Te veel conflict en kippendrift: hoe politiek zijn functie verliest

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: oplopende coalitiestress en de curieuze positionering van Buma (CDA). Ofwel: politiek als producent van permanent conflictenoverschot.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Afgelopen woensdag bracht ik een middag door in een wereld waarvan ik dacht: je zou, bij alle naijver en kippendrift op het Binnenhof, haast vergeten dat dit óók nog bestaat in Den Haag.

Ik was op de Dag van de Denktanks, een kwartiertje lopen van de Kamer, waar een paar honderd beleidsnerds bijeen waren. Deskundigen met honger naar oplossingen.

Ik sprak in een pauze een econoom die met robots de kosten van de thuiszorg terug wil dringen. Ik hoorde mensen aan die wisten hoe je burgers meer zeggenschap over de zorg en het onderwijs geeft.

En ik zag, dit was fascinerend, dat zich tientallen burgers en deskundigen, afkomstig van zo’n twintig denktanks, in werkgroepen bogen over het vluchtelingenvraagstuk.

Geen geopolitieke analisten van G.B.J. Hiltermann-allure, die even uitleggen hoe je de oorlog in Syrië beëindigt. Neen, praktische ingestelde types die klein kunnen denken: mensen die niet bevangen zijn door de volksziekte van het ‘problemen benoemen’, maar gewoon antwoorden zoeken.

Er kwam van alles voorbij. Strategieën om relaties tussen vluchtelingen en lokale bewoners snel te normaliseren. De rust die wifi in asielopvang brengt; het belang van gemeentelijke beleidsvrijheid in de opvang; het nut van professionele traumabestrijding; een vluchtelingen-app; het emancipatoire effect van betaald werk op gevluchte vrouwen.

Je kon, in lijn met de tijdgeest, denken dat de elite hier weer een potje voor zichzelf aan het koken was. Maar als je rondkeek, naar de kleding en de lichaamstaal van deze mensen, zag je dat hier weinig dromers of hemelbestormers rondwaarden.

Wel de directeur-generaal Vreemdelingenzaken, de hoogste ambtenaar van staatssecretaris Dijkhoff, die gretig kennisnam van tientallen beleidsvarianten die hier voorbijkwamen.

Zeker in een week als deze, waarin het weer ruig toeging in coalitie en PvdA, frappeerde me het mentaliteitsverschil met het Binnenhof. Beroepspolitici produceren een permanent conflictenoverschot - dat eindeloos wordt uitvergroot. Even verderop zoeken mensen praktische oplossingen - en komt bijna niemand kijken.

Nu had ik deze week ook met sommige beroepspolitici te doen. De voorlopige deal die de EU onder leiding van Rutte maandag met Turkije sloot, lag meteen van alle kanten onder vuur. Waarom 6 miljard euro en ander fraais (visumvrij reizen, hernieuwd praten over EU-lidmaatschap) voor vluchtelingenopvang toegezegd aan een land dat de persvrijheid inperkt en de mensenrechten met voeten treedt?

Het antwoord was uiteraard dat het zonder Turkije nooit lukt de vluchtelingenstroom naar de EU beheersbaar te maken. Maar afgeven op Turkije is niet ingewikkeld, en zo zagen Rutte en zijn coalitie zich ook nationaal in de verdediging gedrukt.

Er kwam bij dat het ook binnen de coalitie schuurde. Samsom zat bovenop de onderhandelingen die Rutte leidde, en vorige week ging dat dramatisch mis.

De hoogoplopende ruzie tussen de twee coalitieleiders vorige week donderdag, deze week geschetst in De Telegraaf, was het gevolg van een langer lopende ergernis.

Samsom vroeg die donderdag in de Volkskrant om een luchtbrug die Rutte en andere VVD’ers op dat moment openlijk afwezen – omdat zij een andere onderhandelingstactiek prefereerden. Ik geloof best dat Rutte en Samsom geen crisis wilden, zoals deze week in de coalitietop werd benadrukt - maar hun ruzie liet nogal wat na.

GroenLinks legde de uitspraken van Samsom vorige week donderdag in een motie vast, de PvdA stemde tegen de eigen opvattingen, maar wat PvdA’ers echt aan het schrikken bracht: ’s avonds, in het besloten bewindspersonenoverleg van hun partij, kwam het tot een zware aanvaring - krachttermen, stemverheffing - tussen Samsom en Dijsselbloem.

Op zich zijn zij, vertrouwelingen van elkaar, het vaker oneens: bij voorbeeld ook in het nu lopende interne coalitiediscussie over de Voorjaarsnota nemen zij weer verschillende posities in.

Het bijzondere vorige week was alleen dat ze zich in een groot gezelschap volledig lieten gaan, waarbij Dijsselbloem de partijleider een gebrek aan tactisch vernuft verweet.

Dat hadden de meeste PvdA-bewindslieden zo niet eerder gezien. „Het was out of control”, zei een aanwezige me.

Uiteindelijk trok Dijsselbloem later bij, kreeg ik uitgelegd, omdat hij na het weekeinde inzag dat Samsoms pleidooi voor een luchtbrug wel degelijk functie had gehad.

Samsom benadrukte dit zelf deze week ook in gesprekken: hij had misschien het trucje van GroenLinks niet aan zien komen, maar het eindresultaat van de top met Turkije, maandag, was precies wat hij wilde.

Toch bleven ook zijn medestanders met vragen achter. Zij zeggen dat Diederik Samsom, als typische bèta, erg bedreven is in het uitwerken van systeemoplossingen, maar nog steeds geen gevoel voor processen heeft ontwikkeld: hij werkt ideeën gedetailleerd uit, maar verwaarloost dat hij mensen daarin moet meenemen.

Een andere groep PvdA’ers, minder enthousiast over de leider, vreest intussen dat Samsom zijn eigen zwaktes niet inziet en ondanks alles als lijsttrekker de verkiezingen in wil.

Zij zouden willen dat hij versneld terugtreedt en het partijleiderschap aan Asscher overdraagt.

Ook in kringen van hogere VVD'ers, waar de vermoeidheid over Samsoms emotionele vechtlust groot is, zouden mensen juichen als de rationeler opererende Asscher de partijleiding nu al in handen kreeg.

De vicepremier, sociaal-economisch linkser dan Samsom, zit inzake asiel en integratie meer op de lijn van de VVD.

Er komt bij dat Asscher minder vuur aantrekt en een hoger ontwikkeld gevoel voor zelfpromotie heeft. Terwijl Samsom aan het eind van de week op detailniveau in de weer met de definitieve Turkse deal bleef, werd vanuit de omgeving van Asscher een bundel van een Canadese denktank rondgezonden.

Vermaarde progressieve prominenten – Bill Clinton, de Duitse vicepremier Gabriel, de Canadese premier Trudeau – verkennen in het boek de nieuwe progressieve agenda in. Tussen al die kopstukken: een bijdrage van Asscher zelf.

Bij alle problemen in PvdA en coalitie viel deze week óók op hoe agressief CDA-leider Buma de voorlopige deal met de Turken afwees. „Turkije kan eisen wat het wil en krijgt het vervolgens ook”, klaagde Buma. En: „Rutte heeft Europa in de uitverkoop gedaan.”

Toe maar. En dit over een deal waaraan Buma’s Europese partijgenoten Angela Merkel en Jean-Claude Juncker meewerkten. Meer nog: een deal die opmerkelijk veel lijkt op de principes van een nieuwe asielpolitiek die het CDA zelf opschreef: in het verkiezingsprogramma Iedereen (2012).

Er moest, stond er, binnen de EU „een harmonisatie van de regels voor toelating” komen, en „een gemeenschappelijke aanpak van het terugkeerbeleid”. Alles moest gericht worden op een „Europees asielbeleid”, waarbij „asielaanvragen en opvang in de regio” het streven is, „en asielzoekers zo nodig via hervestiging naar de EU-landen komen”.

Je kon er niet omheen: hier beschreef het CDA in 2012 het raamwerk dat de EU hanteerde bij het voorlopige akkoord met Turkije.

Buma wees dit niettemin af, zei hij, omdat de Turken zich niet aan afspraken hielden. Zijn positie kwam er dus op neer, net als die van Wilders, dat je überhaupt geen deal met Turkije kon sluiten. Waarbij de keuze klaarblijkelijk is dat de vluchtelingenstroom niet in Turkije gestopt hoeft te worden.

Het onderstreepte, bedacht ik me, wat je steeds vaker op het Binnenhof ziet en deze week eigenlijk ook op die Dag van de Denktanks: de hang naar conflict in de politiek is nu zo groot dat je zelfs bij de traditioneel meest gouvernementele partij, het CDA, niet meer voor oplossingen hoeft aan te kloppen.