Liefde voor het donkere en dromerige

Dat de Romantiek een Duitse aangelegenheid zou zijn, werd niet door iedereen geloofd toen Romantik van Rüdiger Safranski verscheen, maar voor ons doel kan het geen kwaad ervan uit te gaan dat het zo is. Met enige overdrijving kunnen we stellen dat de Romantiek de prins is geweest die Duitsland wakker heeft gekust. Duitsland is dat grote Romantische land, het land dat in de negentiende eeuw van een verzameling staten en staatjes na de eenwording uitgroeide tot de modernste natiestaat van Europa. Maar het is ook het land van Dichter und Denker, zoals het zichzelf graag noemt.

Dat het later het land van Richter und Henker, rechters en beulen, is geworden is dan wel niet de schuld van de Romantiek, al denken sommigen daar anders over, maar helemaal ongeschonden komt die er toch niet vanaf. ‘Voortzetting van de religie met esthetische middelen’, zo betitelt Safranski de Romantiek.

Het is een zeer Duitse geesteshouding met een voorliefde voor het donkere en dromerige, dat op vermeende tradities leunt of er juist niets mee te maken wilde hebben, die een Wagner maar ook een Nietzsche heeft voortgebracht, die aan de wieg heeft gestaan van zowel de kneuterigheid van de Biedermeier als de superieure ironie van Heinrich Heine en het verwarrende universum van E.T.A. Hoffmann. De Romantiek bleek nog springlevend te zijn toen in de jaren zeventig de studentenrevolte de Bondsrepubliek op zijn grondvesten deed schudden. Wie het hedendaagse Duitsland wil begrijpen wordt aangeraden kennis te maken met haar Romantiek. Dat kan, dankzij Rüdiger Safranski’s Romantik. Eine deutsche Affäre.