‘Ik ben vooral bezig met de sfeer op kantoor’

Marnix Geus richtte een marketingbureau op en schreef het boek Mensenhandel over wat je leert van baas zijn.

Marnix Geus (40) is een pr-man. Eén die het heeft over „jezelf losknippen van belemmerende gedachten rondom werk”. En over „mooie mensenhandelaren”. Met dat laatste doelt hij op werkgevers die hun werknemers inspireren. Leidinggevenden moeten zich niet opstellen als De Baas, vindt hij, maar werknemers betrekken bij de bedrijfsvoering. Wat vinden zij van een bepaald probleem, hoe zouden zij dit oplossen?

„Het is een achterhaalde gedachte dat je een bedrijf bestiert door je als leidinggevende enorm boven je personeel te plaatsen. Dat werkt niet.” Weg met die speciale parkeerplaatsen voor de directieleden. Weg met de automatendrab uit plastic bekertjes terwijl in de boardroom wél goede koffie geschonken wordt. „Een werkgever is geen slavendrijver. En een werknemer zou geen loonslaaf moeten zijn. Ze moeten sámen werken.”

Geus begon elf jaar geleden ‘Het PR Bureau’ samen met Jacqueline Bosselaar. Zaten ze in 2005 nog met z’n tweeën in hun gehuurde kantoor in een voormalige Volvo-garage, in 2011 hadden ze vijfentwintig personeelsleden. En nu hebben ze dertig mensen op de loonlijst staan en doen ze een beroep op hun pool van twintig stagiairs, werkstudenten en freelancers.

Hij schreef er een boek over: Mensenhandel. „Ik heb wel getwijfeld over de titel van het boek, ja. Was die niet op het randje?” Maar goed, daar ben je pr-man voor: „Ik wilde natuurlijk dat het zou triggeren.” Geus heeft wel even gebeld met stichting CoMensha, die strijdt tegen mensenhandel. „Ze vonden het niet erg. Nu heb ik bedacht: als je het boek via de webshop koopt, gaat er één euro naar die stichting.”

Inmiddels heeft Geus zijn managementtaken overgedragen en is hij ‘chief connecting officer’. „Klinkt goed he?” De vrije vertaling: hij kletst potentiële klanten het bedrijf binnen. Aan de plotselinge groei van zijn pr-bureau heeft hij behoorlijk moeten wennen. „Ik kreeg een andere rol. Werd manager, moest mensen ontslaan.” En daar leer je van. Geus vertelt over zijn bevindingen.

Zakenhuwelijk

„Jacqueline en ik hebben een goed zakenhuwelijk. Anders dan in een liefdesrelatie is het belangrijk dat je zakenpartner níét op je lijkt. Als je over dezelfde eigenschappen beschikt, kan dat gevaarlijk zijn. Ik ben ongeduldig en impulsief. Gelukkig is Jacqueline bedachtzamer. Als zij ook zo ongeduldig was, waren we op onze bek gegaan omdat we dan steeds veel te snel zouden beslissen. Daarnaast is Jacqueline meer gefocust op het vak: zij gaat voor de topprestatie. Ik ben vooral bezig met ondernemen en met de sfeer op kantoor.”

Vrienden

„Je kunt vrienden zijn met je collega’s. Dat geldt ook voor werkgevers en werknemers. Maar het is ingewikkeld wanneer je iemand een negatieve beoordeling moet geven. Eén van mijn werknemers zei: ‘Maar wij mogen elkaar toch?’ Je moet duidelijk maken dat zo’n beoordeling losstaat van wat je van iemand als vriend vindt. Toen dit bedrijf kleiner was, heb ik bewust enige afstand genomen van de werknemers. Het team was een vriendenclub geworden en het werk kwam op de tweede plaats. Dat was niet handig, het sloeg door. Toen bedachten we voor de grap een interne campagne: ‘Laten we het zakelijk houden’. Zodra iemand te persoonlijk werd, spraken we die zin uit. Ik bén alleen wel graag persoonlijk. Ik waardeer het als iemand uitlegt erdoorheen te zitten vanwege een stukgelopen relatie.”

Feest

„Wij vieren alles. Dat is goed voor de sfeer. Elke week hebben we gezamenlijk overleg. Dan zingen we voor de jarigen, drinken we champagne wanneer we een grote klant hebben binnengehaald.”

Sollicitanten

„Aan een cv kun je niet zien of iemand persoonlijkheid heeft. Ik wil iemand leren kennen tijdens een sollicitatiegesprek. Vaak maak ik een wandeling met een sollicitant en vraag ik naar zijn of haar familie. Hoe is de band met hun ouders? Het is handig mensen aan te nemen via je huidige werknemers. Mensen die heel goed in hun vak zijn, hebben vaak vrienden die dat ook zijn.”

De coach

„Wij hebben meerdere coaches die ons zakelijk begeleiden. De eerste bezochten Jacqueline en ik al toen we net begonnen. We waren 29, alles was nieuw. Het leek wel relatietherapie. Maar dan preventief. Hoe vind je het dat Marnix steeds meer zijn eigen weg gaat? vroeg de coach dan. Zo kwam er meer boven tafel dan tijdens een etentje. Het is confronterend, maar ook nuttig te praten met iemand die wat meer afstand heeft.”

Ontslag

„Een ontslaggesprek bereid je goed voor. En je zegt meteen: ‘Wij gaan geen leuk gesprek hebben.’ Het gebeurt wel eens dat iemand moet huilen. Dan haal je een glas water. En je vraagt: ‘Zag je het aankomen?’ Vervolgens vertel je hoe je tot die overweging bent gekomen. De persoon die ontslagen is, maakt een mini-rouwproces door. Hij of zij is heel boos of verdrietig. Ik maakte iemand mee die dreigde zichzelf iets aan te doen. Toen werd ik heel kwaad, zei ik dat hij dingen in perspectief moest zien. Vorig jaar moest ik meerdere mensen ontslaan omdat het niet goed ging met het bedrijf. Daar had ik wel pijn in mijn buik van. Als werkgever moet je je trouwens goed in het ontslagrecht verdiepen. De regels veranderen constant en het is slim op de hoogte te zijn van de opzegtermijn waarmee je rekening moet houden. Je kunt anders stomme fouten maken. Dan blijft iemand langer rondlopen dan de bedoeling is en dat verpest de sfeer. De ontslagene moet je ook wijzen op zijn of haar rechten, vind ik.”

Burn-out

„Nadat ik zelf uit de bocht was gevlogen, leerde ik: als er iets bijkomt, moet er ook iets af. Overspannenheid gaat vaak gepaard met werk in combinatie met iets uit je privéleven. Stel, één van de ouders wordt ernstig ziek, dan moet je eigenlijk een dag minder werken. Maar we zijn calvinistisch, vinden onszelf een pussy als we gas terugnemen. Dat is dom. Je krijgt een tunnelvisie, kunt zelfs denken dat je in een flow zit. Intussen word je hyper, kortademig en jachtig. Ook van zaken die je energie geven, kun je te moe worden. Ik plan nu tijd voor mezelf in, die is heilig en die blok ik echt in mijn agenda.”