Een heerlijke auto, áls hij rijdt

De elektrische Mercedes B 250 laadt langzaam. En dus moet Bas van Putten onderweg tweeënhalf uur doden met rek- en strekoefeningen.

Domheid is: je zekerheden bouwen op onwetendheid. Ik ben er stilzwijgend van uit gegaan dat de elektrische Mercedes B-klasse een snellaadfunctie heeft, waarmee de meeste Electric Vehicles (EV’s) binnen een half uur voor 80 procent kunnen worden opgeladen. No way. Helaas kom ik daar bij de importeur pas achter.

Op 180 kilometer van huis zijn de gevolgen aanzienlijk. Officieel zou hij 200 kilometer ver moeten komen, maar nu het even koud en winters is loopt de Mercedes-mpv sneller leeg en nog langzamer vol, accu’s zijn extreem temperatuurgevoelig. En dan moet ik ook nog via de snelweg, met minimumsnelheden die een 1.625 kilo zware stroomwagen tot grootverbruiker maken. Is hij niet voor bedoeld. Op de Tesla Model S na zijn EV’s auto’s voor lokale verplaatsingen in stad en ommelanden. Zo wil ik hem in mijn regio ook gebruiken, maar hoe kom ik in godsnaam thuis?

De snellaad-tussenstop die ik ergens langs de snelweg dacht te maken gaat nu verdomd lang duren. Bij een laadpunt met voldoende capaciteit kost het tweeënhalf uur om hem volledig op te laden. En dan maar hopen dat er niemand anders voor mijn beurt staat te stekkeren. Na dat intermezzo wachten nog meer dan honderd snelwegkilometers die ik zekerheidshalve nogmaals zal onderbreken voor een korte bijlaadoperatie tegen laadstress. Voor een Benz met dode accu is afslepen de enige optie. De reis, normaal een kleine twee uur, gaat me in het gunstigste geval een uur of vijf kosten. Maar hey, de goede zaak!

Troostmiddelen

Bij vertrek is de B 250e mudvol, naar winterse maatstaven dan; volgens de boordcomputer heb ik 134 kilometer in de zuinige rijmodus E+, die de techniek op zijn efficiëntst laat functioneren. Aan de 180 pk die de elektromotor produceert zal ik met de door omstandigheden verplichte kalme rijstijl weinig hebben. Het goede nieuws is dat de actieradius op het boordcomputerdisplay redelijk realistisch is zolang je rustig rijdt. Het laadstation bij Wezep haal ik met gemak; met de snelheidsmeter strak op honderd en de airco uit heb ik bij aankomst vijftig kilometer over. Met vier passagiers en volle kofferbak zijn de vooruitzichten ongetwijfeld iets minder rooskleurig.

Het laadpunt is vrij. Van het verdienmodel bij FastNed snap ik trouwens niks. Op kostbare locaties naast pompstations langs de snelwegen heeft dat bedrijf vijftig laadpunten waar je geen kip tegenkomt. Logistiek is het daar verder prima voor elkaar. FastNed werkt niet met de gebruikelijke laadpasjes, maar met een slimme facebook-app waarop je alleen je telefoonnummer en de cijfercode van het laadstation hoeft in te voeren om het laadproces te starten.

Zonder directe verbinding met het achterland is tweeënhalf uur best lang. Het tankstation in Wezep is met een hek van de aangrenzende wandelbossen afgescheiden. Mijn laptop heb ik thuis gelaten. Op de koffietafels van BP had hij toch niet gepast. Maar mijn aanpassingsvermogen is groot. Ik loop honderd rondjes om de vrachtwagens op het parkeerterrein, samen een uur. Achter een oplegger, onzichtbaar voor het volk, doe ik rek- en strekoefeningen om warm te blijven, de temperatuur ligt rond het vriespunt. Ik post Leuke Laadfoto’s op facebook en twitter, en de honende comments van stroomhatende mannenbroeders laten niet lang op zich wachten. Ik drink veel slechte koffie en voer zielige postironische klaaggesprekken met vrienden, die ik sadomasochistisch met mijn lot laat spotten.

Na dik twee uur kan ik er weer volop tegenaan, 126 kilometer deze keer. Wat een fijne auto, áls hij rijdt. Knap hoe Mercedes een compacte mpv elektrificeerde zonder de laadruimte en de multifunctionaliteit aan te tasten. Door de hoge opbouw van de auto konden de accu’s zo slim worden weggewerkt dat de bagageruimte met 501 liter even groot is als in de B-klasse met diesel- of benzinemotor. Hij is alleen veel stiller en Mercedes heeft hem als doekje voor het bloeden volgestouwd met therapeutische troostmiddelen tegen het laadpaaltrauma. Bij lage temperaturen springt automatisch de stoelverwarming aan, die inzittenden energiezuiniger verwarmt dan de kachel. Dat wordt vorstelijk ontdooien tot de volgende tussenstop vijftig kilometer verder. Na vijfentwintig minuten steeds versteender op en neer marcheren, kapitein Iglo geeft nooit op, heb ik er tien reservekilometers bij. De rest van de week heb ik genoten. Geruisloos op en neer naar Groningen, zestig kilometer uit en thuis, en ’s nachts opladen bij de publieke comalaadpaal in het dorp, die er bij temperaturen van -6 veertien uur over doet om je de volgende te laten halen – maar kop op, ik heb de toekomst.

    • Bas van Putten