Voortaan moet Jasper thuis blazen

Voor het eerst drank. Hij kwam bij in het ziekenhuis.

Hij kan amper nog fietsen. Het lukt zelfs niet op de bagagedrager van een vriendin te blijven zitten. Jasper (17, havo 3) uit Eindhoven heeft zoveel sterke drank gedronken dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Hij gaat er even bij zitten. Liggen. Boem! En dan gaat het licht ineens uit.

Jasper, die niet met zijn achternaam in de krant wil, staat symbool voor de talrijke kinderen die jaarlijks met te veel alcohol op in het ziekenhuis belanden. In jargon: comazuipers. Een groeiende groep: van 500 in 2009, 706 in 2012, 783 in 2014 en het afgelopen jaar 931.

Het is een dag voor de zomervakantie, hij moet zijn boeken nog inleveren, dat Jasper het verjaardagsfeestje van een klasgenoot bezoekt. Aanvangstijd: 20.00 uur. Op de tafel liggen hapjes: borrelnootjes en chips, komkommer, wortel. Aan de muur hangen slingers. Er wordt harde muziek gedraaid.

Judith: „Ik zei nog, toen hij wegging: niet drinken en app me als je naar huis komt.”

„Ja, logisch”, had Jasper geantwoord.

Maar er is geld ingezameld. Tien euro de neus, om precies te zijn. En een achttienjarige vriend is gecharterd om inkopen te doen. Hij koopt sterk spul: rode wodka, whisky en pisang ambon. Bacardi. Goldstrike.

Lees ook: De zwakke schakel is de kassière

Ze drinken het spul stiekem uit shotglaasjes, de ouders van de jarige jongen hebben bewust geen alcohol gekocht. Jasper: „Zijn ouders zaten boven op zolder, die hadden niets door.”

Het is de eerste keer dat Jasper alcohol drinkt. Eerder had hij weinig interesse, zegt moeder Judith. Haar zoon is een rustige jongen. Een muziekliefhebber. Hij drumt graag. Niet echt beïnvloedbaar. Judith: „Hij had onder mijn supervisie één keer een biertje geproefd. Dat vond hij niet zo bijzonder.”

Aanvankelijk geeft de alcohol Jasper een lekker gevoel. Een fijne roes. Hij praat veel en maakt grapjes. Jasper: „Ik had gehoord dat je van drank losser wordt. Dat leek me fijn, want normaal ben ik best verlegen.”

De shotglaasjes worden vervangen voor plastic bekertjes. Ook Japers' vrienden drinken er lustig op los. Het feestje wordt wilder. Losser. De jongeren raken aangeschoten. Jasper: „In drie kwartier was alle drank op. De meesten vrienden waren dronken. Ik ging tegen de muur zitten en gebaarde mijn vrienden om in mijn treintje te stappen.”

Het fijne gevoel maakt plaats voor misselijkheid. Jasper wordt duizelig en heeft behoefte aan frisse lucht. Hij wil naar huis. Een vriendin fietst met hem mee. „Toen ging ik midden op straat liggen.”

Als de vriendin gebaart op te staan, geeft Jasper geen reactie. Hij is buiten bewustzijn geraakt. Het meisje belt de ouders van de jarige jongen. En ook de ambulance wordt gebeld.

Judith: „Ik verwachtte Jasper om twaalf uur thuis. Toen kreeg ik ineens een telefoontje van de Spoedeisende Hulp.”

Jasper: „Ik lag in mijn T-shirt op straat. Het regende.”

Judith: „Hij was onderkoeld. Ja, dan schrik je wel even.”

In het ziekenhuis wordt per infuus vocht aan Jasper toegediend. Via een katheter wordt zijn maag leeg gemaakt. Vitale functies worden gecontroleerd.

Jasper: „Ik werd wakker met allemaal draadjes aan me vastgemaakt.”

Judith: „Hij kraamde wartaal uit.”

Jasper: „Ik had geen kater.” Wel een groot schuldgevoel.

Jasper: „Ik had beloofd geen rare dingen te doen. Dan word je ineens wakker in het ziekenhuis.”

Drinken doet Jasper eigenlijk helemaal niet meer. Hij schaamt zich voor zijn gedrag en zal niet snel meer sterke drank drinken, zegt hij.

Tegenwoordig moet Jasper van zijn moeder blazen als hij op stap is geweest. Judith: „Ik heb alcoholtesten gekocht en laat ’m random blazen.”

Jasper vindt dat geen probleem: „Ik vind het goed dat ze dat doet. Ik kan laten zien dat ik niet meer drink. Op die manier kan ik haar vertrouwen terugwinnen.”

    • Martin Kuiper