Onderwijsvernieuwing? Alweer, zucht iedereen

Staatssecretaris Dekker wil het curriculum op de schop nemen met het advies Ons Onderwijs 2032. Er werden veel ideeën verzameld, maar daar was weinig discussie over.

Vroeger zaten de radicale onderwijsvernieuwers bij de PvdA, nu zitten ze bij de VVD. Staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) lanceert vaak nieuwe plannen en proefballonnetjes Met de overhaaste PvdA-hervormingen in het verleden (onder andere basisvorming, tweede fase en studiehuis) was al afgerekend door de parlementaire commissie-Dijsselbloem in 2008. Vandaar dat Kamerleden zich tijdens een debat afgelopen woensdag afvroegen of Dekker daar de lessen van had geleerd.

Met grote snelheid wil Dekker het hele curriculum van de basisscholen en het voortgezet onderwijs op de schop nemen. Het door hem geadopteerde plan, Ons Onderwijs 2032, spreekt over „vakoverstijgend denken”, „in kennis en vaardigheden verdiepen en verbreden met eigen mogelijkheden en interesses als leidraad” en leerlingen die zich „als persoon vormen waar het gaat om de ontwikkeling van hun identiteit, hun creativiteit en levensstijl”.

Nu heeft Dekker vooruitlopend op het debat alvast een voorzitter benoemd voor een commissie om het advies uit te werken tot „nieuwe kerndoelen, nieuwe eindtermen, nieuwe referentieniveaus”. Zij is Geri Bonhof, voormalig voorzitter van de hogeschool Utrecht.

Dat ging een Kamermeerderheid te snel. Zelfs Loes Ypma (PvdA) die het rapport prees, eiste dat niet „een projectteam”, maar de Onderwijscoöperatie van vakorganisaties voor leraren het heft in handen zou nemen. Dekker wilde dat nog niet toezeggen.

De Onderwijscoöperatie wil waarschijnlijk niet, want de lidorganisaties zijn verdeeld. Beter Onderwijs Nederland heeft zich al van het plan Dekker gedistantieerd. De Algemene Onderwijsbond houdt vast aan een commissie. Woensdag vergadert het coöperatiebestuur over het project.

Nog weinig draagvlak

Volgens critici wordt aan geen van de eisen van de commissie-Dijsselbloem voldaan. Er is geen draagvlak, geen goede analyse en geen wetenschappelijke onderbouwing. Weliswaar zou het platform 2032 onder leiding van de voormalige directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, Paul Schnabel, 150 bijeenkomsten met 9069 mensen hebben gehouden, 612 online bijdragen, 11.963 tweets, 23752 bezoekers en na het advies op hoofdlijnen nog eens honderden reacties hebben ontvangen. Maar het rapport maakt nergens melding van enige discussie of onenigheid. Was die er dan niet? Het rapport is een opstelsom van wensen, waarvan niet de nadelen worden genoemd.

Karin den Heijer, leraar wiskunde en scheikunde aan het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam en bestuurslid bij Beter Onderwijs Nederland, ervoer dat het debat werd gesmoord. „Bij de sessies die ik bijwoonde, lagen de conclusies al vast. Zo werd een debat geopend met de stelling ‘Beter een 7 voor algemene vaardigheden van de 21e eeuw dan een 10 voor de Cito. Zo moet het zijn en eerder gaan we niet naar huis’.”

Er zijn maar weinig leraren van de plannen op de hoogte. Dat merkten Den Heijer en ook Amber Walraven, universitair docent aan de docentenacademie van de Radboud universiteit. „Maar het gaat hier om een grote stelselwijziging”, zegt ze. „Het vindt allemaal wel erg online plaats. Veel mensen zijn daar niet mee bezig.”

In een bijeenkomst die ze bijwoonde, werd alleen gevraagd welke kennis eruit zou kunnen. „Een stevig begin waar niet iedereen het mee eens is”, aldus Walraven. Toen, na het voorlopig advies, het team van het Platform een bijeenkomst hield bij de lerarenopleidingen werd volgens Walraven gezegd dat kritiek niet meer mogelijk was, maar dat ze moesten nagaan hoe ze zelf aan de uitgangspunten konden voldoen. „Als leraren ervan horen, zakt hun de moed in de schoenen”, zegt Den Heijer.

Wetenschappelijke onderbouwing wordt gemist door Sietske van Viersen, promovenda Onderwijskunde bij de Universiteit van Amsterdam. In een bijeenkomst met onderwijskundigen kreeg Schnabel veel kritiek. „In de literatuur is men het niet eens over de voordelen van vroeg Engels leren”, zegt Van Viersen. „Het opheffen van vakken is slecht onderbouwd. Lezen en spellen ontbreken grotendeels. En zelfs in de hoogste klassen hebben leerlingen nog moeite met de aanbevolen zelfregulatie en zelfreflectie. Dat heeft te maken met hersenontwikkeling”

Anna Bosman, hoogleraar dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud universiteit, vindt dat de basisvakken beter apart gegeven kunnen worden. „Het wordt pas interessant om combinaties van vakken te maken als je voldoende kennis hebt van de deelgebieden’’, zegt ze. „Hoe krijg je die kennis als je die niet in losse vakken hebt geleerd?”

    • Maarten Huygen