Het verborgen leven van de potvis

Is de massieve kop van een potvis een stootkussen bij gevechten tussen mannetjes of juist een kwetsbaar sonarsysteem? Het is een van de vele raadsels rond deze jagers van de diepzee. Door Lucas Brouwers

Vijf van de grootste roofdieren op aarde lagen in januari op het strand van Texel. Ze waren aangespoeld en onder hun eigen gewicht verpletterd. Ook op andere kusten rond de Noordzee spoelden begin dit jaar potvissen aan, 29 in totaal.

Het is een dramatische herinnering aan het feit dat er potvissen bestaan. Het leven van de potvis speelt zich doorgaans af buiten ons zicht, in de diepzee, ver van licht en zuurstof. Wat doen ze daar? Wat weten we nu eigenlijk van de potvis als levend dier?

Weinig, maar het verandert snel. Een peloton biologen probeert grip te krijgen op het leven van de potvis. Zeebiologen plakken microfoons op de potvisspek, om mee te luisteren als potvissen afdalen. Anatomen snijden de potvis laag voor laag open om te zien hoe het dier zijn klikgeluiden maakt. En gedragsbiologen varen geduldig achter ze aan, om te zien wie met wie uithangt.

En keer op keer verrast de potvis. In de Grote Oceaan blijken potvissen een intense strijd te leveren met orka’s. En biologen weten pas sinds 8 jaar dat potvissen rechtop hangend in het water slapen. Maar de meest verbazende potvisontdekking van de afgelopen jaren is misschien wel dat potvissen leven in verschillende clans, met eigen manieren en gewoonten. De potvis heeft cultuur.

Jaag, leer, vecht, slaap en duik onder. Dát is het geheime leven van de potvis.

Jaag

Een klik galmt door het water. En nog een. Een jagende potvis klikt ongeveer elke seconde. Als een vleermuis in het duister luistert de potvis naar de echo’s van zijn eigen kliks. Zo lokaliseert hij de scholen inktvis in de diepzee.

Meestal jagen potvissen ergens tussen de 400 en 1200 meter diep, maar er zijn potvissen tot op 2 kilometer diepte gemeten. Hier is het donker. Gehoor is het enige zintuig waarover de potvissen beschikken. En dat benutten ze volop: potviskliks klinken snoeihard. De klik van een potvis is het luidste dierengeluid ooit gemeten: 236 decibel (J. Acoust. Soc. Am., 2003). Ter vergelijking: een passerend containerschip maakt een lawaai van 180 decibel.

Het geklik versnelt tot gezoem. Niemand heeft het ooit gezien, er zijn alleen geluidsopnames van, maar volgens walvisbiologen signaleert zo’n versnelling dat de potvis een inktvis nadert. De potvis versnelt nu, hij wendt en keert. De potvis heeft zijn prooi. Op een goede duik vangt een potvis meer dan 40 inktvissen. Inktvissen horen de kliks waarschijnlijk niet.

De potvis maakt zijn kliks met een paar luchtkleppen voorin zijn kop. Franse anatomen noemden die kleppen in de 19de eeuw ‘apenlippen’ De potvis perst lucht door de lippen, waardoor ze opengaan en dichtklappen. Dat is de klik.

Het geluid wordt versterkt door twee zakken olie in de potviskop: de junk onderin en het conische spermaceti-orgaan bovenin. Het spermaceti-orgaan is gevuld met een witte, sperma-achtige olie waaraan sperm whales hun Engelse naam danken. De geluidspulsen reizen langs twee vetklompen, en verlaten de potvis via de neus (J. Mar. Biol. Ass. UK., 2014).

De potviskop is dus een enorm sonarorgaan. Dat is de algemeen geaccepteerde verklaring onder walvisbiologen. Maar de Amerikaanse bioloog David Carrier denkt daar weer anders over. Volgens hem dient de enorme potviskop als stormram. Mannetjes zouden op elkaar inbeuken om uit te vechten wie er met een vrouwtje mag paren.

De stormramhypothese is controversieel. Het grootste probleem: tot voor kort had nog niemand twee rammende potvissen gezien.

Maar in een artikel dat nog niet door collega-wetenschappers is beoordeeld, publiceerden Carrier en zijn collega’s onlangs de eerste observatie van twee kopstotende potvissen. De gepensioneerde piloot Sandra Lenham beschrijft in het artikel hoe ze in 1997 vanuit een vliegtuig twee volwassen mannetjes recht op elkaar af zag zwemmen. Toen de twee dieren elkaar tot zes meter waren genaderd, doken ze onder en ramden elkaar. In hun artikel rekenen Carrier en zijn collega’s voor dat de vette junk onderin de potviskop kan fungeren als stootkussen, om klappen mee op te vangen (Peer J, 2015).

Stefan Huggenberger van de Universiteit van Keulen en expert op het gebied van potvisanatomie, is niet overtuigd: „De auteurs hebben niet berekend welke krachten het spermaceti-orgaan bovenin het hoofd opvangt bij een klap. Dat is belangrijk omdat de schedel aan de achterzijde van het spermaceti-orgaan vrij delicaat en dun is. De potvisschedel ziet er helemaal niet uit als een schedel om klappen mee op te vangen.”

Mannetjespotvissen bestrijden elkaar niet met kopstoten, denken Huggenberger en andere biologen, maar proberen elkaar te imponeren met zware, langzame kliks. De massieve kop van de potvis is niet om mee te rammen, maar om door de oceanen te galmen.

Leer

Rond de Galápagos-eilanden zwemmen ‘regelmatige potvissen’. Dat zijn potvissen die series van vier of acht regelmatige kliks laten horen. Maar er zijn daar ook potvissen die het anders doen. Zij klikken ook vier of acht keer, maar vertragen hun laatste klik in de reeks met een seconde. Dit zijn de ‘plus-een-potvissen’.

Dit verschil in dialect is cruciaal. Galápagos-potvissen gaan alleen om met potvissen die in hetzelfde dialect klikken. Andere potvissen negeren ze. De twee groepen gedragen zich ook anders. Regelmatige potvissen blijven dicht bij land, de plus-eens gaan ver de zee op. En de plus-eens zwemmen in rechte lijnen, terwijl regelmatige potvissen vaker zigzaggen.

Deze twee clans van de Galápagos zijn ontdekt door potvisbiologen Luke Rendell en Hal Whitehead. In hun boek The Cultural Lives of Whales and Dolphins betogen Rendell en Whitehead dat de verschillen tussen clans niet aangeboren zijn, maar cultureel bepaald worden. Potvissen nemen elkaars dialect over en leren van elkaar. Kortom: de potvis heeft cultuur.

Een clan potvissen bestaat uit duizenden dieren, die soms duizenden kilometers uit elkaar leven. Soms overlappen de leefgebieden van clans. In het oostelijke deel van de Grote Oceaan leven al vijf verschillende clans. Behalve de mens heeft geen enkel ander dier culturen die zo wijd verbreid zijn.

Elke clan is te herkennen aan een coda. Dat zijn de vaste series van kliks die doen denken aan morsecode. De clan-coda bestaat naast andere coda’s in het potvisrepertoire. Zo is een coda die elke potvis net iets anders klikt. Waarschijnlijk kunnen potvissen elkaar daaraan herkennen. En er is een coda van vier kliks, die aangeeft tot welke familie een potvis behoort (Royal Society Open Science, 2016).

Potvissen leren die coda’s waarschijnlijk van elkaar. Het duurt jaren voordat kalveren de coda’s van hun familie of clan beheersen. Tegelijkertijd oefenen kalveren en jonge potvissen veel vaker coda’s dan volwassen dieren, vergelijkbaar met het gebrabbel van mensenbaby’s.

Vooral vrouwtjes verzorgen de overdracht van potviscultuur, denken Rendell en Whitehead. De mannetjes leven de eerste tien jaar van hun leven bij hun moeder. Dan verlaten ze de groep en trekken ze naar het koudere water rond de polen.

Maar vrouwtjes blijven hun lange leven bij elkaar. Een typische potvisfamilie bestaat uit kalfjes, moeders, nichtjes, tantes en oma’s. De potvissen zogen elkaars jongen en passen op de kalfjes als een moeder gaat duiken (Behavioral Ecology, 2009). Soms trekken twee of meer families samen op voor een paar uur of een dag. Familie, groep, clan. Dat zijn de drie lagen van de potviscultuur.

Biologen weten nog maar weinig van clans en hoe ze leven. Afgelopen jaar ontdekte Maurício Cantor, een student van Whitehead, nog een verschil tussen de reguliere en plus-een-potvissen: potvissen uit de regelmatige clan duiken vaker synchroon (Marine Mammal Science, 2015). Potvissen die samen duiken vangen waarschijnlijk meer inktvis. Maar dit heeft wel een nadeel: omdat een duik wel 40 minuten kan duren, lopen de kalfjes in de groep meer gevaar. De plus-eens spreiden hun duiken. Er blijft vaker een potvisoppas achter om op de kalfjes te letten.

„Menselijke cultuur is natuurlijk diverser, symbolischer en cumulatiever dan potviscultuur”, zegt Cantor. „Maar in essentie delen ze dezelfde basis: individuen die van elkaar leren en elkaar imiteren.”

Vecht

Lange tijd dachten biologen dat een volwassen potvis geen natuurlijke vijanden heeft. Wat heeft het grootste roofdier ter wereld nou te vrezen?

De orka.

Haaien krijgen soms een potviskalf te pakken, maar orka’s zijn de enige roofdieren die volwassen potvissen aanvallen. Dat doen ze in groepen. Onderzoekers van het Amerikaanse oceaaninstituut NOAA waren bij de eersten die aanvallen van een groep orka’s op een potviskudde uitgebreid documenteerden (Marine Mammal Science, 2001).

De strijd tussen orka en potvis kan uren duren. Eén van de drie aanvallen die de NOAA-biologen beschrijven is bij zonsopkomst al in volle gang. Een groep van negen potvissen heeft aan de oppervlakte een roset gevormd. Dat is een wielformatie waarbij de potvissen hun koppen naar elkaar steken en hun staarten naar buiten. Groepjes van drie à vier orka’s storten zich om beurten op de roset. Aanvankelijk zijn er een dozijn orka’s, maar naarmate de uren verstrijken worden het er meer.

De orka’s schudden, draaien en trekken om de potvissen te verwonden en uit te putten. Maar de potvissen zijn taai en trouw. Na twee uur lukt het de orka’s om een potvis uit de formatie te slepen. Met gevaar voor eigen leven verlaat een van de grotere potvissen de roset en positioneert zich naast het slachtoffer. Het paar wordt gebeten en verminkt, maar samen komen ze terug in de roset.

Na vier uur is het gedaan. De grootste potvis van de familie draait op haar zij. Dit is het moment waarop het grote orka-mannetje heeft gewacht. Tot nu toe hield de bul zich afzijdig, als een leeuw die zijn leeuwinnen het vuile werk laat opknappen, maar nu stormt hij naar voren. Hij bijt zicht vast, schudt de potvis heen en weer en spuit water in het rond. Het feestmaal begint. De biologen zien hoe de orka’s een voor een onder water duiken, naar het karkas. De zee erboven kleurt rood.

Na de aanval wordt duidelijk hoe bruut de orka’s de overlevende potvissen hebben toegetakeld. Bij één potvis hangt een flap blubber open, van 2 bij 1,5 meter. Bij een andere potvis liggen de ribben bloot. Weer een andere heeft een gebroken onderkaak die in een hoek van 90 graden opzij wijst. En van potvis nummer vier drijven de darmen naast haar lijf. Deze vier potvissen zijn zeker gestorven, denken de biologen. Mogelijk betekent deze aanval het einde van de hele kudde.

Het kan ook anders lopen. In hetzelfde artikel beschrijven de onderzoekers hoe een groepje van vijf potvissen mét kalf wordt lastig gevallen door vijf orka’s. De volwassen potvissen duiken onder, waarschijnlijk slaan ze alarm.

Het werkt. Potvisfamilies in een omtrek van zeven kilometer schieten te hulp. Eerst zijn het er vijftien, dan twintig, dertig. Schouder aan schouder of in een langwerpige vloot zwemmen de potvissen naast en achter elkaar. Na anderhalf uur zijn er vijftig potvissen. De orka’s geven het op.

Alleen orka’s in de Grote Oceaan jagen op potvissen. In de Atlantische Oceaan laten orka en potvis elkaar met rust. Volgens walvisbiologen Rendell en Whitehead is de dreiging van orka’s dé reden dat potvissen in de Grote Oceaan zulke hechte clans vormen (International Journal of Primatology, 2012).

Slaap

Twaalf potvissen hangen loodrecht in het water. Sommige drijven met hun kop naar beneden. De potvissen zijn doodstil, ze verroeren geen vin. Ze slapen.

De biologen die per ongeluk met hun boot tussen de groep slapende potvissen terecht kwamen voelen zich unheimisch. De potvissen hebben niets in de gaten. Pas als het schip een potvis raakt, schrikt het dier wakker. De hele groep komt nu in beweging.

Japanse en Britse biologen filmden het incident met de slapende potvissen acht jaar geleden (Current Biology, 2008). Hun artikel is de eerste wetenschappelijke beschrijving van slapende potvissen.

De biologen meten potvisslaapjes die gemiddeld een kwartier duren. Alles bij elkaar opgeteld doezelen potvissen ongeveer twee uur per dag. Twee uur slaap is extreem kort. Het is in ieder geval minder dan elk ander zoogdier slaapt. Halen potvissen dat slaaptekort op een ander moment in?

Misschien slapen potvissen ook aan één kant als ze stijgen na een lange duik, opperen de biologen. Dolfijnen kunnen hun hersenhelften afzonderlijk laten slapen, net als vogels. De hangende slaap aan het wateroppervlak lijkt een slaap waarbij de potvis beide hersenhelften laat rusten. Dat blijkt uit de ongevoeligheid van potvissen voor visuele prikkels, zoals het naderende schip dat in het blikveld van de potvissen voer.