Gevaar van vulkaanas voor vliegtuigmotoren onderschat

Bouwers van vliegtuigmotoren gebruiken „volkomen ontoereikende” tests om de gevaren van vulkaanas te bepalen. Dat schrijven Duitse vulkanologen in Nature Communications (2 maart). De huidige tests bepalen de mogelijke schade aan motoren, en het risico op ongelukken, aan de hand van zand. Het bestaat uit siliciumdioxide, en dat is ook het belangrijkste bestanddeel van vulkaanas. Maar in zand is siliciumdioxide gekristalliseerd, in vulkaanas niet, daarin zit het als glas. Kristallijn siliciumdioxide (zand dus) smelt en wordt plakkerig bij 1.700 °C. Voor de negen typen vulkaanas die de Duitsers in hun lab testten blijkt dat punt tussen de 1.150 en 1.275 °C te liggen. De onderzoekers leiden hieruit af dat vulkaanas sneller aankoekt op hete motoronderdelen, en eerder voor problemen kan zorgen. In hun ogen wordt het gevaar onderschat.

Tot eind jaren tachtig was er amper aandacht voor de mogelijke schade aan vliegtuigmotoren als ze aswolken van uitgebarsten vulkanen doorkruisen. Dat veranderde toen op 15 december 1989 KLM-vlucht 867 door een aswolk van vulkaan Mount Redoubt (Alaska) vloog en bijna crashte. Sindsdien is er een wereldwijd netwerk van negen luchtvaartcentra dat informatie uitwisselt over vulkaanuitbarstingen en aswolken. Toch blijven zich jaarlijks gemiddeld enkele incidenten voordoen, soms met flinke schade aan vliegtuigmotoren. Tot een crash heeft het echter nooit geleid. In de luchtvaart worden vogelaanvaringen en ijsvorming als grotere risico’s gezien.

Europa werd in 2010 geconfronteerd met de problematiek van vulkaanas, na een uitbarsting op IJsland. Door het beleid van de zero ash tolerance – géén vliegverkeer als er vulkaanas in de atmosfeer is – lag het vliegverkeer dagen stil. Daarna is het beleid aangepast. Er kwam een nieuwe bovengrens: 2,3 mg vulkaanas/m3. Die norm is gebaseerd op proeven met zand. Om het gevaar van vulkaanas echt duidelijk te krijgen, zijn er volgens de Duitse onderzoekers tests nodig in werkende vliegtuigmotoren.