Opinie

    • Frits Abrahams

Martin en Ono

Op de televisie waren allerlei oude beelden te zien van George Martin, de overleden platenproducer van The Beatles. Eén filmpje verraste me. We zagen Martin en Yoko Ono, dit jaar 83 geworden, elkaar op hoge leeftijd tijdens een bijeenkomst begroeten. Ze gingen uiterst amicaal met elkaar om – kussen, hand op rug, Yoko zei tegen de filmer iets vriendelijks over hem – alsof het nooit anders was geweest.

Ik keek het nog eens na in het interview dat ik in 1984 met Martin had gemaakt en waaruit ik gisteren onder het kopje ‘Pretty awful stuff’ al citeerde. Had hij toen niet zeer wrange opmerkingen over Yoko gemaakt?

Dat had hij.

Ik was destijds met hem over het drugsgebruik van The Beatles begonnen. Hij ging de vraag niet uit de weg en vertelde dat ze Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band, hun beroemdste elpee, niet onder invloed van lsd, maar marihuana hadden gemaakt. „Ze kwamen soms niet meer bij van het giechelen. […] Ze wisten dat ik het afkeurde en daarom gingen ze telkens naar beneden naar een kamertje om een trekje te nemen. Ik wist heus wel wat er aan de hand was…ik geloof dat als ik óók aan de drugs was geweest, we nooit platen zouden hebben gemaakt.”

Ik sneed de heroïneverslaving van John Lennon aan. „De heroïne kwam veel later”, zei hij, „Yoko Ono zette hem daartoe aan.” Ik vroeg Martin hoe hij haar had leren kennen.

„Ik kan me niet precies de eerste keer herinneren”, zei hij, „maar ik weet nog dat ze aan niemand van ons werd voorgesteld. Ze zat er gewoon. Het gaf meteen de nodige spanning, want ze was de eerste die het viertal in de studio begeleidde. We werkten altijd alleen maar met ons vijven, ook Epstein bemoeide zich er nooit mee. Yoko zat er opeens als een donker kijkende waarnemer bij. In het begin zat ze alleen maar te zwijgen. Toen ze ziek was, bleef ze in de studio slapen. Het maakte ons allemaal onzeker. Later zei ze weleens iets, maar niemand nam notitie van haar, behalve John.

„Ik sprak haar weleens, maar het werd nooit een warme verhouding. Ze was niet het soort mens waar je hartelijk tegen kon zijn. Ze was oosters-geheimzinnig, eenzelvig en minachtend – iemand kan in een hoek zitten en minachtend zijn zonder een woord te zeggen.”

Ik vroeg hem of dit ‘het begin van het einde’ was. „Ja”, zei hij. „Ze heeft er zeker toe bijgedragen, maar die breuk zou toch gekomen zijn.” Het was volgens hem inherent aan de claustrofobische sfeer waarin zulke popgroepen met elkaar leefden.

Hij voegde eraan toe: „Ik denk dat zijn [Lennons] leven met Yoko erg ongelukkig was. Hij kwam er pas doorheen toen hij Sean grootbracht.” Hij had Lennon daarvoor meegemaakt, onder meer op een wintersportvakantie na het schrijven van Norwegian Wood, als „een heel gelukkig en heel grappig mens”.

Martin had een zwak voor Cynthia (‘Cyn’), Lennons eerste vrouw, en vond het onrechtvaardig dat zij niets erfde van Lennons vermogen – en Yoko 150 miljoen dollar.

Kortom, hij liet mij merken dat hij geen hoge pet op had van Yoko. Vanwaar dan de vertederende hereniging op die gefilmde bijeenkomst? Ik houd het op de hoge leeftijd die soms (!) mild en verzoeningsgezind stemt. Veel betrokkenen zijn al dood, zelf zul je het ook niet lang meer maken. Whisper words of wisdom, let it be

    • Frits Abrahams