Na tien jaar next staat vast: de toekomst wordt nog digitaler

Bladeren door het eerste exemplaar van nrc.next, dat verscheen op 14 maart 2006, aanstaande maandag precies tien jaar geleden, is een reis door de tijd. Je vindt er onder meer stukken over ‘uitgeprocedeerde en illegale Syriërs’ en over een Nederlandse overheidswebsite waarop „burgers hun mening kunnen geven over een mogelijke toetreding van Turkije tot de EU”. Een medewerker verkent de mogelijkheden van het boeken printen on demand, waardoor „je geen traditionele uitgeverij meer nodig hebt” en een redacteur analyseert hoe mediagebruik steeds persoonlijker en individueler wordt. Het woord Facebook staat niet in de krant, wel ‘Hyves’ en ‘chatten op msn’.

„Nrc.next”, zo schreef hoofdredacteur Folkert Jensma in die eerste krant, „is bestemd voor de nieuwe generatie geïnteresseerde mediagebruikers die anders omgaat met nieuws en informatie. Een betaalde krant is voor hen geen vanzelfsprekendheid”. Een eigen website zou de krant niet krijgen. Maar er zou „meer nieuws komen op nrc.nl: rubrieken op de website worden doorlopend ververst, van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds – en niet meer twee keer per dag zoals tot dusver”. Op de site was voor betalende abonnees „het nrc-krantenarchief en de complete Encarta Winkler Prins-encyclopedie te vinden”.

Kortom: nrc.next ontstond in een wereld die erg verschilde en toch erg lijkt op die van tien jaar later. In een krantenlandschap dat beheerst werd door enkele grote, soms logge, en in zichzelf gekeerde spelers als PCM (destijds eigenaar van o.m. NRC, Volkskrant en Trouw) en De Telegraaf keken veel bestaande kranten aan tegen snel dalende oplages. Het intussen volwassen internet werd meer gezien als een bedreiging dan als een ongekende hefboom voor journalistiek. Panikerende uitgevers en krantengoeroes renden naar de nooduitgang van de ‘gratis krant’, zoals later bleek een nooduitgang die geen redding bracht.

De aanloop naar de nieuwe krant verliep niet rimpelloos. Er waren twijfels op de redactie (zou het merk van NRC Handelsblad niet worden aangetast?). Er was verzet bij andere titels bij PCM (zou hun oplage er niet onder lijden?). En zaten lezers nog wel te wachten op de bedrukte ‘dode bomen’, vroegen critici en ‘mediawatchers’ zich af. Maar de redactie zette koppig door. En lanceerde de eerste nieuwe betaalde krant in Nederland in vier decennia.

Ook voor die nieuwe krant, nu dus tien jaar oud, was het niet vanzelfsprekend om een plaats te veroveren in het krantenlandschap. De formule moest verschillende keren worden bijgestuurd. De verkochte oplage schommelde. Eind vorig jaar werd besloten om nrc.next in de ochtend en NRC Handelsblad in de middag veel nauwer bij elkaar te laten aansluiten.

De doemdenkers van tien jaar geleden hebben wel ongelijk gekregen. In een wereld waarin maand- en weekbladen onder druk staan, regionale kranten het lastig hebben en de gratis papieren pers zo goed als verdween, bereiken kranten als NRC, de Volkskrant en Trouw in 2016 op papier en digitaal minstens evenveel lezers. Er kwamen frisse digitale initiatieven als De Correspondent, handige dragers als de iPad en andere tablets, nieuwe distributiemodellen als Blendle. De meeste landelijke dagbladen kregen nieuwe en ambitieuze eigenaren.

Het is onmogelijk om te voorspellen hoe het krantenlandschap er over tien jaar zal uitzien. Een ding staat vast: het wordt veel digitaler dan nu het geval is. Dat biedt kansen aan ‘klassieke’ mediabedrijven zoals NRC Media, maar gelukkig ook aan mensen die creatief zijn en initiatief durven nemen. Om next te lanceren had je tien jaar geleden naast durf en visie nog veel kapitaal, een drukkerij en vrachtwagens nodig. Voor nieuwe initiatieven volstaat nu intellectueel kapitaal, verbeeldingskracht en creativiteit. De democratie kan er alleen maar wel bij varen.