te maken kinderen. En leefstijladvies op basis van genanalyse. Dat is in 2026 vrij normaal.

Maar de discussie over de zin ervan, over de vraag wat het een individu oplevert, woedt dan volop.