Groot schandaal met onbewezen gevolgen

Tankschip Probo Koala werd later omgedoopt in Gulf Jash. foto’s afp

De Probo Koalazaak wordt heropend. Letselschadeadvocaten hebben toch nog Ivorianen gevonden die menen letsel te hebben opgelopen en nu moet de schade vergoed worden. Het totaalbedrag kan flink oplopen, want ook de letselschadeadvocaten moeten uit de kosten komen.

Wat is dat, Probo Koala, wil de jonge lezer weten. Ja, dat is niet zomaar uitgelegd. De neiging is groot om te zeggen: kijk het zelf even na bij Wikipedia, maar dat gaat deze keer niet goed want er is rond de Probo Koala een edit war uitgebroken. Partijen houden elkaar onder genadeloos trommelvuur, wat de één op de site zet haalt de ander weer weg, lees het na onder ‘Geschiedenis’, en nu heeft Wikipedia het Nederlandse lemma beveiligd. Dat is: afgesloten. In haar Engelse lemma’s geeft de volksencyclopedie de leugen vrij spel. Tot zover de emoties.

De Probo Koala was een soort tankschip dat een slecht bekend staande grondstoffenhandelaar niet alleen gebruikte voor transport, maar ook voor raffinage. Het schip werd ingezet om vervuilde nafta (zeg maar: benzine) van lage kwaliteit in een goedkoop en shabby proces midden op zee op te waarderen tot een nafta van hogere kwaliteit. Met dichtgeknepen neus pompte de Koalabemanning loog (in dit geval natriumhydroxide, gootsteenontstopper, met wat hulpstoffen) door de laagwaardige nafta en daarin losten de meeste vervuilende bestanddelen op. Die bestanddelen zijn bij uitstek stinkende, zwavelhoudende stoffen, zoals waterstofsulfide en mercaptanen. Ze zijn in hoge concentratie giftig.

Van tijd tot tijd moet zo’n fabrieksschip zijn vuile sop ook weer eens kwijt, hij mag het niet in zee laten lopen, en dat kàn ook, moderne havens kunnen het afval best verwerken, maar dat kost veel geld. De betreffende grondstoffenhandelaar probeerde zo goedkoop mogelijk van de troep af te komen. Omdat hij toch met de opgeknapte nafta naar West-Afrika moest regelde hij het zó dat hij zijn afval bij een bedrijf in Abidjan kon achterlaten. Abidjan is de grootste oliehaven van West-Afrika, er zijn veel faciliteiten.

Een tiental Abidjaanse tankwagens zou de ‘slops’ van het schip naar de verwerkingsinstallatie brengen. Maar de chauffeurs deden het anders. Op zaterdagavond 19 augustus 2006 lieten zij het stinkende vocht op vijftien plaatsen gewoon weglopen in greppels en over vuilnishopen. Een enkele chauffeur liep daarbij een flink pak slaag op, maar daar bleef het bij. In de dagen erna lag het zwarte goedje te sudderen in de zon (het werd overdag 28 graden) en walmden dampen omhoog die door de gestaag blazende zuidwestmoesson in smalle pluimen over Abidjan werden gevoerd.

Brandende ogen

Velen ondergingen een overweldigende stankoverlast, vooral als ’s nachts de wind wegviel. Dichtbij de dumpplaatsen brandden de ogen, verderop was er hoofdpijn en slapeloosheid. Het was onmiskenbaar een schandaal zonder weerga. Maar het is nooit gelukt om de blootstelling aan de Koaladampen wetenschappelijk onweerlegbaar in verband te brengen met blijvende gezondheidsschade. Het autopsierapport dat zou hebben moeten aantonen dat er zelfs doden waren gevallen bleek volstrekt onbruikbaar. Er zijn ook nooit meer dode dieren gevonden dan normaal. Wel lieten de Ivoriaanse autoriteiten veel dieren afmaken, dat vonden ze beter, dat was daadkracht.

Een groep in der haast overgevlogen Franse ‘sapeurs et pompiers’ kon op 9 september geen bedreigende concentraties gevaarlijke stoffen in de lucht vaststellen. Experts van de VN-rampendienst UNDAC zeiden een dag later hetzelfde. Maar op 8 september, voor de onmisbare feiten bekend waren, had Achim Steiner van VN-milieuorganisatie UNEP de onplezierigheden in Abidjan juist unverfroren een ‘disaster’ genoemd. Dat heeft de gemoedsrust van de Ivorianen geen goed gedaan. Paniek was niet ver meer. Een grote milieuorganisatie, die flink de trommel roerde, dreef de geschrokken Ivorianen bekwaam in de armen van een advocatenkantoor dat werd geleid door een voormalig bestuurslid van de milieuorganisatie. Weldra zag men medewerkers van het kantoor van deur tot deur door Abidjan trekken om naar letselschade te informeren. Tienduizenden Ivorianen gaven gehoor. De grondstoffenhandelaar heeft veel dollars moeten uitkeren.

Vluchtige stoffen

Opmerkelijk is dat de wetenschappelijke belangstelling voor de Koalakwestie minimaal, nee: nihil is. Het probleem is dat er aardig wat geanalyseerd is aan de ‘slops’ zelf, maar niet aan de luchtvervuiling die eruit ontstond. UNDAC zei destijds in een rapport dat er waarschijnlijk vluchtige stoffen uit het afval waren ontweken en dat die in de eerste dagen mogelijk gevaarlijke, zelfs levensbedreigende concentraties in de lucht hadden bereikt. Maar later uitgevoerde simulatiestudies toonden aan dat dit onwaarschijnlijk was, vooral omdat de zuurgraad (pH) van het afval zo hoog was geweest. We weten niet hoeveel mensen zijn blootgesteld, noteerde UNDAC. En ook nog: de stank kan een valse indruk van de giftigheid hebben gegeven.

Voor sluitend wetenschappelijk onderzoek is het een grote handicap dat de gezondheidstoestand van de Abidjaners vóór de dumping niet goed beschreven was en dat Abidjan sowieso al ongekend vervuild was. Juist rond de Probo Koalatijd werd de vervuiling onder VN-auspiciën aangepakt. Met de verwijdering van het Probo Koala-afval was al in september begonnen, het is naar Frankrijk gebracht. Dit zijn de basisfeiten waarmee de letselschadeadvocaten het in de nieuwe letselschaderonde moeten doen. Het kan geen kwaad erop te wijzen dat de weerdienst van het Abidjaanse vliegveld Port Bouet continu bijhoudt uit welke hoek de wind waait. In de eerste letselschaderonde zijn gedupeerden opgevoerd uit gebieden die niet onder de rook van de Probo Koala hadden gelegen.

    • Karel Knip