De kwaliteit van mijn nachtmerries is van B-filmniveau

‘Overdue, not working”, zegt de taxichauffeuse. Die mij niet wil brengen waar ik heen wil, om mijn kweller te ontlopen. Maar zij is hij. Zij is het, óók. Een slang, een plaaggeest in steeds andere gedaantes.

Laat mij niet los.

Zeer bewuste nachtmerries in het halfduister.

Ik probeer de plaaggeest te slim af te zijn met woorden, maar ik creëer de plaaggeest en hij kan mij dus aan.

Dan probeer ik bruut geweld, ik schiet, ik duw, en de inhoud van hoofden vliegt over straat.

‘Dat is zeker geen richting die ik op wil in mijn droom’, denk ik. En ik gooi het over een andere boeg.

Ik denk aan een kat, hij verschijnt, maar hij bijt me, valt me aan. Niks werkt. Een duistere wereld met aan de deur de schaduw die aanklopt om me lachend te verzwelgen. Haha. Hier ben ik, ik, je ergste vijand. Gemaakt door jou, bestaand door jou. Alles is je eigen schuld. Vecht tegen mij en je vecht tegen jezelf. Hier ben ik. Benauwd. De rand van het bed droom ik heel erg dichtbij. Ik kan overal vallen, zelfs in het echt.

Ik trek me eruit en ga rechtop zitten. Het licht moet aan. Dus dat doe ik. Straks probeer ik het nog eens, een duik terug in het donker. Waar misschien ook een lampje is aangegaan. Hopend op een kalmere zee, met een bodem en een strand om over weg te lopen, in de zon. Zonder gevolgd te worden.

Om 03.47 uur des nachts krabbelde ik dit in mijn telefoon. Ik herlas het licht teleurgesteld. De kwaliteit van mijn nachtmerries is echt van B-filmniveau. Toch ben ik daarna opgestaan om alle lichten in het huis aan te doen. Ik at een banaan en liep door alle kamers om me ervan te vergewissen dat alles wat ik zag er daadwerkelijk stond en met gedachtekracht niet van vorm te veranderen was. Ook keek ik onder bedden, in kasten en achter deuren. Na een half uur roerloos voor me uit te hebben gestaard moest ik concluderen dat rechtop zitten met het licht aan niets veranderde aan het gevoel dat zich naar binnen had gevreten. Dus ging ik maar weer slapen. Ik gleed er zo weer in. Door donkere steegjes kropen katten met mensenhoofden (ik mag geen faceswapfoto’s meer maken met mijn kat) die naar mij sisten en ik moest blijven rennen. Twee uur later werd ik doodsmoe wakker. Toch was de dag die hierop volgde van een betere kwaliteit dan na die keer dat ik droomde van uitputtende seks met een redelijk ongewassen kennis, waarmee ik in wakkere staat nooit zoiets dergelijks zou willen ondernemen. Dus dat is winst.