Column

Vlinderkas

Ik had afgesproken in het café van de Hortus Botanicus in Amsterdam, toevallig ook de plek waar een ex-schoonmoeder ooit werd gevloerd door een zwerm wespen. De afspraak kwam bij nader inzien toch maar niet, dus daar zaten we dan. De baby lag rustig in haar wagen en dat was maar goed ook, want voor de bezoekers daar was een kind vooral een potentiële verstoorder van de rust die ze hier, toch midden in de stad, met veel moeite hadden gevonden.

Vrouwen, de meesten al wat ouder, bliezen in hun thee en staarden voor zich uit. Alsof er op de muur een scheldwoord stond dat alleen zij konden lezen.

Ik bestelde een maistriangel met paling en rode bietjes en ging net als de rest zitten zwijgen.

Het geluid van een telefoon.

Mijn telefoon.

De vrouw tegenover me keek me woedend aan. Het nieuws was dat het afgehakte hoofd op de stoep aan de Amstelveenseweg in Amsterdam niet alleen tegenover een shisha-lounge, maar ook schuin onder de woning van een bekende had gestaan.

Ik hield het kort, het was moeilijk telefoneren met een vrouw tegenover me die bij ieder ‘ja’ steeds bozer over de rand van haar boek keek.

Ik was in de stiltecoupé onder de cafés beland.

De baby roerde zich.

‘Naar buiten, naar buiten’, dacht ik.

Daarna gebeurde het.

We liepen ‘de vlinderkas’ binnen, een glazen huisje waarin het tropisch warm was en de vlinders ons om de oren vlogen. De baby sloeg ernaar met de handjes.

Opeens, opwinding onder wat vrouwen achterin de kas.

Er was een roker gesignaleerd.

Een roker, in de vlinderkas!

Even dacht ik nog dat ‘een roker’ een vlindersoort was, maar de boze vrouwen hadden het over een mens dat sigaretten rookte. Daar, dat was ’m!

De dader droeg een sweater met opdruk – ‘verras je kanjer met een anjer’ – en zei, toen de vrouwen verhaal kwamen halen, dat hij even de vlinderkas was ingelopen omdat hij z’n sigaret vanwege de wind anders niet aan kreeg, een bekentenis die de ergernis er niet minder op maakte.

De scène deed denken aan het titelverhaal uit De laatste roker van W.F. Hermans, waarin jacht wordt gemaakt op de 84-jarige heer Vroegindewey, een nog kankervrije verstokte roker, omdat hij in het bezit is van een inmiddels verboden Gauloise-sigaret. Hij werd uiteindelijk door vrouwelijke agenten aan een gruwelijk einde geholpen.

Zover kwam het in de vlinderkas dan toch niet, maar wat in 1991 nog als absurdistisch en surrealistisch werd afgedaan, was in 2016 bijna non-fictie.