FMO financiert dam, ook na verdachte moord

Na de moord op een indiaanse leider die zich verzette tegen de bouw van een omstreden stuwdam in Honduras, groeit de kritiek op Nederlandse medefinancierder FMO.

Begrafenis vermoorde indianenleider Berta Cáceres, vorige week in Honduras. Foto ORLANDO SIERRA/AFP

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO moet met onmiddellijke ingang zijn financiering van de omstreden bouw van een waterkrachtcentrale in Honduras staken.

Daartoe roept de Hondurese Raad van Inheemse Organisaties, bekend onder zijn Spaanse acroniem Copinh, op na de moord op milieuactivist Berta Cáceres vorige week in Honduras.

Verzet inheemsen tegen bouw

De Nederlandse mensenrechtenadvocaat Channa Samkalden van advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, die Copinh vertegenwoordigt, schreef FMO, de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden, donderdag een brief.

Copinh verwijt FMO door te gaan met het financieren van de bouw van de centrale, ondanks herhaaldelijke kritiek dat de lokale bevolking niet instemt met het project. Instemming is een voorwaarde voor de bouw, die zowel nationaal als internationaal is vastgelegd.

Ook zou FMO op de hoogte zijn van het geweld waarmee protest tegen het project wordt neergeslagen.

Berta Cáceres, medeoprichter van Copinh en leider van de Lenca indianen, werd vorige week vermoord in haar huis. Zij verzette zich jarenlang tegen de bouw van de waterkrachtcentrale, de Agua Zarca dam, een van de vier grote hydro-elektrische dammen die worden gebouwd in de rivier de Gualcarque. De bouw snijdt de grootste drinkwater- en irrigatievoorziening af van de lokale bevolking.

Chinezen trokken zich al terug

Cáceres, die vorig jaar werd werd onderscheiden met de prestigieuze Goldmanprijs, beter bekend als de ‘groene Nobelprijs’, voor haar werk, werd al jarenlang bedreigd. Net zoals haar collega's: in de zomer van 2013 werd Tomás García, ook verbonden aan Copinh, doodgeschoten tijdens een vreedzaam protest tegen de dam. Kort daarop trok het Chinese bouwbedrijf Sinohydro zich terug uit het project, omdat het zich zorgen maakte over „belangenconflicten tussen de uitvoerder van het project [Het Hondurese bedrijf DESA, red.] en de lokale bevolking.”

Copinh staat niet alleen in zijn kritische houding ten opzichte van FMO. Een internationale internetpetitie die de ontwikkelingsbank oproept zijn financiering aan het project te staken kreeg al negentigduizend handtekeningen en grote ngo's als Oxfam Novib vragen FMO publiekelijk zijn verantwoordelijkheid te nemen. De PvdA heeft vorige week Kamervragen gesteld over de FMO na de moord op Cáceres.

‘Geen reden project te stoppen’

De FMO, die voor 51 procent eigendom is van de Nederlandse staat, bevestigt de brief van advocaat Samkalden te hebben ontvangen, maar herkent zich niet in de kritiek.

„Volgens onze informatie stemt de lokale bevolking wel in met het project,” zegt woordvoerder Paul Hartogsveld. Om eraan toe te voegen: „Wanneer de veiligheidssituatie in Honduras het toestaat, reizen twee directieleden af naar Honduras om onderzoek te doen naar de zaak. Maar vooralsnog zien wij geen enkele reden financiering aan het project in te trekken.”