Column

Oranje

Binnenkort zullen verkeerslichten een halve seconde langer op oranje blijven staan, van drie naar drieënhalve seconde. Dat gebeurt op advies van twee wetenschappelijke instellingen. Door deze verbetering zullen de weggebruikers meer tijd hebben om te overwegen of ze op de rem zullen trappen dan wel meer gas zullen geven. Meer tijd om na te denken, te aarzelen en dan de daad bij de persoonlijke conclusie te voegen, daar komt het toch weer op neer. Zal het verkeer er veiliger door worden?

Ik woon aan een drukke driesprong met uitzicht op vier verkeerlichten voor snelverkeer en twee voor voetgangers. Aan de overkant, parallel aan de weg voor het snelverkeer, ligt een fietspad waarop je ook veel scooters ziet. De rest van dit knooppunt valt buiten mijn gezichtsveld. Maar aan de overkant, aan de binnenbocht van deze verkeersader, staat een druk bezocht pompstation waarvan de klandizie zich niets van de stoplichten hoeft aan te trekken. Het klinkt allemaal wat ingewikkeld. Niets aan te doen, zo is het nu eenmaal met het moderne verkeer.

Het is weer spitsuur. Het licht voor de rechtdoorrijders springt op oranje. Is die halve seconde extra al van kracht? En als dat zo is, weet dan iedere automobilist in welke luxe hij leeft? Oranje! Gas!, denkt hij. Zijn achterligger ziet het gebeuren, volgt het voorbeeld en daarna komt er iemand die sowieso te veel vaart heeft om voor wat voor kleur dan ook te kunnen stoppen. Dit is het gebruikelijke schouwspel dat zich ook al ettelijke malen voltrok in de tijd van drie seconden oranje.

Ik weet niet of de instanties die zich met de veiligheid van het verkeer bezighouden het hebben gemerkt, maar de laatste jaren is er iets bijgekomen: de scooter in massale aantallen. Je mag ermee op het fietspad rijden, wat onherroepelijk tot gevolg heeft dat zich daar het recht van de sterkste ontwikkelt. Soms doen de fietsers iets terug door op een kluitje te gaan fietsen. Wat daarbij gezegd wordt kan ik niet horen. Anders zou ik er hier een bloemlezing van maken.

Maar duidelijk is wel dat de scooteraars ook haast hebben. Waar geen fietspad is nemen ze het zebrapad voor de voetgangers. En dan hebben ze een paar jaar geleden nog een oplossing gevonden. Snij die bocht af. Meteen onder het afdak van het benzinestation door, met maximumsnelheid rakelings langs de stilstaande auto’s, de vrijheid van de openbare weg tegemoet.

Toen ik het jaren geleden voor het eerst zag gebeuren dacht ik: een gek. Maar in het snelverkeer worden sommige vormen van waanzin genormaliseerd zonder dat welk gezag dan ook daar iets heeft kunnen doen. Tegenwoordig zijn er ook automobilisten die met een flink vaartje de kortste weg langs de pompen kiezen.

Lang geleden was ik bevriend met professor B.V.A. Röling (1906-1985), de grondlegger van de polemologie in Nederland. Hij was rechter geweest van het Militair Tribunaal in Tokio dat de Japanse oorlogsmisdadigers heeft berecht. Een buitengewoon vriendelijke man die op een zachte bedachtzame manier sprak. „Vind je het niet in strijd met de menselijke waardigheid dat degenen die zich weggebruikers noemen in bedwang moeten worden gehouden door hekken, witte strepen en gekleurde lichten?”, zei hij eens. Zo had ik het nog nooit bekeken.