Zelfs de prachtige Chileense meren hebben zon nodig

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen wandelen in Patagonië. Lees elke week hier hun reisverslag.

Badplaatsen in het naseizoen in Chili. Foto Anita Janssen

Het is intussen september geworden in Chili, de bramen roepen ‘Pluk mij! Pluk mij!’, de avocado’s en granaatappelen vallen overrijp in je schoot. En, o wat smaken de vruchten nog heerlijk in deze uithoek van de wereld. Niemand heeft tijd gehad om de tomaten genetisch waterig en smakeloos te manipuleren.

Weet je wat ook? Er mogen hier nog homoseksuelen op tv! Ik las dat het in China intussen verboden is om ochtendshows of avondprietpraatprogramma’s op te leuken door even een blik grappige tv-nichten open te trekken. Hier mag het nog! Dat is toch een groot goed. Ze dansen met geëpileerde wenkbrauwen en geblondeerd kaalinplant vrij over de Chileense platbuizen, tussen de voetbalwedstrijden door.

De kinderen zijn hier ook weer naar school, overal bots je tegen de pubers in prachtig schooluniformen op. Annie en ik durven er nauwelijks naar te kijken, zo jaloersmakend goed zien die meiden eruit. Een schril contrast met ons eigen versleten spiegelbeeld in de Chileense etalageruiten.

We zaten even in een dip. Zo noordwaarts langs de Andes omhoogtrekkend, langs al die Duitse badplaatsen in het naseizoen, met een beetje motregen. Het stikt hier van de prachtige meren, maar die hebben zon nodig en Chileense kampeerfamilies op waterfietsen. Nu vallen alle dronkenlappen op die zijn blijven liggen op straat.

Het joeg ons studentensteden in als Valdivia en Osorno. Op zoek naar een beetje vertier en cultuur. Dat pakte in de laatstgenoemde stad niet zo goed uit. We hadden de verkeerde hospedaje uitgezocht. De grote foto van de paus in de ontbijtzaal had ons al moeten waarschuwen. Toen wij des avonds naar buiten wilde om een potje bier te pakken, ging de hospita in haar gebloemde schort met de armen wijd en haar borsten klem in de deurpost voor ons staan. We mochten er niet uit! Niks gedaan zo laat nog op straat voor fatsoenlijke dames. Hoe we ook duwden, ze liet ons er niet langs. Nu ja! Ze zijn streng hoor in Chili!

De volgende dag had die levensgevaarlijke matrone van ons pension wel een culturele tip voor ons. Er is tot nog toe weinig cultureels te bezichtigen in de steden hier. Of dat te maken heeft met al die aardbevingen, dat alles steeds instort, of dat die gebloemde schorten niet zoveel smaak hebben, we kunnen er niet echt de vinger op leggen. Enfin, we moesten van haar naar een cultureel park in een uithoek van de stad met prehistorische bezienswaardigheden. De taxichauffeur lachte ons vierkant uit, want humor hebben ze wel die Chilenen. We werden afgezet in een deprimerend parkje met een reusachtig, foeilelijk beeld van een mammoet waar kinderen vanaf kunnen glijden. En met zo’n plaatwerk met holbewoners erop waar je je hoofd door kan steken voor een foto.

Muy Bonito!”, huiverden we tegen onze hospita, toen we langs haar gebloemde voorgevel (nog net voor het donker) Osorno uitvluchtten.