Smokkelaar vindt nieuwe routes

Er valt nog steeds goed te verdienen met smokkel van Syriërs naar Griekenland. Maar de routes worden anders, smokkelaars passen zich aan.

Syrisch schoolvoetbaltoernooi in Istanbul. Muna Kuzbary moedigt haar zoontje Mouhamed Terkea aan. Foto Ozge Sebzeci

Muhammad Salems telefoon rinkelt voortdurend. Zijn bewegingen zijn gejaagd. Af en toe loopt hij de balustrade op voor het rent-a-car kantoor in het centrum van Istanbul, van waaruit hij overtochten naar Griekenland regelt voor andere Syriërs. Hij smoest even met zijn Turkse zakenpartner en ploft weer neer op de zwart leren bureaustoel. Tijd voor een sigaret.

Hij maakt zich niet druk over de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Turkije, die een einde moeten maken aan zijn grootste bron van inkomsten. „We zullen er vast wel wat van gaan voelen”, zegt hij tussen twee hijsen door. „Maar er zullen altijd mensen blijven die willen reizen. Vergeet niet dat Syriërs zijn ontsnapt aan de hel.”

Drie jaar geleden was hij zelf zo’n vluchteling. Salem (26) komt uit Deir ez-Zor in het oosten van Syrië, een stad waar zwaar is gevochten. „Ik was ook van plan naar Europa te gaan, maar toen begon ik te werken.” En de zaken gaan goed. . Na het gesprek stappen de mannen in een nieuw model witte Mercedes.

Het aantal bootjes is gedaald. „Ik deed er drie per dag. Nu een in de drie dagen”, zegt Salem. Dat komt doordat Syriërs die via landen zoals Libanon, Irak en Jordanië naar Turkije willen sinds januari een visum nodig hebben. „Veel mensen die naar Europa willen zitten daar vast.” Ook is het heel moeilijk geworden de landgrens tussen Syrië en Turkije over te steken.

Maar overtochten zijn niet de enige inkomstenbron. De smokkelaars, Syrische twintigers met een Turkse partner, handelt ook in paspoorten en auto’s. Dankzij hun contacten in Damascus kunnen Syriërs binnen tien dagen aan een nieuw paspoort komen. Dat kost dan wel 1.500 dollar. Er is veel vraag naar, want via de reguliere weg een paspoort vernieuwen zit er voor de meeste mensen niet in.

Alles kan, maar alles kost geld. „De vraag naar reizen over land via de stad Edirne naar Griekenland of Bulgarije zal nu wel toenemen”, zegt Salem. „Dat kunnen we ook regelen, maar dat is duurder.”

Wie over land wil reizen betaalt ten minste 2.000 euro. „Het is voor ons veel riskanter. Als de Turkse en Bulgaarse politie daar een smokkelaar pakken doden ze hem.” Voor vliegen betalen vluchtelingen de hoofdprijs. Zeven- tot twaalfduizend euro, afhankelijk van de bestemming. Salem wil niet vertellen hoe hij dat regelt.

De zeeovertocht kost bij deze groep nu zes- tot zevenhonderd euro per persoon. Dat is inclusief een minibusje vanuit een park in Istanbul naar een punt aan de kust in de provincie Canakkale. Op delen daarvan kun je de Griekse eilanden Limnos en Lesbos zien liggen.

De smokkelaars hebben hun verkooppraatje klaar, inclusief filmpjes op hun telefoon van vrolijk gebeden zingende klanten in bootjes. Voor wie dingen kan regelen is altijd geld te verdienen in de schemerwereld waarin veel Syriërs en andere vluchtelingen in Turkije noodgedwongen opereren. Maar niet zonder moeite.

Abo Albaraa – een bijnaam - komt binnen. Hij is sjagrijnig want hij is net vier boten kwijtgeraakt. Ze zijn op het strand vernietigd door de Turkse gendarmerie. „Veertigduizend dollar weg”, bromt hij. Had hij niet geprobeerd de politie om te kopen? „Ik was ergens anders.”

Vluchtelingeneconomie

De smokkel is maar een onderdeel van de grote vluchtelingeneconomie in Turkije. De meer dan drie miljoen Syriërs, Irakezen, Afghanen en tal van Noord-Afrikanen proberen zich te redden in een wereld waarin de regels voortdurend veranderen en de bureaucratische hordes vaak niet legaal te nemen zijn. Een bankrekening openen zonder verblijfsvergunning gaat bijvoorbeeld niet. Maar een verblijfsvergunning aanvragen zonder bankrekening waar zesduizend dollar op staat ook niet. En dus is er handel in valse bankafschriften.

Muhammad Mofeed (26) is twee maanden geleden vanuit Syrië naar Turkije gekomen. Hij kijkt in de wijk Bayrampasa naar de opening van een voetbaltoernooi tussen teams van 23 Syrische scholen. Zijn neef van vijftien doet mee. Voor de aftrap wordt eindeloos gespeecht door politici van de Syrische oppositie en van de Turkse regeringspartij AKP. „We laten Syrië niet alleen”, belooft Atila Aydiner, de burgemeester van de deelgemeente van Istanbul. „We delen ons voedsel, werk en water met onze Syrische broeders. En we zullen hen die naar Europa willen gaan helpen.”

Mofeed kijkt alleen even op van zijn telefoon als Muhammad Faris achter de microfoon gaat staan. Faris ging als eerste Syriër de ruimte in. Het verhaal over de astronaut is verplichte kost op de basisschool. Nu is ook hij vluchteling in Turkije.

Mofeed krijgt het nieuws over de onderhandelingen tussen de Turkse en Europese regeringsleiders over vluchtelingen slechts op hoofdlijnen mee. „Europa wil dat Turkije vluchtelingen hier houdt. In ruil daarvoor heffen ze de visumplicht voor Turken op”, vat hij samen. „Weet je, dit soort onderhandelingen gaan over het eigenbelang van die landen, niet over mensenrechten. We voelen ons net goederen die verhandeld worden.”

Zonder verblijfsvergunning

Muna Kuzbary (50) moedigt met haar twee dochters en kleindochter haar zoon Mouhamed Terkea (15) aan. „Ik hoop dat hij voor Barcelona gaat spelen. Dat is zijn droom. En dan ga ik met hem mee naar Europa.” Tot die tijd wil ze in Turkije blijven. Haar oudste dochter heeft net toelatingsexamen voor de universiteit gedaan. Met naaiwerk vanuit huis verdient ze 700 tot 800 lira per maand. Dat is nog geen 250 euro. Ze laat de blaren op haar vingers zien. „Waarom helpen ze ons niet hier in Turkije? Dan hoeven we niet naar Europa.”

De aangescherpte visumeisen voor Syriërs hebben het ook moeilijker gemaakt om aan een verblijfsvergunning in Turkije te komen.

Zonder verblijfsvergunning voelen de vluchtelingen zich onvrij. Gezinsleden zitten verspreid over meerdere landen. Ze hebben geldige papieren nodig om elkaar zo nu en dan op te zoeken. Zoals Rafat Kamal uit Mosul in Irak. Ze woont sinds de overname van de stad door IS twee jaar geleden in Istanbul en wil blijven. „In Europa wijst de samenleving ons af. De meeste terroristen in Mosul komen uit Rusland en uit Europa. Maar Arabieren en terrorisme worden met elkaar in verband gebracht, terwijl ik geweld verafschuw.”

    • Marloes de Koning