Obama: Cameron deels verantwoordelijk voor ‘shit show’ Libië

Het is zeer opmerkelijk dat een zittend president dit soort uitspraken doet over een collega.

Barack Obama en David Cameron tijdens een NAVO-top in september 2014. Foto Jon Super/ AP

De situatie Libië is vreselijk, een “shit show” en dat heeft weinig te maken met Amerikaanse incompentie, maar vooral met de passiviteit van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Deze zeer ondiplomatieke uitspraak is afkomstig van president Barack Obama en gepubliceerd in het Amerikaanse magazine The Atlantic getiteld: The Obama Doctrine.

Ophef in Britse media over uitspraken Obama

In het interview spreekt Obama over de internationale interventie in Libië onder leiding van de Verenigde Staten in 2011. Na een VN-resolutie werd een internationale coalitie opgetuigd om het bloedvergieten van de Libische dicatator Moammar Gaddafi te stoppen. De situatie in Libië behoorde niet tot de kernbelangen van de Verenigde Staten, aldus Obama, en daarom was eenzijdig ingrijpen ook niet aan de orde.

Obama had de hoop dat de Britten en de Fransen, vanwege het feit dat Libië dicht bij Europa ligt, zich zouden bekommeren om de toekomst van het land. Inmiddels heeft terreurbeweging Islamitische Staat (IS) voet aan de grond in het land.

“Op dat moment, had je Europa en een aantal Golfstaten die Gaddafi verachtten, of bezorgd zijn waren vanwege de humanitaire situatie, en zij pleitten voor actie. Maar wat je toen zag, en dat is ondertussen een gewoonte geworden in de afgelopen tientallen jaren, is dat ze ons naar voren duwen om op te treden en daarna niet bereid zijn om offers te brengen”.

De interviewer, Jeffrey Goldberg, onderbreekt het gesprek, “bedoelt u free riders”? Ja, zo vervolgt Obama. Hiermee verwoord hij de al langer geuite Amerikaanse zorgen over buitenlandse partners die de kostbare militaire uitgaven aan de VS overlaten.

De Franse president Nicolas Sarkozy verloor een jaar na de interventie het presidentschap en de Britse premier David Cameron verloor zijn interesse in Libië omdat hij “afgeleid [was] door een scala aan andere dingen”. Vooral deze laatste quote van Obama zorgt voor ophef in de Britse media. Zowel The Independent als The Times opent hun site met de zeer kritische uitspraken over Cameron.

‘IS geen existentiele dreiging, wel klimaatverandering’

Goldberg interviewde Obama voor het eerst in 2006, toen hij nog senator was in Illinois. Het zeer uitgebreide artikel in The Atlantic vormt een weergave van de talloze gesprekken met de Amerikaanse president en geeft inzicht in zijn buitenlandbeleid.

In een van de interviews laat Obama weten dat terreurbeweging IS geen excentiële bedreiging vormt voor de Verenigde Staten, maar zo voegt hij toe: “als we niks doen geldt klimaatverandering [wel] als een potentiële existentiële bedreiging voor de hele wereld”.

Het lastige van dit politieke probleem is dat elk land actie moet ondernemen en de dreiging langzaam groter wordt, er is altijd iets urgenters op de agenda, aldus Obama. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is de al vijf jaar voortdurende oorlog in Syrië.

De beruchte rode lijn in Syrië

De Amerikaanse president baarde in de zomer van 2012 opzien door te verklaren dat de inzet van chemische wapens in Syrië een ‘rode lijn’ vormde voor eventueel Amerikaans ingrijpen in het land. Toch besloot Obama –tegen de verwachting in- af te zien van militaire interventie nadat er op 21 augustus 2013 een chemische aanval plaatsvond in Damascus waarbij zeker 1.400 burgers omkwamen.

In het gesprek met Goldberg voerde Obama vier overwegingen op die toen bij hem speelden. Alleerst waren er VN-inspecteurs aan het werk in Syrië die mocht hij niet in gevaar brengen. Daarnaast het “falen van Cameron om toestemming te krijgen van zijn parlement”. De Britse premier was voorstander van militair ingrijpen, maar het parlement verleende hem geen toestemming.

Als belangrijkste reden noemde Obama dat de Amerikanen wel schade konden toebrengen aan Assad, maar niet de chemische wapens konden vernietigen. Gesteld dat Assad een dergelijke interventie zou doorstaan, dan had hij kunnen claimen dat hij succesvol de Amerikaanse aanval had getrotseerd, terwijl de VS zonder steun van de Verenigde Naties onwettig zouden hebben gehandeld. Als laaste noemt de Amerikaanse president een meer filosofisch bezwaar:

“Ik ben begonnen in het Witte Huis met de sterke overtuiging dat de reikwijdte van de uitvoerende macht in kwesties van nationale veiligheid zeer breed is, maar niet onbeperkt.”