Hogepriester van de kleinschalige zorg

Non-conformist, wereldverbeteraar, fantastische zakenman. Jos de Blok, de succesvolle vernieuwer in de wijkverpleging, heeft vele gezichten.

foto Sake Elzinga

Zijn ene hand in de zak van zijn donkere spijkerbroek, in zijn andere hand een koffiebekertje – losjes voor zijn borst. Opvallend relaxed staat Jos de Blok (55) op donderdagmiddag 3 maart in het stadhuis van Den Haag de miljoenendeal uit te leggen die hij zojuist met de gemeente sloot. Vriendelijke donkere ogen, een zachte, bijna zalvende stem.

Zeshonderd Haagse huishoudelijke hulpen van het bijna failliete TSN Thuiszorg houden hun baan, is de portee van zijn verhaal. Sommigen gaan zelfs meer verdienen, zegt hij. De bescheiden ogende boodschapper draagt geen jas en geen das. Hij is volledig in het zwart gestoken. Zelfs zijn horloge is zwart.

Jos de Blok, derde zoon uit een Zeeuws katholiek gezin van vijf kinderen, verovert de zorg. Met zijn in 2006 opgerichte stichting Buurtzorg boekt hij groot succes. Die thuiszorginstelling is de belangrijkste partij om werk van de aanstonds failliete marktleider TSN Thuiszorg over te nemen. Duizenden banen en meer dan tienduizend ouderen en gehandicapten zullen onder de hoede van Buurtzorg komen.

Buurtzorg groeit jaar in jaar uit met tientallen procenten. De omzet is inmiddels boven de kwart miljard euro uitgekomen. Buurtzorg expandeert in het buitenland en De Blok werkt ook nog aan het opzetten van een zorgverzekeraar. Wat is het geheim van Buurtzorg? En wie is directeur en oprichter Jos de Blok?

Buurtzorg is een bijzondere zorginstelling. Er werken nul managers. Ondanks de enorme bureaucratisering in de zorg weet het zich grotendeels te onttrekken aan het dichtgroeiende regelwoud in de ouderen- en gehandicaptenzorg.

De Blok is geen universitair geschoolde bestuurder. Hij begon op de werkvloer, als wijkverpleegkundige. Inspiratiebron is zijn moeder, die werkte als gezinsverzorgende. Met haar, 81 jaar, heeft hij nog altijd een sterke band. Zus Rieke: „Jos heeft van haar een groot sociaal hart geërfd. Dat combineert hij met nuchterheid en een enorm doorzettingsvermogen. Jos is een strijder.”

Verontwaardiging

Buurtzorg ontstond aan de keukentafel van De Blok en zijn echtgenote Gonnie Kronenberg met één laptop. Verontwaardiging was hun voedingsbodem.

De Blok ging door een moeilijke periode. Hij wilde, als hoofd innovatie bij een grote zorginstelling, veranderingen doorvoeren, maar botste op een muur van onwil. Hij kreeg een periode depressieklachten en besloot dat het genoeg was.

De Blok en zijn vrouw geloofden niet meer in het systeem dat alle gevestigde thuiszorginstellingen aanhangen: management dat voor de wijkverpleegkundigen bepaalt hoe zij moeten werken. Het stel nam samen ontslag.

Wijkverpleegkundigen weten zelf veel beter wie wat wanneer kan doen. Zij kunnen beter zelf hun werk organiseren en plannen dan managers en declaratiestelsels, is De Bloks overtuiging.

Dat werd de grondgedachte van de ‘zelfsturende’ teams. Groepjes van verpleegkundigen die zelf de boel regelen: de bezoeken, het aantal uren hulp dat nodig is. En als de teams groter worden dan twaalf, splitsen ze automatisch op. Zo blijft de menselijke maat leidend: voor de patiënten én voor de medewerkers.

Vele thuiszorgmedewerkers meldden zich sinds 2006 spontaan aan bij Buurtzorg, omdat zij de verontwaardiging delen over de ‘intensieve menshouderij’ in de langdurige zorg. Het blijkt meer dan een hobbyclub met nobele idealen. Aan de basis van Buurtzorg ligt een verfijnd automatiseringssysteem.

De Blok ontwikkelt samen met een paar vrienden een digitale omgeving waarin de wijkverpleegkundigen hun data en ervaringen gemakkelijk en laagdrempelig uit kunnen wisselen. „Wat De Blok heel goed weet is de scheiding tussen activiteiten die mindful (aandachtig) en mindless (routinematig) zijn”, zegt wetenschapper Sharda Nandram die twee jaar onderzoek deed naar Buurtzorg en in India een door Buurtzorg gefinancierde leerstoel bekleedt. „Het aandachtige moet je niet automatiseren. Het routinematige daarentegen moet je niet te belangrijk maken. Dan worden werknemers niet aangesproken op hun intelligentie.”

De wijkverpleging leent zich bij uitstek voor zich opsplitsende teams, zegt econoom Marcel Canoy. „Wijkverpleging is makkelijk regionaal op te splitsen in diensten die min of meer hetzelfde zijn. De aard van de werkzaamheden is overal vrijwel hetzelfde.” Het resulteert volgens Canoy in extreem lage kantoorkosten bij Buurtzorg.

Het hoofdkantoor in Almelo is bijzonder bescheiden, voor een organisatie met 275 miljoen euro omzet en rond de 8.000 werknemers. Ook advieskantoor KPMG is enthousiast. David Ikkersheim onderzocht de formule van Buurtzorg uitgebreid. „De tevredenheid van medewerkers en cliënten is bij Buurtzorg fenomenaal goed. Qua kosten zijn ze slechts iets goedkoper dan gemiddeld – maar ze leveren wel duidelijk bovengemiddelde kwaliteit.”

De aanpak zonder managers vergt wel veel van het personeel. Er bestaat geen promotiebeleid, geen verschil in titulatuur. Dat is het nadeel van een platte organisatie: de motivatie moet van binnenuit komen. Wel komen er groeiende mogelijkheden voor wijkverpleegkundigen om iets in het buitenland te doen – bijvoorbeeld trainingen geven.

KPMG-adviseur Ikkersheim ontdekte slechts één minpuntje bij zijn analyse: dat de leeftijd waarop ouderen van Buurtzorg naar een verpleeghuis gaan lager is dan bij concurrenten. „Daar is wat te winnen.” Waardoor het komt, weet Ikkersheim niet. Concurrenten die het niet zo op Buurtzorg hebben, weten dat wel: afschuifgedrag. Bij Buurtzorg worden de moeilijkste patiënten sneller naar een instelling gedirigeerd, is hun verwijt.

Reddingsoperatie TSN

De jaloezie van concurrenten komt vooral door de voorkeursbehandeling die Buurtzorg in Den Haag krijgt. Politici zijn onder de indruk. Ook bij de reddingsoperatie van TSN wist Buurtzorg publieke steun van staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) te verwerven met zicht op een extra subsidie.

PvdA-leider Samsom was op het partijcongres een maand geleden iets te voorbarig over de TSN-redding, maar zijn perceptie van Buurtzorg is veelzeggend. „Afgelopen weken zorgde Martin van Rijn ervoor dat het failliete TSN, dat misgokte met het bedrijfsmodel van karige goedkope zorg voor maximale winst, kan worden overgenomen door een stichting van Buurtzorg. De oude zorg gaat failliet, leve de nieuwe. Een voorbeeld van hoe de trend wordt gekeerd.”

De Blok wordt geroemd om zijn vermogen te inspireren. In vastgelopen teams weet hij heel subtiel de stemming te verbeteren. Hij onthoudt namen van honderden werknemers. Het zit in zijn aard. Hij krijgt energie van contacten, of het nu de minister is of een wijkverpleegkundige. Terwijl De Blok een reis naar Australië en Japan cancelde vanwege de overname van TSN, trok hij wel een dag uit om de crematie van een wijkverpleegkundige uit Amersfoort bij te wonen. Gonnie Kronenberg: „Jos is heel emotioneel. Als bijvoorbeeld het programma Over mijn Lijk op televisie is, dat gaat over jongeren die terminaal ziek zijn, kan hij daar eigenlijk niet naar kijken. Dan kijk ik naast me en denk ik: goh, Jos huilt nog harder dan ik.”

De Blok werd viermaal tot beste werkgever van Nederland verkozen. Het personeel loopt met hem weg. Hij doet ook veel aan binding. Eenmaal per jaar is er een gezamenlijke sportdag. Ieder jaar is er een vijfdaags congres voor werknemers om de laatste ontwikkelingen in de sector te delen. En vijfmaal per jaar zijn er ‘visiedagen’ voor nieuwe medewerkers waarbij De Blok bij een informele lunch de Buurtzorg-boodschap uitdraagt.

„Er zijn veel groupies die klakkeloos en kritiekloos de ideeën en plannen van Buurtzorg overnemen en uitdragen”, zegt Hans Buijing van branchevereniging BTN – Buurtzorg is bij een andere club aangesloten. „Soms hoor je dat bijeenkomsten een wat sektarisch karakter hebben.”

Dat geluid is begrijpelijk. De Blok loopt altijd in het zwart. Net als zijn broers was hij misdienaar op school. Vroeger wilde hij wel priester of missionaris worden. Vrienden en familie zien iets van die wens nog terug. Ben Wentink, die al twintig jaar met hem samenwerkt, lacht: „Hij is het eigenlijk ook geworden, hè. Hij heeft een boodschap, die draagt hij uit en iedereen wil hem horen, over de hele wereld. Dat doet hij niet bestraffend, niet betuttelend. Maar hij gaat ook niet in discussie met mensen die het niet met hem eens zijn.”

Secretaresse Inge Plaggemans: „Jos wil een wereldverbeteraar zijn. Het goede doen voor mensen. Het moet gewoon geregeld worden, op zijn manier. Jos wil de wereld mooier maken. Dat is, zonder overdrijven, zijn missie.”

Naaste medewerker Kety de Kwaasteniet: „Hij is de zorgprofeet, zeggen anderen. Maar zo ziet hij het niet. Een werkwijze die zo logisch is, kan volgens hem niet als profetie worden gezien. Het moet gewoon op deze manier, en niet anders.”

Geen kostuum of das

Zijn informele kleding is heilig voor De Blok. Zelfs op een staatsiebezoek met Koning Willem-Alexander en prinses Maxima draagt hij geen kostuum of das. Echtgenote Gonnie: „Hij ging akkoord met een iets nettere zwarte spijkerbroek dan normaal. Ik zeg: je moet een stropdas om. Wilde hij niet. Dus kocht ik een strikje, zo’n vlinderdas. Zwart natuurlijk. Zie ik hem later op tv, zit dat strikje helemaal scheef. Bleek Jos het bovenste knoopje van zijn overhemd open te hebben gedaan.”

Buurtzorg is bewust een niet op winst gerichte stichting waarin oprichter De Blok met 139.000 euro een bescheiden jaarbeloning ontvangt voor zo’n grote instelling.

Toch is het zakendoen De Blok niet vreemd. Hij is een „fantastische verkoper” zegt Buijing, een verkoper die de politieke wind goed aanvoelt. Hij kan hard zijn in onderhandelingen, standvastig. En naast Buurtzorg staat een privé-holding van De Blok die een aantal zaken bezit. Het bedrijf dat het ict-systeem met Buurtzorg ontwikkelde is voor 27 procent in handen van De Blok privé.

De vraag is waar straks de snel uitdijende inkomsten van de buitenlandse activiteiten naartoe gaan. Buurtzorg onderzoekt exploitatie via licentie en franchiseformules. In Japan draaien al 42 teams. Er zijn dochterbedrijven in de VS en Zweden en het Verenigd Koninkrijk worden trainingen gegeven. De buitenlandse interesse voor het concept is groot. Iedere week zijn er wel buitenlandse gasten in Almelo en De Blok is steeds vaker in het buitenland.

Zijn vrouw Gonnie: „Hij heeft die droom om de hele gezondheidszorg te verbeteren. Zeg ik iets tegen hem, zit hij op zijn telefoon. Twitteren, werkmail lezen. Buurtzorg is er altijd.”