Lentekriebels

Switchen. Nu kan het nog. Maar straks misschien niet meer. Elk jaar, meestal tegen de lente, word ik een beetje onrustig. Blijf ik doen wat ik de afgelopen jaren heb gedaan? Moet ik toch meer doen in onderzoek? Of misschien iets heel anders?

Ik ben niet de enige twijfelaar. Als ik door het beschikbare onderzoek ploeg, zie ik dat op dit moment één op de vijf werkenden een geheel nieuwe carrière overweegt. Maar ik lees ook dat het niet slim is om te vaak en te snel van vakgebied te switchen. Omdat je dan altijd een beginneling blijft in je (zoveelste) nieuwe beroep. Twaalf ambachten, dertien ongelukken.

Opmerkelijk is dat veel van mijn helden mensen zijn die al héél lang ongeveer hetzelfde doen. Vorige week kocht ik het nieuwe stripalbum uit de reeks Franka. Zolang ik strips lees ben ik al een bewonderaar van de schrijver en tekenaar van de reeks: Henk Kuijpers. Kuijpers begon in 1973, naast zijn studie sociologie, met striptekenen. In 43 jaar tijd leverde hij 23 stripalbums af over de roodharige, vrouwelijke detective. Knappe verhalen, prachtig getekend. Kuijpers is nu 71 en heeft het grootste deel van zijn leven besteed aan één strip.

De afgelopen week luisterde ik in de auto bijna elke dag naar muziek van Quincy Jones. Trompettist, componist, arrangeur, producer, impresario, muzikaal genie. Over een paar dagen wordt de man 83. De grootste jazz- en popmusici van de afgelopen eeuw stonden in de rij om met hem te werken. Vooruit, een paar namen: Frank Sinatra en Michael Jackson (en Sara Vaughan en Count Basie en Duke Ellington en Amy Winehouse en Usher en John Legend en en en).

Toegegeven: mensen als Kuijpers en Jones hebben meer gedaan in hun loopbaan dan alleen striptekenen of muziek maken.

Zo besloot Henk Kuijpers eind jaren negentig om zelf zijn boeken te gaan uitgeven. En tegenwoordig kun je in zijn webwinkel ook zeefdrukken, posters en speciale Franka-edities kopen. Quincy Jones produceerde films en tv-series en besteedt nu een groot deel van zijn tijd aan het begeleiden van jonge jazzartiesten, zoals het Britse wonderkind Jacob Collier (van wie ik hoop dat hij ook tot zijn 83ste dit werk blijft doen).

Maar het interessante is dat de veranderingen in dit soort indrukwekkende carrières doorgaans dicht in de buurt liggen van het oorspronkelijke ambacht. Opzettelijk of toevallig, maar bij elke volgende stap in hun loopbaan ontwikkelen deze mensen hun ‘kernactiviteit’ weer een stap verder.

Stiekem hoop ik dat mijn helden af en toe ook twijfelen: had ik misschien toch iets heel anders moeten doen? Maar blijkbaar wisten ze op cruciale momenten de onrust de kop in te drukken.

Ik heb veel respect voor mensen die hun leven en loopbaan regelmatig omgooien. Maar eigenlijk is het ook een hele prestatie om – vroeg of laat – aan een carrière te beginnen en dan je werk gewoon af te maken.

Ik negeer dit jaar opnieuw mijn lentekriebels en blijf gewoon stukjes schrijven en lesgeven en proberen om het elke week weer net iets anders en net iets beter te doen.