De Duitse energiereuzen wankelen

In 2015 verloren ze miljarden op hun kolen- en gascentrales. Energiebedrijven staan onder druk door de lage stroomprijs en de duurzame revolutie.

Grote verliezen voor energieconcerns

Helpt bijsturen nog, of staan de conventionele energiecentrales op omvallen door de opkomst van duurzame energie?

Nadat het Zweedse Vattenfall en het Franse Engie (voorheen GDF-Suez) al miljardenverliezen hadden gemeld over het boekjaar 2015, kwamen deze week de twee grote Duitse nutsbedrijven RWE en Eon met bloedrode cijfers. RWE boekte een verlies van 170 miljoen euro, Eon zelfs van 7 miljard.

Bij elkaar hebben de Europese energiebedrijven vorig jaar bijna 30 miljard euro moeten afschrijven omdat ze niet kunnen produceren tegen een groothandelsprijs van rond 20 euro per megawattuur (MWh).

Niemand had kunnen voorzien dat de stroomprijs zo snel zou dalen, verontschuldigde Peter Terium zich, de topman van RWE, het moederbedrijf van Essent. Vijf jaar geleden bracht een MWh nog 60 euro op, drie keer zoveel dus. Alleen al sinds afgelopen december is de prijs gekelderd met 30 procent.

Terium gebruikte bij de presentatie van de jaarcijfers termen als „achtbaan” en „stalen zenuwen” om het achterliggend jaar te beschrijven. Ook zei hij nog geen duidelijk licht aan de horizon te zien.

Zijn collega Johannes Teyssen van Eon, dat ook in Nederland actief is, is ronduit somber. De verdubbeling van het verlies van 3,2 naar 7 miljard in een jaar tijd is volgens hem het gevolg van een „ingrijpende, structurele verandering van de industrie”.

Het traditionele bedrijfsmodel verdampt waar de twee nutsbedrijven bij staan. Een gloednieuwe kolencentrale van RWE in Hamm, aan de rand van het Ruhrgebied, wordt waarschijnlijk niet eens meer opgestart. Eon heeft verzoeken lopen om een aantal centrales in Beieren, die nu nog standby staan, te mogen uitschakelen. Het loont allemaal niet meer.

Energiewende

Topman Peter Terium van RWE, een Nederlander, vindt daarom dat er voor de kolen- en gascentrales een capaciteitsvergoeding moet komen. De centrales zouden geld moeten krijgen als ze stilstaan, op voorwaarde dat ze meteen kunnen worden ingeschakeld als er een stroomtekort dreigt.

Dankzij de Energiewende, die de aanleg van installaties voor wind- en zonne-energie enorm stimuleert, kan Duitsland inmiddels beschikken over 94 gigawatt aan duurzame energie. Ook RWE en Eon produceren steeds meer duurzame energie. In principe is die 94 gigawatt voldoende om het land te bedienen, schrijft persbureau Bloomberg, maar dan moet het wel voldoende waaien en moet de zon stralend aan de hemel staan.

Enorme batterijen zouden in de toekomst de oplossing kunnen zijn om de fluctuaties op te vangen: die zouden elektriciteit kunnen opslaan als er overaanbod is en kunnen leveren als er tekort is.

De eerste projecten zijn er, maar de schaal is nog onvoldoende om de conventionele centrales overbodig te maken. Bovendien zijn de batterijen nog te duur. Zodra deze opslag is ontwikkeld en de prijzen gaan dalen, kunnen de batterijen het definitieve einde betekenen van de kolen- en gascentrales.

Voorlopig proberen de grote nutsbedrijven het te redden door bij te sturen. Snijden in de kosten, afschrijven of verkopen van onrendabele onderdelen, terugbrengen van de schuld. Een veredelde vorm van pappen en nathouden.

Daarnaast werkt zowel RWE als Eon aan bedrijfsmodellen die beter bestand zijn tegen de toekomst. Eon kondigde al in 2014 aan dat het een deel van het bedrijf ging opsplitsen. De kolen- en gascentrales werden ondergebracht in Uniper, dat later dit jaar naar de beurs gebracht zou worden terwijl Eon zelf de duurzame productie zou behouden.

Maar of dat nog gaat gebeuren is de vraag. Wie wil er nou investeren in noodlijdende elektriciteitscentrales? „We moeten er nog eens kritisch naar kijken”, was het droge commentaar van Teyssen deze week.

Ook RWE is bezig zich op te splitsen. Maar daar wordt juist de duurzame tak apart gezet, en later dit jaar naar de beurs gebracht. De aandeelhouders – vooral lokale overheden – zien dit jaar, onder veel protest, af van hun dividend om de operatie mogelijk te maken.

Reactie op Fukushima

Maar er zijn nog meer kopzorgen voor de energiereuzen waarop de Duitse industrie tientallen jaren draaide. In een reactie op de kernramp in het Japanse Fukushima besloot bondskanselier Angela Merkel vijf jaar geleden geleidelijk alle zeventien kerncentrales te sluiten. De laatste in 2022.

De grote vraag is wie er voor de ontmanteling van de centrales en de opslag van het afval moet betalen. In principe zijn dat natuurlijk de eigenaren, onder andere Eon, RWE en het Zweedse Vattenfall. Volgens persbureau Reuters zouden er op papier al voorzieningen zijn getroffen van ongeveer 40 miljard euro.

Maar door de precaire situatie van de energiebedrijven is er twijfel gerezen of ze dat kunnen opbrengen. De eigenaren van de kerncentrales willen dat de overheid een deel van de kosten voor haar rekening neemt. Een regeringscommissie die zich bezighoudt met de Atomausstieg breekt zich al maanden het hoofd over een definitief standpunt. Medio april wordt een besluit verwacht.