Dág, lijfrente

Een lijfrente omzetten in een maandelijkse uitkering is nu erg ongunstig. Dat komt door de lage rente. Hoe beperk je de schade?

Ze hebben best geld – werktuigbouwkundige Ab Ruigrok (65) en zijn vrouw zijn net terug uit Australië, waar ze twee maanden rondreisden. Evengoed is het een teleurstelling dat de uitkering van zijn lijfrente een stuk lager uitvalt dan verwacht. Hij kwam daar vorig jaar achter.

Vanaf 2004 legde Ruigrok die buffer aan, met het idee dat hij na zijn pensionering wel een aanvulling op zijn AOW en (ook al tegenvallende) bedrijfspensioen zou kunnen gebruiken. Toen hij het vrijgekomen bedrag omzette in een toelage van tien jaar, bleek hij er vergeleken met een paar jaar geleden jaarlijks honderden euro’s bij in te schieten.

Ab Ruigrok is niet de enige die deze domper te verwerken krijgt. Elk jaar lopen honderdduizenden polissen af, ter waarde van vele miljarden euro’s. Bij vrijval mag je zelf weten wie de maandelijkse uitbetaling gaat verzorgen. De uitverkoren bank of verzekeraar stelt de hoogte van die uitkering voor de gehele looptijd vast op basis van het dan geldende rentetarief. Is de rente laag, dan is dat pech.

En de rente ís laag. Een jaar of vijf geleden was een procent of 4 nog gebruikelijk, inmiddels mag je al blij zijn met de helft. Stel dat er een ton beschikbaar is om over vijftien jaar uit te keren, dan krijg je bij een bankspaarproduct nu ongeveer 625 euro per maand, volgens Leon Batenburg van financieel adviesbureau Capital Consult. Dan moet je nog wel belasting afdragen. Vijf jaar geleden zou dat over de hele looptijd 720 euro per maand zijn geweest, een verschil van 15 procent. Bij een rente van 6 procent, en vóór 2000 was dat nog heel normaal, zou je 825 euro per maand hebben gekregen (32 procent meer dan nu).

Meest ongunstig is uitkering door een verzekeraar, becijferde Jeroen Wolfsen van vergelijkingssite MoneyWise. Dan krijg je vaak minder terug dan je inlegt. Zo levert een storting van 50.000 euro voor een uitkeringsperiode van tien jaar bij álle verzekeraars minder op dan de inleg. Dat verschil kan oplopen tot in totaal 1.000 euro, aldus Wolfsen. Gedurende die tien jaar krijg je weliswaar rente over de inleg, maar de kosten die de verzekeraar in rekening brengt zijn in alle gevallen hoger.

Valt je lijfrente binnenkort vrij, dan is het te laat om nog gauw een hoger bedrag bij elkaar te sparen. Maar er zijn wel wat manieren om de schade te beperken.

1 Banksparen

Kies bij de omzetting van een lijfrente in een uitkering als het even kan voor banksparen. Dat levert beduidend meer op dan een verzekeringsproduct, blijkt uit onderzoeken van vergelijkingssites MoneyWise en MoneyView. Dat is te danken aan lagere kosten en een hogere rente. „In alle onderzochte gevallen krijg je bij banksparen meer terug dan je hebt ingelegd”, zegt adviseur Wolfsen. Voor een uitkering van tien jaar loopt bij een inleg van 50.000 euro het verschil tussen een verzekeraar en een bank al gauw op tot 4.000 à 5.000 euro, berekende hij. In sommige situaties ontkom je niet aan een verzekeraar, zo zijn de regels. Bijvoorbeeld als je de lijfrente voor je 65ste wilt laten uitkeren, of je zinnen hebt gezet op een levenslange uitkering. Als je de honderd passeert, zou je er dán overigens nog wel eens gunstig kunnen uitspringen.

2 Wachten op betere tijden

Wat nu als de rente de komende paar jaar flink gaat stijgen? Wie daarop hoopt en het geld zo lang kan missen, kan de uitkeringsfase uitstellen. Dat mag tot vijf jaar na de AOW-leeftijd. Ab Ruigrok heeft vorig jaar ook nog even overwogen om te wachten op betere tijden, maar vond dat toch te onzeker. „De verwachting was toen dat de rente alleen maar verder zou dalen, en dat is al aardig uitgekomen.” De ongewisse ontwikkeling van de rente is de makke van deze aanpak. Besluit je toch de uitkering uit te stellen, doe het dan telkens voor één jaar, adviseert Batenburg. „Dan kun je per jaar kijken of je het geld nodig hebt en of de rente beter is.” Bij uitstel staat het geld langer vast, maar verwacht niet te veel extra rendement. Dat valt ongeveer weg tegen de bijkomende kosten, aldus Batenburg.

3 Sneller laten uitkeren

Je kunt er ook voor kiezen het bedrag zo snel mogelijk te laten uitkeren. Bij lijfrentepolissen van voor de jaren negentig kan dat in één keer. Bij nieuwere polissen moet je het spreiden over minimaal vijf jaar, met een jaarlijks maximum van 21.248 euro. Is de toelage toch niet nodig voor de dagelijkse kosten, dan kun je er meteen mee op safari. Wil je langer met het geld doen, dan heeft een snelle uitkering alleen zin wanneer je een beter rendement kunt behalen. En dat is nog niet zo makkelijk. Je zou bijvoorbeeld een deel van de hypotheek kunnen aflossen, maar dan zit het geld wel vast in stenen. Wees er bovendien op bedacht dat je met grote jaarlijkse uitkeringen in een hogere belastingschijf terecht kunt komen.

4 Langer beleggen

Het geld van een lijfrente snel vrijmaken en ermee beleggen kan een hoger rendement opleveren. Maar onzeker is het wel. Doordat de som betrekkelijk kort vaststaat, zijn uitschieters van de koersen minder goed op te vangen. „Geen gezonde oplossing”, vindt Batenburg. „In elk geval niet als je het geld echt nodig hebt. Dan ga je er risico mee lopen, alsof je naar het casino gaat met je laatste centen.” Als het toch alleen maar om een extraatje gaat, is beleggen wel een optie.

5 Bezuinigen

Wie er nu achterkomt dat de uitkering van zijn lijfrente tegenvalt, is eigenlijk te laat om dat op te lossen, zegt Batenburg. „Je kunt nog een beetje finetunen, door de kosten laag te houden en ervoor te zorgen dat je netto zoveel mogelijk aan je geld overhoudt.” Maar dan nog pakt de uitkering ten opzichte van vijf jaar geleden gemiddeld 10 tot 15 procent lager uit, berekende hij. Heb je dit niet zien aankomen, dan zit er weinig anders op dan snijden in de uitgaven.