Vroeger had je tuba’s, nu zijn er drones

Michel van der Aa maakte de nieuwe kameropera Blank Out voor sopraan, bariton en 3D-film.

Michel van der Aa Foto Merlijn Doomernik

U maakte eerder een opera met 3D-film, een liedcyclus als app en nu een opera waarvoor is gefilmd met drones en in live 3D. Waarom is techniek belangrijk voor U?

„Ik wil met mijn werk aansluiten op de wereld van nu. Zoals ooit tuba’s aan het orkest werden toegevoegd, zo is technologie voor mij een actuele realiteit, die ik omarm omdat mijn mogelijkheden erdoor worden verruimd. En ik ben een van de velen; kijk maar naar wat regisseurs als Ivo van Hove en Simon McBurney doen in het theater. Maar opera loopt op dat vlak een beetje achter, en dus valt wat ik doe erg op.”

In het libretto vermengt u biografische gegevens over de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker met haar poëzie. Wat trof u in haar leven en werken?

„Om te beginnen het politieke. Jonker was van groot belang voor de anti-apartheidsbeweging en een belangrijk feminist. Maar ook haar persoonlijke verhaal intrigeerde me. Ze vocht met een bipolaire stoornis, net als haar moeder eerder en haar dochter nog. Dat leven onder een slagschaduw, het perspectief dat eruit voortkomt, dat vind je in haar poëzie. Ze heeft dat mooi invoelbaar gemaakt.

Blank Out vertelt geen helder verhaal. De opera gaat over een moeder en zoon die een traumatische gebeurtenis meemaakten in 1976, en daarover elk hun eigen verhaal vertellen. Ze vullen elkaar aan. Gaandeweg vinden we uit wat er is gebeurd.”

Vanwaar uw aanhoudende fascinatie voor duistere thema’s?

„Iets duisters zit in ons allen, en opera is een ideaal vehikel voor het uitvergroten daarvan. Door de veelvormigheid van de middelen kun je in slowmotion om zo’n onderwerp heen draaien, het van alle kanten tonen. Ook de dubbelheid vind ik interessant. Er kan alleen maar schaduw zijn als er zon is.”

U schreef zelf het libretto. Waarom?

„Ik wilde ruimte hebben voor poëzie, symboliek en vrije associatie. Door de tekst zelf te compileren, kon ik lucht aanbrengen. Er zitten gaten en sprongen in de verhaallijn die ik in beelden, muziek en op het podium opvul.”

Gesamtkunst.

„Ja. Soms zijn de houvast en de beperking van een kant-en-klaar libretto prettig, maar jezelf de ruimte laten juist níét alle vragen te beantwoorden, geeft een extra laag.”

Wat is de rol van het Nederlands Kamerkoor?

„Het koor heeft een heel belangrijk aandeel. Voor de muziek wilde ik gebruikmaken van de analoge modulaire synthesizer zoals die beschikbaar waren in 1976 – het jaar waarin de opera speelt. Dat geluid mengt heel mooi met stemmen, dat was de basisgedachte. Maar het geheel is muzikaal sowieso heel veelkleurig. Ook het geluid van stenen is belangrijk.”

De bariton zien we op film, de muziek en het koor horen we op soundtrack. Feitelijk is de opera dus: één zangeres op een podium?

„Ja, maar dat lijkt overzichtelijker dan het is. De zangeres filmt zichzelf live in 3D. Dat wordt gemengd met de 3D-beelden die we vooraf al hebben opgenomen, onder meer met behulp van een drone. De bediening van de software die dat mogelijk maakt, eist zes technici. Maar nogmaals: alle techniek blijft dienstbaar. De opera speelt rond een huisje aan een dijk. Ik wilde de eenzaamheid van dat landschap invoelbaar maken, en met die drone kon je de slootjes en de rietkragen over vliegen en zo de desolate weidsheid echt benadrukken.”