‘We moeten accepteren dat de wereld voorgoed is veranderd’

De nieuwe roman van deze gevierde Duitse schrijfster gaat over onze omgang met de vluchtelingen. En natuurlijk komt het Duitse schuldgevoel over de oorlog aan de orde.

Het Duitse onbehagen is terug. En net zoals in de jaren tachtig, toen de Muur nog overeind stond, leidt dat tot grote interne spanningen. Opnieuw is de oorzaak onzekerheid over de toekomst, nu duizenden vluchtelingen in Duitsland een heile Welt, een wereld waar alles in orde is, hopen te vinden. Het Wir schaffen das van bondskanselier Angela Merkel wordt inmiddels door velen betwist. Tijd voor de literatuur om zich ermee te bemoeien, vond schrijfster Jenny Erpenbeck (Oost-Berlijn, 1967). In augustus van vorig jaar kwam ze met haar vluchtelingenroman Gehen, ging, gegangen, die nu in vertaling verschijnt. Hoofdpersonage is Richard, een net gepensioneerde hoogleraar Klassieke Talen uit Oost-Berlijn, die zich het lot van een groep Afrikaanse bootvluchtelingen aantrekt en in een opvangcentrum Duitse taalles aan hen geeft. Naarmate hij zich in hun levens verdiept, beseft hij dat hun lotgevallen nauwelijks verschillen van wat Homerus in de Ilias en Odyssee vertelt. Daardoor zijn de vluchtelingen en hun cultuur hem ineens niet meer zo vreemd als hij aanvankelijk meende.

Ook trekt Richard vergelijkingen met wat zijn moeder heeft meegemaakt toen zij in 1944 voor het oprukkende Rode Leger uit Oost-Pruisen vluchtte. Dat laatste brengt je meteen bij het schuldgevoel over de oorlog, dat in de Duitse literatuur nog altijd aanwezig is. Wij hebben toen de wereld verwoest, denkt Richard, en daarom hebben we iets goed te maken.

Gehen, ging, gegangen is in Duitsland een bestseller. Er werden in een paar maanden tijd 90.000 exemplaren van verkocht. Erpenbeck zelf trekt heel Duitsland door om voor te lezen en vragen van het gretige publiek te beantwoorden. „Mijn roman wordt gekocht door mensen die anders nooit een boek kopen”, zegt ze in Krefeld, waar ik haar kort voor zo’n optreden spreek. „Mijn lezers verlangen naar aanmoediging om een vluchteling te gaan helpen.”

Wanneer bent u aan deze roman begonnen?

„Ik was met een ander boek bezig, toen in de herfst van 2013 op de Middellandse Zee driehonderd vluchtelingen bij een bootongeluk verdronken. In Duitsland werd heel vreemd op die ramp gereageerd. Daarom besloot ik mijn mond open te doen en me in de wereld van die vluchtelingen te verdiepen. Ik wilde weten waarom iedereen zo afstandelijk en afwijzend deed als het over hen ging. De reactie op dat bootongeluk was er bijna een alsof ze ons hadden willen afpersen door om het leven te komen. Dat vond ik niet kunnen.”

U hebt zelf in een opvangcentrum uitgebreid met Afrikaanse bootvluchtelingen gesproken. Hoe was dat?

„Ik vond het geweldig. Al hun verhalen die in mijn boek staan zijn waargebeurd. Veel Duitsers zijn zelf nog nooit in een opvanghuis geweest. Daarom kennen ze zulke verhalen niet en reageren ze zo koud op alles wat er nu gebeurt.”

U bent in de schoenen van bondskanselier Merkel gaan staan.

(Lacht) „Merkel is in míjn schoenen gaan staan. Ze heeft mijn boek gelezen.”

Schaffen wir das?

„Als we deze crisis verstandig aanpakken, lukt het ons misschien om onze westerse waarden op de vluchtelingen over te brengen en ons tegen fundamentalisme te beschermen. Maar in ieder geval zullen we moeten accepteren dat de tijd waarin we in Europa alles zelf konden bepalen voorgoed voorbij is.”

Heeft u begrip voor de Pegida-aanhangers, die zich bedreigd voelen door de komst van de vluchtelingen?

„Begrijpen doe ik ze niet. Maar in Oost-Duitsland, waar Pegida is ontstaan, bestond dat gevoel van existentiële dreiging al sinds de val van de Muur. Mensen belandden toen tegen hun wil in een systeem dat ze niet kenden. In de DDR hoopte iedereen dat de Muur zou vallen, maar niemand kon zich voorstellen dat alles erdoor zou veranderen, dat ze niets meer konden aanvangen met wat ze gewend waren en alles opnieuw moesten leren, dat ze hun baan zouden verliezen, dat ze in een andere samenleving terecht waren gekomen en anders moesten denken. Die ervaring heeft bij hen de vrees gewekt dat door de komst van de vluchtelingen alles weer opnieuw zou gaan veranderen. Maar tegelijkertijd zijn er in Oost-Duitsland ook velen die vluchtelingen helpen, juist omdat ze zelf weten hoe het iemand vergaat die opnieuw moet beginnen.”

Islamitische vluchtelingen denken vaak anders dan wij over de positie van vrouwen, homo’s en joden in de samenleving. Begrijpt u de angst daarvoor bij uw landgenoten?

„Zolang die vluchtelingen zich normaal tegen me gedragen, is er wat mijzelf betreft niets aan de hand. Ik ben een vrouw met joodse voorouders en voldoe geheel aan hun vijandbeeld. Maar ik heb veel van die mannen geholpen. En zelfs als ze zo denken, zouden ze er tegenover mij niet over beginnen. Ze zien dat ik geen hoer ben, ook al ontvang ik mannen thuis, ze weten dat ik zelfstandig werk doe en mijn geld verdien, dat mijn man vaak in het buitenland werkt en ik alleen woon. Als die verschillende opvattingen toch aan de orde komen, moet je er meteen over in discussie gaan.”

Critici van Merkel vrezen dat het niet zal lukken om al die nieuwkomers te integreren.

„Integreren kost moeite, net als het opzetten van opleidingen voor hen. Maar als het lukt, dan loont het en dient het beide zijden tot voordeel. Tijdens het onderzoek voor mijn boek heb ik veel vluchtelingen leren kennen. Ook ben ik voogd geworden van een minderjarige vluchteling. Bij hem zie ik dagelijks hoe denkprocessen op gang komen. Zo heeft hij in Gambia altijd op de koranschool gezeten en kost het hem nu moeite om de basis van vakken als wiskunde en aardrijkskunde onder de knie te krijgen. Daardoor beseft hij dat zijn vader een fout heeft gemaakt door hem niet eens per week naar de Engelse school te sturen. Op zijn achttiende moet hij nu dingen leren die anderen al in de derde klas van de middelbare school krijgen. Dat verbittert hem.”

Uw hoofdpersoon Richard is vrij naïef, wat blijkt als hij zich met die Afrikaanse vluchtelingen inlaat. Heeft u daar iets mee willen aantonen?

„Richard staat symbool voor zowel mijzelf als voor de mensen die ik ken. Om hem neer te kunnen zetten, wilde ik weten wat er in mijn waarnemingen veranderde toen ik dagelijks met die Afrikaanse vluchtelingen te maken kreeg. Een Beethovensymfonie op de autoradio klonk door die ontmoetingen ineens heel anders. Die symfonie bleef weliswaar hetzelfde, maar om die radiozender en die keurige presentatrice kon ik niet anders dan lachen. Het was iets absurds geworden, want doordat ik de hele dag jonge mannen meemaakte die niet mochten werken of studeren, besefte ik hoe veilig, afgebakend en comfortabel ons eigen leven wel niet is. Alsof we de illusie hebben dat we ons van de buitenwereld kunnen afzonderen en de wereld kan blijven voortbestaan zoals die jarenlang is geweest. Maar die tijd is voorbij.”

Ook voelt Richard zich zoals veel Duitsers van zijn generatie schuldig vanwege de oorlog. Bepaalt dat zijn handelen?

„Schuldgevoel over het naziverleden speelt een grote rol. Enerzijds is het een positieve rem, maar anderzijds willen veel Duitsers zich niet meer schuldig hoeven te voelen over het feit dat hun land ooit het grote sterke Duitsland was. Door die kentering kan de vluchtelingencrisis weinig goeds opleveren. Dat heeft niets te maken met de komst van die vluchtelingen, maar eerder met de agressieve reactie daarop. Ik zou soms wel uit Midden-Europa willen emigreren.”

Pegida-aanhangers lijken in ieder geval van dat schuldgevoel verlost te zijn.

„Het is alsof ze geen medelijden kennen. Medelijden betekent dat je je aan de zijde van de ander kunt zien staan. Vroeger hadden mensen een instelling van: nu gaat het de anderen slecht, maar er kan een tijd komen dat het mij net zo vergaat, en dan hoop ik dat die anderen mij zullen helpen. Bij velen is dat bewustzijn verdwenen. Pas als IS een aanslag in Berlijn pleegt, wat niet ondenkbaar is, zullen die Pegida-aanhangers ineens aan dezelfde kant als de vluchtelingen komen te staan en nemen ze samen de benen.”

Richard wordt in de loop van het boek steeds menselijker. Hoe komt dat?

„Door zijn contact met die vluchtelingen. In de laatste scène van het boek denkt hij zelfs voor het eerst na over de fouten die hij heeft gemaakt. Zoals over zijn besluit om geen kinderen te willen, waardoor zijn vrouw zich tegen haar zin laat aborteren. Bij ons staat het je vrij om geen kinderen te hebben, maar voor iemand uit Afrika is zoiets ondenkbaar. Een kind is voor hem een middel om te overleven, maar ook een kwestie van sociale samenhang.”

Uw boek heeft een andere thematiek dan uw eerdere romans waarin de Duitse geschiedenis een grote rol speelt?

„Vluchtelingengeschiedenissen komen ook in mijn andere boeken voor. Ik schrijf altijd alsof ik na vijftig jaar terugblik. Zoals in het geval van de jodenvervolging in Alle dagen sneeuw. Het biedt me de kans om over de rol van het toeval te vertellen, en niet over schuldgevoel. De beschrijving van vluchtelingen op die krappe boten deed me denken aan de veewagons waarmee joden naar de kampen werden gedeporteerd. Het grote verschil tussen toen en nu is echter dat de joden onze buren waren en de huidige vluchtelingen van verre komen. Maar over vijftig jaar kun je over hen ook zulke verhalen schrijven, want ook deze crisis gaat om dingen die ons allemaal aangaan.”

U komt uit de intellectuele elite van de DDR. Uw grootmoeder was de beroemde communistische schrijfster Hedda Zinner en uw vader hoogleraar natuurkunde en filosofie. Speelt die ‘linkse’ achtergrond een rol bij uw schrijven en uw maatschappijkritiek?

„Ik had een gelukkige jeugd in de DDR. Weliswaar was het niet het beste land op aarde, maar het kapitalisme was voor mijn familie geen alternatief. De gedachte dat economische groei het hoogste goed is en alles alleen maar draait om kopen en verkopen, staat me tegen.

„Kort na de val van de Muur kwam ik voor het eerst in een McDonald’s. Het was er chic en het eten was er beter dan in het beste restaurant van de DDR. Maar daar bleef het dan ook bij. Soms heb ik gewoon heimwee naar de viezigheid en al het kapotte uit mijn jeugd.”

Is dat geen nostalgie?

„Van het communisme waarin mijn grootmoeder actief was, kun je veel leren. In haar jeugd, in de jaren twintig, was de wereld nog niet zo af als nu en viel er nog veel te veranderen. Het is tragisch dat de goede energie van die beweging door Stalin is vernietigd.”