Van hippe you tot dikke ik

In 2006 werd jij, you, verkozen tot Persoon van het Jaar. Tien jaar later ben jij, you, even zovele crises verder en ben je tegen de grenzen van het vrije internet opgelopen. De uitknop biedt uitkomst, schrijft Christiaan Weijts.

Weet je het nog, toen jij Persoon van het Jaar werd bij Time Magazine? You. Yes, you. You control the Information Age. Welcome to your world. Het frivole optimisme van die cover was een vrij algemeen heersende stemming. Platforms als Facebook, Spotify, Youtube vestigden zich als blijvende standaarden. iPhone en Twitter liepen al warm in de testfase.

De rook van 9/11, Al Qaida en de Irakoorlog begon op te trekken en jij, fanatieke you, je keek weer vooruit. Je las de bestseller The World is Flat (2005), die lofzang van Thomas Friedman op de globalisering: alle you’s kregen wereldwijd toegang tot een gelijk speelveld.

In Europa proefde je een wat meer getemperd enthousiasme, maar ook Peter Sloterdijk beschreef in Het kristalpaleis (2006) de ‘gigantische ontspanningsbroeikas’ die we in het Westen gerealiseerd hadden als een soort eindpunt van de geschiedenis, waarin zelfs terroristische aanslagen niets meer dan wat schermutselingen aan de randen waren.

Na alle eeuwen van Grote Mannen en Grote Gebeurtenissen was het eindelijk aan jou.

Trotse, gekroonde, zorgeloze you, wie jou toen had verteld wat er in de tien volgende jaren stond te gebeuren had jij waarschijnlijk uitgelachen. Niet alleen volgde de ene systeemcrisis na de andere (de huizencrisis, de financiële crisis, omvallende banken, de eurocrisis, de Grieken, de vluchtelingenstroom), ook leken alle betrokken overheden er totaal door overrompeld te worden en nog niet het begin van een oplossing te hebben.

En toen Osama bin Laden geëxecuteerd was en jij, naïeve you, voorzichtig begon te geloven dat je weer flesjes water aan boord van het vliegtuig mocht meenemen, doken daar, ogenschijnlijk uit het niets, de zwarte doodsstrijders van IS op. Geloofde jij in 2006 dat in Parijs maandenlang de noodtoestand van kracht zou worden, dat militairen vaste figuren in onze hoofdsteden zouden worden, dat EU-hoofdstad Brussel dagenlang op slot kon gaan?

Ach, verwarde you, bij elke nieuwe crisis zag je hetzelfde reactiepatroon: totale paniek op regeringsniveau, gevolgd door spoedvergaderingen van Europa, nachtenlange sessies zonder overtuigende oplossingen. Zoals ook voor de klimaatcrisis, die in 2006 pas echt doordrong door de film van Al Gore, An Inconvenient Truth, amper een aanzet tot herstel werd ondernomen.

Sloterdijk zag al hoe jij, veeleisende you, kroonprins van het kristalpaleis, steen en been klaagde bij de geringste tegenslag, juist omdat jij comfort en veiligheid tot norm had verheven. Kun je nagaan hoe dat in die tien jaar erna is geworden, waarin jij geconfronteerd werd met dat politieke onvermogen en de keer op keer geschonden beloften van het type ‘geen cent meer naar de Grieken’ – achterdocht die nog eens aangezwengeld is toen Edward Snowden en Julian Assange onthulden hoe overheden mee gluurden in jouw digitale koninkrijk.

Tel daar bij op dat die mooie visioenen van The World is Flat voor veel you’s niet zijn uitgekomen. Verschillen tussen arm en rijk groeiden. De vreugde om de Arabische Lente – weet je nog, lieve you, met je profielfotootje op groen? – bleek van korte duur zodra de ontwrichtingen en volksverhuizingen zich aandienden en niet buiten de poorten van het kristalpaleis bleven.

Arme you. Het uiteenvallen van Europa, de terugkeer van de binnengrenzen, grotere geweldsconflicten tussen bevolkingsgroepen, een nieuwe Koude Oorlog, een nieuwe mondiale economische terugval: het zijn allerminst denkbeeldige scenario’s, die verder gaan dan wat kleinzerige tegenslagjes in onze mondiale comfortcocon.

Daar komt bij, verontruste you, dat de kanalen om jouw onvrede al dan niet anoniem te uiten talrijker en laagdrempeliger zijn geworden. Of cynisch gezegd: hippe you werd dikke ik, stronteigenwijs, selfies schietend, en gewend te krijgen wat hij aanklikt on demand. Simpele you.

Hoe moeilijk kan het zijn? Eén muisklik: grenzen dicht. Klik: Griekenland uit de euro. Het populisme spiegelt je een politiek-on-demand voor dat een potentiële aanhang heeft kunnen krijgen die destijds, toen Geert Wilders begon met negen zetels, niemand voor mogelijk had gehouden. Al was het maar omdat de kiezer nu toch wel geleerd hadden van het LPF-fiasco. Inmiddels is de reactie op peilingen waar Wilders, Trump of Le Pen de grootsten zijn, tamelijk schouderophalend.

De aarde is inderdaad platter geworden, niet op die door Friedman bejubelde manier, maar eerder zoals waar koningin Beatrix in haar Kersttoespraak van 2009 voor vreesde. „Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer. Persoonlijke vrijheid is los komen te staan van verbondenheid met de gemeenschap. Maar zonder enig ‘wij-gevoel’ wordt ons bestaan leeg.”

Je was geen wij meer, you, en jouw reacties waren honend, hoewel de diagnose zo onzinnig niet was. Beatrix sprak alleen vanuit een achterhaald gemeenschapsgevoel. Het verdwijnen hiervan beschreef zij nog als een ontwikkeling waar je het mee eens of oneens kon zijn en die we, als we dat maar wilden, konden tegengaan. Inmiddels lijkt het toch eerder op een soort entropie, een onomkeerbaar proces waar we anders naar moeten leren kijken dan in termen van verlies en teloorgang.

Boeiender was de benadering van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Zijn essay De Barbaren (2010) begon Baricco weliswaar vanuit eenzelfde soort cultuurpessimisme – wee de vervlakking en de teloorgang van al die oude Europese waarden: diepgang, bezieling, reflectie, goede smaak! –, maar hij stelt voor de ‘strategie van de barbaren’ eens met open vizier te onderzoeken. Zou het niet kunnen dat die ‘horizontale mens’ aan de oppervlakte iets vergelijkbaars aantrof van wat wij altijd zochten in de diepte van literatuur, klassieke muziek, wijn, filosofie?

Ondanks die goede bedoelingen ontkwam hij niet helemaal aan cultuurpessimisme, maar hij doorbrak in elk geval de krampachtige blik van de culturele elite. Niet alle vervlakking is desastreus. Ja, vluchtige you, jij hebt een minder grote aandachtspanne. Zonder ergens echt diep in te gaan swipe je door de wereld. Je scant de opties en de oppervlakten, maar het is toch een verrijking om al je muziek permanent binnen handbereik te hebben, om door alle kranten te kunnen bladeren, met vrienden in Amerika te kunnen skypen? En denk aan crowdfunding, Airbnb of Uber die vraag en aanbod razendsnel kunnen verbinden en zo in de kiem misschien een alternatief tegen het kapitalisme kunnen zijn.

De vrijheden van web 3.0 zijn duizelingwekkend. We moeten alleen één van al die mogelijkheden beter leren benutten: de vrijheid om er geen gebruik van te maken. Daarin zie je wel een kentering. Vrijwel al mijn collega-schrijvers en vrienden in met name artistieke beroepen hebben software geïnstalleerd die ze tijdelijk offline dwingt. Ze lezen hun mail twee keer per dag. En los daarvan is de tegenstelling tussen plat en diepgaand niet zo radicaal. Zelfs online is er de vrijheid om de diepte in te gaan. Niets verhindert mij om op Youtube een college van twee uur te bekijken over muziek en evolutie of om een heel weekend twee delen Proust als ebook te lezen zonder daar iets over te twitteren.

Hoopvolle you, jouw wereld is niet rond of plat, jij kunt haar zo plat of rond maken als je wilt. Ik vermoed dat een toekomstige intellectuele of culturele elite (in de zin van een kleine groep slimme en vaardige voorlopers) bestaat uit mensen die zo’n balans tussen on- en offline kunnen vinden, die zich digitale zelfbeheersing op kunnen leggen en zo wel degelijk hun geestelijke vermogens kunnen ontwikkelen zonder halsstarrig te blijven hangen in een vergane wereld.

Je ziet zo’n kentering ook aan de toename van reguleringen op het internet. Het Europese Hof oordeelde dat we ‘recht op vergetelheid’ hebben, Facebook verloor een zaak wegens ‘wraakporno’, er zijn bedrijven die de mailservers na kantooruren dichtgooien, illegaal downloaden wordt steeds lastiger… Ook in het wilde wijde web ontstaan, kortom, terugkoppelingen, reflecties, tussenschotten.

Nu jij, opgroeiende you, aan je speeltjes gewend bent, hoef je er niet meer non-stop mee in de weer te zijn en krijg je oog voor de schaduwkanten en de uitwegen. Wat ook kan meespelen: veel you’s die tien jaar terug ‘de toekomst hadden’ en aan het begin van hun carrières stonden – eind twintig, begin dertig – hebben nu huizen, hypotheken en kinderen in de leeftijd waarop ze zelfstandig iPads gaan hanteren, en begrijpen nu pas wat Friedman in zijn boek schreef over ‘parenting’: „There comes a time when you’ve got to put away the Game Boys, turn off the television, shut off the iPod, and get your kids to work.”

Nu jij, volwassen you, dat tegen je kinderen moet gaan zeggen, zie je ook in dat jij jezelf digitaal zult moeten beteugelen. Gelukkig bulkt het van de papieren boeken, stiltecoupés, wifiloze stranden, mindfulnesscursussen, life-hackingadviezen.

Wat jij ook, vernieuwende, vooruitstrevende you, aan miraculeuze technologie zult blijven uitvinden en gebruiken, het kan pas een succes worden als je één knop niet vergeet: de uitknop.