‘Onze rol is veel breder dan number crunching

Negen van de zestien vrouwelijke bestuurders in Nederland zijn financieel directeur. „We zijn niet de kapitein, maar moeten wel weten waar het schip heengaat.”

V.l.n.r.: Leen Geirnaerdt (USG People), Tessa Mensen, (BAM) en Els de Groot, (Schiphol Group). Foto: Merlijn Doomernik.

Ze kussen elkaar ter begroeting. De groep vrouwelijke bestuurders van grote Nederlandse bedrijven is nog klein genoeg om elkaar persoonlijk te kennen.

Els de Groot (50) van Schiphol arriveert als eerste van de drie financieel directeuren, al snel gevolgd door Leen Geirnaerdt (41) van uitzendconcern USG People. en daarna Thessa Mensen (48) van bouwbedrijf BAM.

Alle drie zeiden ze direct ‘ja’ op de uitnodiging voor een interview met als hoofdvraag: waarom zijn de paar vrouwelijke bestuurders die er zijn, veelal niet de hoogste baas maar bijna allemaal financieel directeur?

Vorig jaar waren er zestien vrouwen lid van de raad van bestuur van een beursgenoteerd bedrijf. Negen van hen zijn financieel directeur (Geirnaerdt: „Máár negen!”). Het is bovendien de groep die grotendeels gezorgd heeft voor de stijging van het totale aantal vrouwelijke bestuurders van vijf in 2010 naar zestien in 2015. Slechts twee waren bestuursvoorzitter en dus de échte baas. Ook bij niet-beursgenoteerde bedrijven overheerst het beeld van – relatief – veel vrouwelijke financieel directeuren (cfo’s), en weinig vrouwelijke bestuursvoorzitters.

U blijkt elkaar te kennen. Bestaat er intussen zoiets als een old-girls-network?

Geirnaerdt: „Ik hoop het.”

Menssen, tegen de andere twee: „Grappig, toen ik net binnenstapte, vroeg ik me af of ik jullie ook zou hebben gekend als jullie geen dames waren geweest.”

Ze kennen elkaar voornamelijk van bijeenkomsten voor financieel directeuren en road shows, waarbij bedrijven potentiële beleggers en investeerders aan zich proberen te binden. Geirnaerdt verkiest cfo-netwerken boven vrouwennetwerken, zegt ze. De Groot doet het naar allebei graag, ook al hoeft ze zeker niet „elke maand naar een vrouwendingetje”. „Ik had laatst een lunch voor vrouwelijke cfo’s. Ik zag er vreselijk tegenop, maar het verraste me buitengewoon hoe leuk het was. Zoiets is óók goed voor het uitbreiden van je netwerk.”

Wanneer doet een financieel directeur zijn of haar werk goed?

Geirnaerdt: „De fase dat het enkel om de techniek gaat, zijn we allang voorbij. Onze rol is veel breder dan number crunching. Intrinsiek zijn we altijd de bad cop, maar je moet ook water geven aan de organisatie. Af en toe zeggen: ik vind eigenlijk dat we dat wél moeten doen.”

Menssen: „Een financieel directeur moet goed zijn in nee zeggen.”

De Groot: „Kritisch blijven, ook als het verleidelijk is om dat niet te zijn. Dat is heel lastig. Het is honderd keer moeilijker om een onaardige rol te hebben . Maar als het nodig is...”

Menssen: „...Dan moet je het wel kunnen.”

Geirnaerdt: „Het is een voordeel dat we ons op feiten kunnen baseren.”

Menssen: „Het is de taak van een financieel directeur om het schip op koers te houden. We zijn niet de kapitein, maar moeten wel goed weten waar die kapitein heen gaat en wat de staat van het schip is.”

Maar die kapitein is de echte baas. Die kan u overrulen.

Menssen: „Ja, dat is niet altijd makkelijk.”

De Groot: „Toch ervaar ik dat niet zo.”

Menssen: „Er is ook een raad van commissarissen. Onze opdracht is zorgen dat ons geluid is gehoord, begrepen en meegewogen.”

Geirnaerdt: „We beslissen samen welke koers we varen. En ja, de kapitein is de baas. Maar ik heb zelden een echt conflict met Rob (Zandbergen, bestuursvoorzitter van USG People, red.).”

De Groot: „Een bestuursvoorzitter krijgt veel meer exposure. Ik realiseer me dat voortdurend. Een financieel directeur zit meer in de luwte. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat de ceo niet te veel in de storm belandt. Financieel kun je wel een beetje van koers raken, maar reputatie is een andere zaak. Ik moet daarin meer vooruitdenken dan mijn collega’s, vind ik.”

Maakt het in uw werk enig verschil dat u vrouw bent en financieel directeur?

Geirnaerdt: „Nou, bij conflicten komen we er altijd uit op een constructieve manier. Maar of dat nou komt doordat ik een vrouw ben...”

Menssen: „Ik kan niet zeggen dat het níét uitmaakt. Zowel bij BAM als bij mijn vorige bestuursfunctie bij het Havenbedrijf Rotterdam ben ik gekozen omdat ik een vrouw ben.”

Geirnaerdt: „Vanwege de diversiteit in het bestuur of omdat ze bij een vrouw specifieke kwaliteiten zien?”

Menssen: „De kwaliteit van het team, en dus diversiteit, en dus een vrouw. Het is moeilijk te zeggen of mijn benoeming iets veranderd heeft. Want ik was niet alleen de eerste vrouwelijke bestuurder, maar ook de eerste van buiten het bedrijf en zelfs van buiten de sector.”

De Groot: „En was het toeval dat het om de functie van financieel directeur ging, of had het ook een andere rol kunnen zijn?”

Menssen: „Het was de eerste vacature die kwam.”

Ook bij de benoemingen van Geirnaerdt en De Groot speelde het een rol dat ze vrouwen zijn. Geirnaerdt had daar aanvankelijk wel last van. „Inmiddels zit ik er al vijf jaar, dus het zal wel goed zijn. Maar het eerste jaar weet je dat niet. Dus ik dacht wel: ‘Ter ere van alle vrouwen, alsjeblieft Leentje, verknal het niet.’” Nog steeds vindt ze het soms „een onfijne gedachte” dat mensen zouden kunnen denken dat ze in eerste instantie benoemd is omdat ze een vrouw is.

Menssen en De Groot hebben daarvan geen last. Menssen: „In ieder geval niet als ik kijk naar het bedrijfsbelang en het maatschappelijk belang. Uiteindelijk wil iedereen betere besluiten op alle niveaus. En mijn beeld is wel dat met vrouwen erbij onderwerpen en visies op tafel komen die normaal onbenoemd blijven.”

Waarom zijn volgens u vrouwelijke bestuurders vaak financieel directeur?

De Groot: „Er werken relatief veel vrouwen in het bankwezen en bij de accountantskantoren, die ook redelijk doorgewerkt hebben in de verschillende fases van hun carrière. Misschien is de pijplijn daar beter.”

Geirnaerdt: „Ja, de kweekvijver is groter voor deze functie. Toen ik in 1996 bij PwC begon, was de man-vrouw-verhouding redelijk fiftyfifty.”

De Groot: „Niet bij de partners natuurlijk, maar wel bij de aanwas.”

Menssen: „Bij de technische sectoren gaat het bij die aanwas al niet zo lekker. Maar ook daar wordt steeds meer nagedacht over diversiteit. In mijn geval was er de wens voor een vrouw in de raad van bestuur, en er was een vacature voor een financieel directeur. En ja, dáár is dan nog wel keuze.”

Zijn vrouwen daarnaast voorzichtiger en behoudender dan mannen, en worden ze daarom eerder als financieel bestuurder benoemd dan als bestuursvoorzitter?

Menssen, na een korte stilte: „Misschien.” En even later: „In het huidige, stressvolle financiële geweld draagt de voorzichtigheid van vrouwen misschien wel bij aan die benoemingen.”

Geirnaerdt: „Ik ben voorzichtiger dan Rob (Zandbergen, red.). Hij neemt van nature meer risico dan ik, ik bekijk alles weloverwogen en vanuit alle facetten. Maar ik vind het moeilijk te zeggen of dat nou een man-vrouwkwestie is, de verschillende rol die we elk hebben binnen het bestuur, of gewoon karakter.”

Een derde reden dat vrouwen makkelijker doorstromen naar de top als financieel directeur dan als bestuursvoorzitter, is wellicht hun eígen voorkeur. Want, zoals De Groot eerder al aansneed, geen van drieën houden ze van de „exposure” die onlosmakelijk verbonden is aan de baan van bestuursvoorzitter.

„Ik zou het niet willen”, zegt De Groot. „Ik ben erg van nee”, zegt Menssen over interviews en televisieoptredens. Geirnaerdt noemt zichzelf een „dossiervreter, geen opiniemaker”. Terwijl ze het wél jammer vinden dat vrouwen zich zo weinig laten zien in publieke optredens. Menssen noemt Herna Verhagen, bestuursvoorzitter van PostNL, als voorbeeld van iemand die „een ontzettend goeie maatvoering heeft in de hoeveelheid en het type exposure dat ze zoekt”. Menssen: „Zo zou ik er nog wel een paar willen zien.”

Ook voelen ze zich geen van drieën comfortabel bij ‘bluffen als een man’. Maar al te vaak hebben ze gezien dat vrouwen tijdens sollicitatiegesprekken of bij het aanbod voor een promotie vertellen waarin ze allemaal onervaren zijn. Zelf hebben ze wel geleerd hoe ze zich moeten „positioneren”, zegt De Groot. „Je wordt daar handiger in. Als ik naast Jos Nijhuis (bestuursvoorzitter van Schiphol, red.) zit, die is ongeveer twee keer zo groot als ik...” Ze gaat rechtop zitten en slaat met haar vuist op tafel, zodat de glazen rinkelen. „Ja, dan ga ik bij wijze van spreken wel zo zitten. Ik begrijp best hoe ik ergens mijn zin krijg, ik steek mijn vinger op als dat nodig is. Want ik weet: als ik mijn mond houd dan gebeurt er ook niks.”

Geirnaerdt. „Je kunt een dossier niet verdedigen door te zeggen ‘ik weet niet zeker of ik dit wel goed heb berekend, want je kunt ook andere assumpties maken’. Je moet je casus verdedigen.”

Wanneer, vraagt De Groot even later aan de andere twee, werden jullie wakker en dachten jullie: ik wil de in raad van bestuur van een groot bedrijf zitten?

Geirnaerdt, lachend: „Dat moet bij mij nog gebeuren. Ik word elke dag blij wakker dat ik erin zit.”

De Groot: „Ik wist als student misschien niet eens wat het was, cfo. Ik heb dat nooit als carrièrebeeld gekozen.”

Maar u bent toch niet per ongeluk op deze posities beland?

Geirnaerdt: „Nee, nee. Maar ik heb nooit een carrièreplanning gemaakt. Ik heb altijd in bedrijven mogen werken waar mensen zagen dat ik iets kon. En ik ben ontzettend gepassioneerd als ik een doel heb in wat ik doe. Dat is denk ik de reden dat ik in deze positie ben gerold. Ik heb mannen in mijn team die heel bewust zeggen dat ze mijn functie willen. Het is misschien naïef van mij, maar daar krijg ik echt de rillingen van.”

Menssen: „Ik vind het ook wel mooi als mensen zoiets kunnen zeggen.”

Geirnaerdt: „Jij bent ook wat ambitieuzer, denk ik.”

Menssen, lachend: „Toen iemand dat voor het eerst tegen me zei, dacht ik: ‘Wát? Ambitieus? Hoe schrijf je dat?’ Maar ja, ik ben ambitieus, want ik houd van resultaat en vooruitgaan. Ik wil meer, beter en leuker.”

De Groot: „Ik herken me daarin. Na twintig jaar werken in het bankwezen, werd ik interim financieel directeur bij Van Lanschot. Toen heb ik mezelf voor het eerst in mijn leven een doel gesteld: ik wilde een eindverantwoordelijke functie, en niet bij een bank. Het was voor mij nieuw om niet af te wachten wat er op mijn pad kwam, maar om dat zelf een beetje te sturen. Misschien kwam dat ook wel door mijn leeftijd.”

Geirnaerdt: „Bij een overname, zoals wij net meegemaakt hebben, (USG People wordt overgenomen door het Japanse Recruit, red.) weet je dat het fantastisch is voor het bedrijf, maar niet wat het voor jou betekent. Toen voelde ik wel dat ik de positie die ik nu heb, niet meer wil afgeven. Gaat dat dan toch ineens om mijn ego, vroeg ik me af? En ook: ben ik nu vermannelijkt? De reden dat ik deze functie kreeg, is dat ik een mensenmens ben en een hoge gunfactor heb. Maar nu, vijf jaar later, als iemand me vraagt waarom we iets niet gaan doen, dan zeg ik soms: ‘Gewoon, omdat ik het zeg’.”

De andere twee lachen hard.

Geirnaerdt: „Ik wil soms echt terug naar die Leen van vijf jaar geleden, en ze is er ook nog. Maar je verandert wel een stukje. Als je ergens blij mee bent, dan wil je het niet meer kwijt.”

Is de relatie met vrouwelijke collega-bestuurders anders dan met mannelijke?

Geirnaerdt: „Het maakt niet zoveel uit.”

De Groot: „Dat denk ik ook niet.”

Menssen: „Ik denk juist van wel. Ik heb toch het gevoel dat vooral die eerste connectie net een tikje makkelijker gaat.”

De Groot: „Dat is waar, vrouwen geven sneller iets meer bloot.”

Geirnaerdt: „Mannen doen meer moeite om indruk te maken, ze stellen zich minder kwetsbaar op. Wat wij net deden, al in de eerste vijf minuten zeggen waarmee je worstelt, dat zal een man niet snel doen. Die zegt dat het fantastisch gaat, dat hij met dat en dat project bezig is en dat híj dat allemaal voor elkaar heeft gekregen.”

Menssen: „De eerste keer dat Leen en ik elkaar troffen, ging het al snel van ‘help, hoe zit dat nou?’ Het zijn kleine dingen. Even kalibreren, even spiegelen; dat is gewoon makkelijker met andere vrouwen.”

Adviseert u elkaar?

Menssen: „Advies is een zwaar woord.”

De Groot: „We sparren wel. Niet over hoe we onze kinderen van school halen, maar over professionele zaken. Bijbanen, bijvoorbeeld.”

Menssen: „Ja, waar let je op bij toezichthoudende functies? Voor welke organisaties kies je, waarom hebben ze juist jou gevraagd en wat moet je daarvan vinden?”

De Groot: „Over een probleem in je P&L (profit and loss, red.) spar je minder snel, dat is niet passend.”

Geirnaerdt: „Jullie hebben het nu over professionele gesprekken. Wat mij afschrikt bij die vrouwenclubjes is dat je moet praten over hoe je het organiseert met je werk en je kinderen. Ik vind dat niet prettig.”

Menssen: „Is het ook zo dat je niet publiekelijk verbonden wilt worden aan dat soort thema’s?”

Geirnaerdt: „Bij een vrouw wordt toch nog steeds gedacht dat ze ook voor de kinderen moet zorgen, terwijl veel mannen dit evengoed doen, maar zij zullen die vraag niet krijgen op een professioneel event.”

De Groot: „Ik heb niet het beeld dat het bij vrouwenbijeenkomsten de hele tijd over de combinatie van werk en kinderen gaat. Wij zijn dat onderwerp allang gepasseerd. Bij jongere vrouwen speelt het nog wel. Ik was laatst bij een vrouwennetwerk met veel jongere vouwen. Toen schrok ik wel: ging het er tóch weer over.”