Proustvertaler, muze, tuttelaar

Thérèse Cornips foto chris keulen

De laatste jaren had ze grote problemen met haar gezichtsvermogen, maar wat ze las, dat las ze goed. Toen ik de op 4 maart overleden Thérèse Cornips een jaar geleden bezocht om te praten over het literaire leven in de jaren vijftig, pakte ze een knipsel en kapittelde me uitgebreid over een zin die haar niet beviel. Daarna vertelde ze alsof het weer 1958 was en ze nog getrouwd was met de dichter Chris van Geel: vlijmscherp en vol details.

Veel van haar herinneringen staan in het vorig jaar verschenen Met een bevroren jas en een geleend tientje. Herinneringen van Thérèse Cornips van Guus Middag. „Kijk ik terug, dan zie ik dat ik mezelf vaak heb weggecijferd”, zegt ze in dat boek. „Op zichzelf is dat misschien een goede eigenschap, maar ik was toch te vaak te belangeloos, tot mijn eigen ergernis achteraf.” Ze maakte naam door tussen 1976 en 1999 de hele A la recherche du temps perdu van Marcel Proust te vertalen; een prestatie waarvoor ze de Martinus Nijhoff Prijs kreeg. Cornips ontsloot niet alleen Franse literatuur voor de Nederlandse lezers, dat deed ze ook met Goethes Het lijden van de jonge Werther en de Amerikaanse klassieker In koelen bloede van Truman Capote.

Ze werd op 18 december 1926 geboren in de buurt van Maastricht, was wedstrijdzwemster, snel verliefd en bij vlagen zeer impulsief. In de oorlog liep ze van huis weg, snel haar jas meegrissend die in de vorst te drogen hing – Met een bevroren jas en een geleend tientje ontleent er zijn titel aan. Later studeerde ze psychologie en werkte ze als beeldend kunstenaar. In de jaren vijftig trouwde ze met dichter Chris van Geel (1917-1974). Ze was niet alleen zijn muze, ze was ook de belangrijkste van de ‘tuttelaars’, de mensen die de gedichten van de onzekere Van Geel becommentarieerden en verbeterden. Van Geels bundel Spinroc is een verwijzing naar haar achternaam. Na de scheiding van Van Geel ging ze steeds meer vertalen, ze bleek als geen ander in staat om uiteenlopende schrijvers (ook Kobo Abe en Herman Hesse) een stem te geven. Haar leven bleef er een van pieken en dalen, inclusief depressies die haar bijna het leven kostten. Boven alles uit steekt haar monumentale Op zoek naar de verloren tijd – de kroon op haar werk. Al zou Cornips zelf waarschijnlijk kleinere woorden kiezen. Over zichzelf zei ze in haar herinneringen, tussen neus en lippen door: „Een beetje een gewaaide gek”.