Meisjes in een jongenswereld

Meisjes hebben voetbal ontdekt. Waar het kan, spelen ze in meisjesteams. Zo niet, dan met jongens. Er komt nu zelfs een meisjestenue op de markt.

Roze en gele voetbalschoenen dartelen over de met ochtenddauw bedekte kunstgrasmat. Diademen, elastiekjes en haarspeldjes met vrolijke kleuren worden in het haar gedaan. De zweetdruppels lopen over het voorhoofd van trainer Rachid Chafiki, die enthousiast meedoet aan de warming-up. Bij de meisjes van de F2 van Buitenveldert nog geen zweetdruppel te bekennen. Zij lachen vooral. „En nu knietjes meiden, kom op!”

Voetbal wint aan populariteit onder meisjes en dames. De groei van leden bij voetbalbond KNVB was afgelopen seizoen het grootst onder deze groep. Het aantal vrouwelijke leden steeg met ruim 6 procent naar 146.090. In totaal telt de KNVB ruim 1,2 miljoen leden. De grootste groei – met ruim 17 procent naar 11.220 meisjes – was onder de allerkleinsten, tussen de 5 en 9 jaar: de mini-pupillen en de F’jes.

Bekijk ook onze beeldserie: Voetbal is voor meisjes

De Amsterdamse club Buitenveldert investeerde al 15 jaar geleden in het meisjes- en vrouwenvoetbal. De club is succesvol met die teams en heeft een samenwerkingsverband met Ajax. De nabijgelegen club AFC heeft sinds vorig jaar een meisjesteam. Dat zijn belangrijke stappen, zegt oud-profvoetballer Leonne Stentler (29), die zelf speelde bij ADO Den Haag, Ajax en het Nederlands elftal. Stentler: „Ik voetbalde van mijn achtste tot mijn negentiende in een jongensteam, dat heeft mij tot de top gebracht en was dus echt goed voor mijn ontwikkeling, maar vanaf de puberteit niet altijd even leuk.”

Ook Fleur (9) speelt tussen en tegen jongens. Want het vrouwenvoetbal groeit, maar veel clubs hebben nog geen meisjes- of vrouwenteams. Het Amstelveense AMVJ, waar Fleur zit, bijvoorbeeld. Vandaag spelen ze met de F2 gelijk tegen Buiksloot F3. Het maakt Fleur niet uit dat ze tussen de jongens voetbalt. „Ik voetbal in de pauze op school ook altijd met de jongens. Er zit niet zoveel verschil tussen jongens en meisjes.”

Ze ging op voetbal omdat ze het beter wilde leren. Dat broer Tom en vader Emile Obdijn al bij AMVJ zaten, speelde ook mee. Ze is de jongensvoetbalwereld gewend. Behoefte aan een meisjesteam heeft ze niet. „De jongens zijn aardig voor me, dus dat is prima.”

Niet elke club heeft genoeg speelsters voor een team, laat staan genoeg meisjes van eenzelfde niveau. Dat wordt nog wel eens vergeten, zegt Stentler. „Meiden zijn net zo fanatiek als jongens, die willen ook winnen en beter worden.”

Stentler had altijd het gevoel dat ze zich extra moest bewijzen en ouders van andere spelers vonden het niet altijd oké dat hun zoon op de bank moest plaatsnemen om een meisje in de basis te laten starten. „Trainers wilden me soms ook niet hebben omdat ik een meisje was, waardoor ik naar een lager spelend team moest.” Voor de jongens uit Stentlers team was het geen probleem, ze werd geaccepteerd. Bij de tegenstanders stuitte ze vaak op grappen. „Als we het veld opkwamen, zag ik de tegenstanders wijzen en hoorde ze dan praten over wie mij zou dekken.” Ze begonnen vaak te lachen als ze haar op het veld zagen staan „totdat ik in actie kwam”.

Jongens zijn stom

Voor de meisjes van Buitenveldert F2 gaat het nu anders dan in de tijd dat Stentler wekelijks op het veld stond. Zij voetballen van jongs af aan in een meisjesteam. Indiya (8) is daar wel blij mee. „Met meisjes voetballen is leuker. Jongens zijn soms stom en doen soms vervelend.” Met haar teamgenoten heeft ze het naar haar zin. „Het zijn allemaal mijn vriendinnen.” De rest van het team denkt er hetzelfde over.

Trainer Rachid, die met twee andere vaders de meisjes traint, kan er wel om lachen. „Eigenlijk is er geen verschil tussen jongens en meisjes, ook hier is het kluitjesvoetbal op deze leeftijd”, zegt hij na de rust, wijzend op het spel van zijn team.

Enkele minuten later komt een meisje van Legmeervogels ten val. „Misschien toch één verschil”, zegt Rachid terwijl de meisjes op het veld naar het meisje lopen om te vragen of ze pijn heeft. „Wanneer een jongen valt tijdens een wedstrijd, gaan alle andere jongens verder. Ook zijn teamgenoten. Bij meisjes stopt iedereen om te vragen of het wel goed gaat.”

Op het kunstgrasveld van Buitenveldert verliezen de meisjes met 8-0, maar dat lijkt iedereen na een paar minuten vergeten te zijn. Indiya baalt een beetje, maar volgende week is er weer een wedstrijd, zegt ze, waarna ze naar haar teamgenoten snelt. Zora is 8 geworden. Ze wordt op de schouders gehesen, er wordt gezongen en op chips getrakteerd.

Dat Buitenveldert zo vroeg investeerde in het meisjes- en vrouwenvoetbal heeft er voor gezorgd dat het nu voorloopt op veel andere clubs. Volgens Peter Weilenmann, voorzitter meisjes- en damesvoetbal van de club, heeft het de grootste afdeling van Nederland. „Wij hebben 1.400 leden, 500 daarvan zijn meisjes en dames.” Daarmee zit de club aan zijn limiet. „We hebben nog geen ledenstop, maar verder groeien kunnen we niet.”

Hobbezakken

Ondanks de populariteit voetballen de meisjes die vandaag op het veld staan – en op alle andere velden in Nederland – allemaal in voetbalkleding ontworpen voor jongens. Als hobbezakken vallen de shirtjes om meisjes- en dameslichamen en de broekjes vallen over de knieën. Geen gezicht, vindt Leonne Stentler. Sportmerken durfden volgens Stentler de introductie van een complete vrouwenlijn niet aan. Daarom lanceerde zij in december samen met Jacco Knotnerus een voetbalkledinglijn voor meisjes en vrouwen: Liona. Volgende week worden de eerste tenues geleverd.

Stentler is oud-prof, Knotnerus is econoom en heeft een voetballende dochter van elf jaar. Ze constateerden dat speelsters er soms uitzien als halve jongens. En dat is niet alleen zo bij de allerkleinste amateurvoetballers. „Zelfs eredivisiespeelsters lopen in mannenkleding”, zegt Stentler. Zij moest destijds, samen met haar teamgenoten, jongensshirts proberen en die werden vervolgens vermaakt tot vrouwenshirts. „De broekjes waren dezelfde als die voor mannen.”

„Bij andere sporten als hockey is het logisch dat je een ander tenue hebt voor vrouwen.” Maar de voetbalwereld is een mannenwereld. „Soms krijg je te horen dat vrouwen niet zo moeten zeuren.” En clubs kopen liever duizend mannentenues goedkoop in, dan rekening te hoeven houden met een kleine order vrouwentenues, merkt Stentler, ook nu nog wanneer ze haar tenues presenteert bij clubs.

Stentler: „Sommigen snappen het probleem niet.” Oké, het ziet er misschien niet professioneel uit en het comfort is minder, maar ze hebben toch kleding en een bal?

Toch staat dit voor iets belangrijkers, vindt Stentler. „Je voelt je minder gewaardeerd.” En daar moet verandering in komen. „Wij willen die sport gewoon heel gaaf neer zetten. Het is een „emancipatiestap voor het vrouwenvoetbal, dat in korte tijd van ver is gekomen”.

De meisjes van de F2 maakt het niet zoveel uit dat ze in jongenstenues voetballen. Ze zien het als voetbaltenues. „Het is best wel leuk”, zegt Indiya over het overwegend blauwe Buitenveldert-tenue terwijl ze haar roze voetbalschoenen aantrekt, versierd met handtekeningen. „Het zijn de handtekeningen van Ajax”, zegt ze trots. Handtekeningen van de Ajax-vrouwen? „Nee!”, zegt Indiya, „De mannen natuurlijk!”.

De vrouwen komen immers nog niet zo vaak op televisie, en daar haalt ze toch haar helden vandaan. Haar favoriet? „Jasper Cillessen, ik sta ook graag op keep.” Of ze ook heldinnen heeft? Ze schudt het hoofd. Die komen niet vaak genoeg op televisie, ze kent de namen niet.

Indiya wilde op voetbal omdat haar moeder vroeger ook voetbalde. „En op voetbal omdat ik in de zomer buiten voetbalde en dat leuk vond.” Haar moeder, Rebecca Celestina, vindt het wel een goede ontwikkeling dat er meidentenues komen. „Het is toch belangrijk dat het er ook een beetje leuk uitziet.” Haar dochter is het met haar eens, maar: „Voetballen is sowieso leuk.”